Hoge perinatale sterfte in Nederland vergeleken met andere Europese landen: de Peristat-II-studie

Onderzoek
15-12-2008
A.D. Mohangoo, S.E. Buitendijk, C.W.P.M. Hukkelhoven, A.C.J. Ravelli, G.C. Rijninks-van Driel, P. Tamminga en J.G. Nijhuis

Doel.

Vergelijking van de perinatale sterfte in Nederland met die in andere Europese landen (Peristat-II) en met gegevens van vijf jaar eerder (Peristat-I).

Opzet.

Beschrijvend onderzoek.

Methode.

Indicatoren voor perinatale sterfte die ontwikkeld waren voor Peristat-I werden in Peristat-II opnieuw gebruikt. Gegevens over perinatale sterfte in het jaar 2004 werden aangeleverd door 26 Europese landen. De Nederlandse gegevens waren afkomstig uit de Landelijke Verloskunde Registratie van verloskundigen en gynaecologen en uit de Landelijke Neonatologie Registratie.

Resultaten.

In Peristat-I had Nederland vanaf 22 weken zwangerschapsduur het hoogste foetale sterftecijfer (7,4 per 1000 in totaal geborenen). Op Griekenland na had Nederland bovendien het hoogste vroege neonatale sterftecijfer (3,5 per 1000 levendgeborenen). In Peristat-II heeft Nederland vanaf 22 weken zwangerschapsduur na Frankrijk het hoogste foetale sterftecijfer (7,0 per 1000 in totaal geborenen). Van alle West-Europese landen heeft Nederland het hoogste vroege neonatale sterftecijfer (3,0 per 1000 levendgeborenen). De Nederlandse perinatale sterfte is in 5 jaar afgenomen van 10,9 naar 10,0 per 1000 in totaal geborenen, maar de afname is sneller in andere landen.

Conclusie.

Nederland heeft relatief veel oudere moeders en meerlingzwangerschappen, maar dit kan slechts een deel van de hoge perinatale sterfte verklaren. De Nederlandse perinatale sterfte neemt nog steeds een ongunstige positie in de Europese rangorde in. Er is meer onderzoek nodig om inzicht te krijgen in de Nederlandse prevalentie van risicofactoren voor perinatale sterfte ten opzichte van andere Europese landen. Daarnaast verdienen de perinatale gezondheid en de kwaliteit van de perinatale gezondheidszorg een prominentere plaats in Nederlandse onderzoeksprogramma’s.

Ned Tijdschr Geneeskd. 2008;152:2718-27