Artikel
Inleiding
De beoordeling van een patiënt met een acute buik kan lastig zijn. De huisarts is bij het stellen van de diagnose en het nemen van de beslissing een patiënt al dan niet aan te bieden aan de chirurg volledig afhankelijk van anamnese en lichamelijk onderzoek. Na de voorselectie in…
(Geen onderwerp)
Maastricht, april 1998,
Terecht wijzen Vahl et al. op de tegenstrijdige gegevens die beschikbaar zijn bij de bepaling van de lactaatplasmaconcentratie (1998:901-4). Niet alleen de gegevens die zij presenteren, wijzen op een ongeschiktheid van het gebruik van deze bepaling voor de diagnose van een intra-abdominaal probleem, maar ook de fysiologische achtergronden die zij aanstippen. Immers, lactaat dat door de darm geproduceerd wordt, zal door de lever gemetaboliseerd worden en daardoor zal het systemische niveau, ondankstoegenomen aanmaak, bij een groot aantal patiënten niet verhoogd zijn. Bij een substantieel deel van de patiënten in hun onderzoeksgroep die een acute operatie nodig hadden, bleek intestinale ischemie de oorzaak van het acutebuikprobleem te zijn. Ook in deze patiëntengroep bleek de bepaling van de lactaatplasmaconcentratie van geringe waarde.
In een aantal onderzoeken wordt gewezen op het gebruik van de D-lactaatisomeer in plaats van de meestal gebruikte L-lactaatisomeer ter ondersteuning van de diagnose bij patiënten met een dergelijke ernstige intestinale ischemie.1 2 D-lactaat wordt, in tegenstelling tot L-lactaat, alleen door bacteriële fermentatie geproduceerd. Intestinale ischemie veroorzaakt via een nog niet opgehelderd mechanisme (toegenomen productie door bacteriële overgroei en (of) toegenomen darmwandpermeabiliteit) binnen korte tijd een stijging van het D-lactaatniveau in het arteriële bloed. Het voordeel van de bepaling van de D-lactaatwaarde ligt in het feit dat D-lactaat niet door de lever gemetaboliseerd zal worden, waardoor de systemische waarden die van de V. portae nauw zullen volgen. In het artikel van Murray et al. waren de sensitiviteit en specificiteit van de bepaling van de D-lactaatwaarde 90 en 87% voor de diagnose ‘intestinale ischemie’;1 in het onderzoek van Poeze et al. viel de vergelijking van de waarde van de D-lactaat- en de L-lactaatbepaling uit in het voordeel van de D-lactaatbepaling.2 Een onderzoek waarin de D-lactaatwaarde bepaald wordt in verband met de diagnose ‘intestinale ischemie’ bij opeenvolgende patiënten met een acute buik lijkt nu het meest aangewezen.
Murray MJ, Gonze MD, Nowak LR, Cobb CF. Serum D(-)-lactate levels as an aid to diagnosing acute intestinal ischemia. Am J Surg 1994;167:575-8.
Poeze M, Froon AHM, Greve JWM, Ramsay G. D-lactate as an early marker of intestinal ischaemia after ruptured abdominal aneurysm repair. Br J Surg [ter perse].
(Geen onderwerp)
Amsterdam, april 1998,
De D-lactaatbepaling is een wat specifiekere bepaling voor de diagnose ‘intestinale ischemie’, maar onze onderzoeksvraag was niet hoe men de diagnose ‘intestinale ischemie’ zeker kan stellen, doch hoe men een acute operatie-indicatie met grotere zekerheid kan stellen.
Het lijkt ons niet voor de hand te liggen om in onze patiëntengroep de L-lactaatbepaling te vervangen door de D-lactaatbepaling. Indien de specifieke vraag luidt of er darmischemie is, is D-lactaatbepaling waarschijnlijk een betere test. Deze bepaling zal dan zeker waarde hebben voor de patiënt met een acute buik op de intensive-careafdeling.