De incidentie van koortsconvulsies bij kinderen van 3-72 maanden oud
Open

Onderzoek
24-03-1996
M.E. Speelman-Verburgh, M.A. Bruijnzeels, L.W.A. van Suijlekom-Smit, J. van der Velden, A.W. Hoes en J.C. van der Wouden

Doel.

Vaststellen van de incidentie van koortsconvulsies bij kinderen in de huisartspraktijk en bestuderen van het beleid van de huisarts bij deze aandoening.

Plaats.

Gestratificeerde steekproef van 103 huisartspraktijken (161 huisartsen) verspreid door Nederland.

Opzet.

Descriptief.

Methode.

Door het Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg werd in de periode 1 april 1987-31 maart 1988 de ‘Nationale studie van ziekten en verrichtingen in de huisartspraktijk’ uitgevoerd. In 103 praktijken (161 huisartsen) werden gedurende 1 van 4 opeenvolgende veldwerkperioden van 3 maanden alle contacten met patiënten geregistreerd. Van een koortsconvulsie werd gesproken wanneer bij een kind in de leeftijd van 3-72 maanden stuipen bij koorts optraden, zonder dat er een intracraniële aandoening of epilepsie was.

Resultaten.

Een eerste koortsconvulsie werd 30 maal gezien, bij 23.801 kinderen. Het incidentiecijfer bedroeg 4,8 per 1000 persoonsjaren, met aanzienlijke variatie naar leeftijd en seizoen. De kans dat een kind in de loop van de leeftijdsperiode 3-72 maanden een koortsconvulsie doormaakt, werd berekend op 2,7. Van de 30 kinderen werden er 8 verwezen voor nadere evaluatie.

Conclusie.

De incidentiecijfers voor eerste koortsconvulsie bij kinderen waren vergelijkbaar met die in de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Zweden.