Hartfalen bij mannen en vrouwen: belangrijke verschillen in diagnostiek en behandeling

Onderzoek
06-10-2008
M.J. Lenzen, A. Rosengren, W.J.M. Scholte op Reimer, F. Follath, E. Boersma, M.L. Simoons, J.G.F. Cleland en M. Komajda

Doel.

Vaststellen van genderverschillen in diagnostiek en behandeling bij patiënten met hartfalen.

Opzet.

Retrospectief.

Methode.

Er werd een analyse verricht van de gegevens van 8914 patiënten (van wie 4166 vrouwen; 47) met een bevestigde diagnose ‘hartfalen’ die deelnamen aan de ‘Euro heart survey on heart failure’ (EHS-HF).

Resultaten.

De vrouwen in het onderzoek waren gemiddeld ouder dan de mannen (75 versus 68 jaar) en hadden minder vaak een coronaire hartziekte (56 versus 66). Zij hadden vaker hypertensie (59 versus 49), diabetes mellitus (29 versus 26) of een hartklepaandoening (42 versus 36). Een evaluatie van de ventrikelfunctie met echocardiografie werd bij vrouwen minder vaak uitgevoerd (59 versus 74). De vrouwen bij wie er wel een echocardiogram werd gemaakt, bleken minder vaak een gestoorde systolische linkerventrikelfunctie te hebben (44 versus 71). Deze verschillen bleven bestaan na correctie voor leeftijd en andere mogelijk vertekenende variabelen. Vrouwen kregen minder vaak dan mannen medicijnen voorgeschreven met een bewezen gunstig effect op de overleving, zoals angiotensineconverterend-enzym(ACE)-remmers, β-blokkers en het diureticum spironolacton; zij werden vaker symptomatisch behandeld met bijvoorbeeld andere diuretica en digoxine.

Conclusie.

Tussen mannen en vrouwen met hartfalen was er een aantal klinisch belangrijke verschillen. Behandelaars dienen zich hiervan niet alleen bewust te zijn, maar moeten ook maatregelen nemen om de verschillen in patiëntenzorg te voorkomen.

Ned Tijdschr Geneeskd. 2008;152:2182-5