Ongelukken met gemotoriseerde tweewielers*
Open

Letselpatroon, letselernst en mortaliteit
Onderzoek
29-10-2012
H.A. (Alexander) Leijdesdorff, Bob Siegerink, C.F.M. (Kees) Sier, M.C.B. (Martine) Reurings en I.B. (Inger) Schipper

Doel

Het analyseren van de invloed van het type betrokken gemotoriseerde tweewieler op de letselernst, het letselpatroon en de mortaliteit van verkeersslachtoffers die opgenomen werden in ziekenhuizen.

Opzet

Retrospectief beschrijvend onderzoek.

Methode

De gegevens van de Landelijke Medische Registratie en het Bestand Geregistreerde Ongevallen in Nederland werden gecombineerd tot de compleetste en grootste medische database van levende, in Nederlandse ziekenhuizen opgenomen slachtoffers van ongevallen met gemotoriseerde tweewielers.

Resultaten

Gedurende de periode 1993-2008 werden 10.607 motorrijders, 19.708 bromfietsers en 3180 snorfietsers opgenomen in Nederlandse ziekenhuizen. Van de opgenomen motorrijders had 13,1% meervoudig ernstig letsel opgelopen (Injury Severity Score ≥ 16), dit gold voor 11,8% van de bromfietsers en 17,1% van de snorfietsers. De mortaliteit was met 4,2% het hoogst onder de snorfietsers. Jonge motorrijders (< 25 jaar) en oudere snorfietsers (> 55 jaar) hadden de grootste kans om te overlijden in het ziekenhuis (relatief risico respectievelijk 1,64 (95%-BI:1,24-2,16) en 1,45 (95%-BI: 1,06-1,99)).

Conclusie

Ongevallen met gemotoriseerde tweewielers gaan gepaard met ernstige morbiditeit en mortaliteit, vooral bij de jongere (< 25 jaar) en oudere (>55 jaar) bestuurder. Jonge motorrijders hebben de grootste kans om na een ongeval te overlijden in het ziekenhuis. De ogenschijnlijk laag-energetische ongevallen met snorfietsen lijken vaker te resulteren in ernstig letsel en mortaliteit dan ongevallen met de andere 2 groepen voertuigen. Ondanks dat snorfietsers de laagste absolute risico’s op sterfte en ernstig letsel hebben, valt te overwegen om ook voor deze groep gemotoriseerde tweewielers een helmplicht in te voeren.