Geïsoleerde tubatorsie: zeldzaam of miskend?

Klinische praktijk
Inez M. Verpalen
Jolien de Boer
Rolf D. van den Hoed
Joke M. Schutte
Gijs Teklenburg
Richard Vossenkaul
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2018;162:D2670
Abstract

Dames en Heren,

De differentiaaldiagnose van een vrouw met acute pijn in de onderbuik is breed. Een steeldraai (torsie) van de eileider (tuba) zónder betrokkenheid van de eierstok (ovarium) is een mogelijke oorzaak, maar deze diagnose wordt bijna nooit preoperatief gesteld. Vroege herkenning is belangrijk om ziekteprogressie te voorkomen en om de vruchtbaarheid te behouden. In deze klinische les bespreken wij de diagnostische valkuilen en hoe men een geïsoleerde tubatorsie vroeg zou kunnen signaleren.

Patiënt A, een 45-jarige vrouw bezocht de huisartsenpost met progressieve buikpijn sinds 5 dagen. De pijn begon rond de navel en verplaatste zich naar rechtsonder. Op de eerste dag had zij eenmaal gebraakt. Vanwege een verdenking op appendicitis werd zij doorverwezen naar de Spoedeisende Hulp (SEH).

Bij lichamelijk onderzoek was de buik van patiënte rechtsonder drukpijnlijk en waren er tekenen van peritoneale prikkeling. Haar lichaamstemperatuur was niet verhoogd. Laboratoriumonderzoek toonde een verhoogde CRP-concentratie en een verhoogd leukocytenaantal. De zwangerschapstest was negatief, zodat wij een extra-uteriene graviditeit konden uitsluiten. Wij dachten aan nierstenen of een nierbekkenontsteking, maar de urinetesten waren niet-afwijkend.

Wij verrichtten een abdominale echo met de vraag of er sprake kon zijn van appendicitis, diverticulitis of ovariumcysten en of er aanwijzingen waren voor een ‘pelvic inflammatory disease’ (PID). De appendix was niet-afwijkend. Ter plaatse van de rechter tuba en het rechter ovarium, oftewel het rechter adnex, zagen wij een…

Het audiobestand van dit artikel is alleen toegankelijk voor abonnees. Log in om het artikel te beluisteren.
Abonneren
Auteursinformatie

Isala, Zwolle. Afd. Radiologie: drs. I.M. Verpalen, arts-onderzoeker radiologie; drs. R.D. van den Hoed, radioloog. Afd. Gynaecologie: drs. J. de Boer, anios gynaecologie; dr. J.M. Schutte en dr. G. Teklenburg, gynaecologen. VieCuri Medisch Centrum, afd. Radiologie, Venlo: drs. R. Vossenkaul, radioloog.

Contact I.M. Verpalen (i.m.verpalen@isala.nl)

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning: geen gemeld.

Auteur Belangenverstrengeling
Inez M. Verpalen ICMJE-formulier
Jolien de Boer ICMJE-formulier
Rolf D. van den Hoed ICMJE-formulier
Joke M. Schutte ICMJE-formulier
Gijs Teklenburg ICMJE-formulier
Richard Vossenkaul ICMJE-formulier

Gerelateerde artikelen

Reacties

Cees
Renckens

Het is nuttig dat Verpalen c.s. in hun klinische les de aandacht hebben gevestigd op een vrij zeldzaam ziektebeeld, waarvan ik er tijdens mijn gynaecologische loopbaan ook enkele meemaakte. Het genoegen waarmee ik het artikel las werd helaas aanzienlijk getemperd door een aantal slordigheden, onjuistheden en taalkundige missers die ik erin aantrof.

Slordig was dat er bij patiënt B sprake was van pijn rechtsonder in de buik, terwijl er bij de laparoscopie sprake was van een torsio tubae links. Hier klopt iets niet. De aangetroffen afwijking werd vervolgens omschreven als een getordeerde hematosalpinx, terwijl deze term veelal is voorbehouden aan de extra-uteriene tubaire graviditeit. Het lijkt mij correcter om te spreken van een bloedig geïmbibeerde tuba t.g.v. de torsie en stuwing.

Onjuistheden trof ik aan in de Uitleg-bijlage waarin over de Hydrosalpinx wordt gesteld dat deze ontstaat als beide uiteinden van de tuba zijn afgesloten. Dat is vrijwel nimmer het geval: de aanwezigheid van afsluiting in het fimbriële uiteinde volstaat. Uit de ivf-praktijk is maar al te goed bekend hoe hydrosalpinges soms leeglopen in het cavum uteri met negatieve gevolgen voor de implantatiekans. Ook bij hysterosalpingografie wordt menigmaal een hydrosalpinx gezien die volloopt met het contrastmedium. De pathogenese van een hydrosalpinx is bijna steeds die van restverschijnsel na een salpingitis. Verklevingen of een doorgemaakte EUG leiden i.h.a. niet tot een hydrosalpinx.

Ook sterilisatie leidt vrijwel nooit tot een hydrosalpinx, tenzij de occlusie wordt uitgevoerd in het pars ampullaris, hetgeen zeer ongebruikelijk is.

Taalkundig stoorde ik mij aan de Engelse term ‘uterine’ i.p.v. ‘uteriene’. Ook de ‘Pus dat zich ophoopt’ was niet fraai en hetzelfde geldt voor de ‘puscollectie’: bij dit anglicisme denkt menigeen eerder aan schilderijen dan aan een abces. Waarom niet gesproken van pusophoping?

Cees Renckens, vrouwenarts n.p.