Geen diagnose op foto of scan na enkelverstuiking

Fieke Hoeijmakers
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2014;158:C2322

Bij röntgenonderzoek en MRI na een verstuikte enkel worden vaak structurele afwijkingen gezien, maar die zeggen niets over het blijven bestaan van de klachten. Beeldvormend onderzoek alleen is dus niet voldoende om de oorzaak van aanhoudende klachten te achterhalen, zo concluderen John van Ochten en collega's in British Journal of General Practice (2014;64:e545-53).

Zijn er structurele afwijkingen te vinden die verband houden met persisterende klachten na een enkeldistorsie? Om die vraag te beantwoorden voerden de onderzoekers een observationele patiënt-controlestudie uit. Patiënten van 16-65 jaar met een inversietrauma van de enkel in de voorgaande 6-12 maanden, die waren gerekruteerd in de praktijken van 84 deelnemende huisartsen, werden uitgenodigd voor deelname. Patiënten met botletsel, een enkeloperatie of een systemische ziekte met invloed op het musculoskeletale systeem in de voorgeschiedenis werden geëxcludeerd.

Van de 632 benaderde patiënten waren er 206 bereid om mee te doen. Uiteindelijk vulden 204 patiënten een enquête in en werden er 197 röntgenfoto's en 195 MRI-scans gemaakt en beoordeeld door 2 geblindeerde radiologen met een gestandaardiseerde scoringslijst.

Bijna de helft (98 patiënten) had persisterende klachten zoals hogere pijnscores en een significant lagere 'Ankle function score', 108 patiënten niet. Er werden veel structurele afwijkingen gevonden, zowel bij röntgenonderzoek als bij MRI. Daarbij ging het om afwijkingen als botoedeem, osteofyten (47,2%), osteoartritis (45,1%) of ligamentschade. Na correctie voor leeftijd, geslacht en BMI waren er echter geen significante verschillen tussen patiënten mét en zonder aanhoudende klachten.

De onderzoekers vonden het jammer dat ze geen vergelijking konden maken met gezonde controlepersonen. Het hoge percentage deelnemers met persisterende klachten (47,5%) duidt mogelijk op selectiebias. De studie had echter een representatieve controlegroep en voldoende 'power' om eventuele verschillen aan te tonen, aldus de onderzoekers.

Gerelateerde artikelen

Reacties