Glucoseverlagers bij verminderde nierfunctie

Behandeling diabetes mellitus type 2 bij patiënten met nierfunctiestoornis
Stand van zaken
06-03-2014
Marijke A.J. Assink, Alferso C. Abrahams en Maarten B. Rookmaaker
  • Evidencebased richtlijnen beschrijven de optimale toepassingsvolgorde van de verschillende klassen bloedglucoseverlagende geneesmiddelen (BGVG’s) bij patiënten met diabetes mellitus type 2 (DM2).

  • Van de patiënten met DM2 heeft 20-40% een verminderde nierfunctie.

  • De richtlijnen houden geen rekening met het effect van een verminderde nierfunctie op de toepasbaarheid van individuele BGVG’s.

  • Een verminderde nierfunctie beïnvloedt niet alleen de farmacokinetiek van BGVG’s, maar ook het glucosemetabolisme.

  • De beoordeling van de toepasbaarheid van individuele BGVG’s moet niet alleen plaatsvinden aan de hand van de farmacokinetische eigenschappen, maar ook van de klinische ervaring.

  • Bij patiënten met DM2 en een klaring van 60 ml/min/1,73m2 of meer kunnen alle BGVG’s in de gebruikelijke dosering worden toegepast.

  • Bij een klaring van minder dan 60 ml/min/1,73m2 zijn bepaalde individuele BGVG’s gecontra-indiceerd, terwijl van anderen de dosering moet worden aangepast.

  • Een beperkt aantal BGVG’s kan onafhankelijk van de nierfunctie worden gedoseerd.