Is het gebruik van antipyretica zinvol om bij kinderen koorts te verlagen en koortsconvulsies te voorkomen?

Klinische praktijk
P. van der Meulen
P.J.M. Uitewaal
L.J. Boomsma
P van Dijk
A.J.M. Hermans
P. van de Vijver
B. Dijkstra
J. van der Laan
H.S.A. Heymans
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1993;137:213-4
Download PDF

Naar aanleiding van het antwoord op vraag 8 (1992) met betrekking tot het voorschrijven van antipyretica bij kinderen met koorts willen wij, vooruitlopend op de binnenkort te publiceren standaard ‘Kinderen met koorts’ van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG), een aanvulling geven over de plaats van antipyretica bij de preventie van recidief-koortsconvulsies (1992; 2138-9).

Ongeveer een derde van de kinderen die een koortsconvulsie doormaken, krijgt in een volgende koortsperiode een recidief.1 De preventie van een recidief-koortsconvulsie is niet goed mogelijk, omdat een (recidief-)koortsconvulsie kan optreden bij matige temperatuurverhoging (38,5°C), die door de ouders nog niet is opgemerkt.23 Antipyretica komen dan te laat. Om dezelfde reden bleek profylactische toediening van diazepam bij een temperatuur boven de 38°C ter preventie van een recidief-koortsconvulsie niet zinvol.3

Ten slotte is de prognose na een (recidief-)koortsconvulsie goed: er is geen relatie tussen epilepsie op latere leeftijd en het doorgemaakt hebben van (recidief-)koortsconvulsies.4 Verder bleek bij onderzoek geen verschil te bestaan in gedrag en intellectuele prestaties bij vijfjarige kinderen die een (recidief-)koortsconvulsie hebben doorgemaakt en kinderen die deze niet hebben doorgemaakt.5

Wij concluderen dat het adviseren van antipyretische therapie ter voorkoming van recidief-koortsconvulsies niet zinnig lijkt.

In de reactie van de werkgroep Kinderen met koorts wordt wat dieper ingegaan op het gebruik van antipyretica ter voorkoming van koortsconvulsies bij kinderen. Een koortsconvulsie bij een kind wordt door ouders als uiterst indrukwekkend en beangstigend ervaren. In een derde van de gevallen treedt bij hernieuwde temperatuurstijging een recidiefconvulsie op. De enige handreiking die ouders kan worden geboden ter preventie van heroptreden van een convulsie, bestaat uit het tijdig instellen van een antipyretische therapie met als doel de temperatuur beneden de convulsiedrempel te houden. Het feit dat bij zo'n 30 van de gevallen de temperatuurstijging door de ouders niet tijdig wordt waargenomen, mag geen reden vormen om hen deze simpele mogelijkheid om zelf actief een convulsie te voorkomen, te ontnemen (zie ook de conclusies van Schmitt).1

Literatuur
  1. Offringa M, Hazebroek-Kampschreur AAJM, Derksen-Lubsen G.Prevalence of febrile seizures in Dutch schoolchildren. Paed Perinatal Epid1991; 5: 41-8.

  2. Schmitt BD. Fever in childhood. Pediatrics 1984; 79(Suppl): 929-36.

  3. Autret E, Billard C, Bertrand P, Motte J, Pouplard F,Jonville AP. Double-blind, randomized trial of diazepam versus placebo forprevention of recurrence of febrile seizures. J Pediatr 1990; 117:490-4.

  4. Verity CM, Golding J. Risk of epilepsy after febrileconvulsions: a national cohort study. Br Med J 1991; 303: 1373-6.

  5. Verity CM, Butler NR, Golding J. Febrile convulsions in anational cohort followed up from birth. II. Medical history and intellectualability at 5 years of age. Br Med J 1985; 290: 1311-5.

  6. Schmitt BO. Fever in childhood. Pediatrics 1984; 79(Suppl): 929-36.

Gerelateerde artikelen

Reacties