Gaubius en de medische chemie

Perspectief
Jan van Gijn
Joost P. Gijselhart
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2012;156:A4030
Abstract

Hieronymus David Gaub (1705-1780) komt als zoon van een vooraanstaande protestante lakenkoopman ter wereld in Heidelberg, dat zich in die tijd nog herstelt van de Franse verwoesting in 1693.1 Als Hieronymus het niet uithoudt op een streng internaat in Halle, mag hij naar Amsterdam, waar zijn oom Johan stadsgeneesheer is. In 1722 schrijft hij zich in voor de studie geneeskunde, eerst in Harderwijk, 2 jaar later in Leiden. In 1725 promoveert hij bij Herman Boerhaave (1668-1738) op de vaste delen van het lichaam.2 Daarna verblijft hij een jaar in Parijs om zich verder te bekwamen in de ontleedkunde en de wondgenezing. Vervolgens werkt hij als arts in Deventer en Amsterdam, waar hij zijn oom bijstaat tijdens een epidemie van ‘rotkoortsen’ (tyfus).

Figuur 1

In 1731 benoemen de Leidse curatoren hem tot lector in de chemie - de leeropdracht die Boerhaave 2 jaar eerder had neergelegd. Het begin van zijn inaugurele rede roept een beeld op van kolen, vuur, blaasbalgen, zeven, spatels en tangen.3 Deze proeven vinden plaats in een bijgebouw in de botanische tuin. Toch is het een voornamelijk theoretisch betoog, waarin hij hoog opgeeft van de natuurgeheimen die de scheikunde nog zal ontsluieren, maar nauwelijks ingaat op de praktische uitvoering. In 1734 wordt hij hoogleraar en het jaar erop trouwt hij met zijn Amsterdamse nicht Constantia.

Als Boerhaave in 1737 door ziekte geen onderwijs meer kan geven, worden diens taken verdeeld over de zittende hoogleraren; Gaubius krijgt de theorie der geneeskunde (Institutiones medicae) toebedeeld. Na het overlijden van Oosterdijk Schacht in 1744 moet Gaubius ook deels het praktisch onderwijs verzorgen, maar onderwijs aan het ziekbed zoals in Boerhaave’s tijd, kan niet meer worden gegeven.1 In 1758 verschijnt zijn leerboek over de ziekteleer.4 Het zal verscheidene malen worden herdrukt en vertaald. In zijn visie is het lichaam niet alleen opgebouwd uit vloeistoffen, conform de antieke temperamentenleer, maar ook uit vaste, droge stof. Die is weer te onderscheiden in een ontvlambaar deel, een oplosbaar deel (‘zout’), en een overblijvende grondstof (‘aarde’). Een afzonderlijk hoofdstuk behandelt de scheikundige analyse van lichaamsbestanddelen. Zowel de vaste stof als de vloeistof kan door ziekmakende invloeden worden ontregeld. Orgaanstoornissen behandelt hij als collectief: vaste lichaamsdelen kunnen aan stevigheid of aan prikkelbaarheid verliezen, of ze kunnen van vorm veranderen. Het zijn voortekenen van de moderne, pathologisch-anatomische geneeskunde die zich dan in Italië aan het ontwikkelen is, met Morgagni (1682-1771) als belangrijkste exponent. Gaubius’ ziekteleer is dan ook niet ingedeeld naar laesies, maar naar klachten. Voorts ontwerpt hij een nieuw model tabaksklisteerspuit voor het opwekken van levensgeesten bij drenkelingen.5

Vanaf 1760 is Gaubius lijfarts van stadhouder Willem V. Driemaal is hij rector magnificus. In 2 van zijn jaarredes komt hij terug op eerdere denkbeelden over lichaam en geest; de laatste keer, in het jubileumjaar 1775, blikt hij terug op het geneeskunde-onderwijs in Leiden en signaleert hij zorgelijk de opkomst van landstalen in de wetenschap. Kort daarna neemt hij afscheid. In 1780 overlijdt hij aan een koortsende ziekte. Zijn dochter, enige overlevende van 6 kinderen, verkoopt zijn bezittingen; de veiling van de bibliotheek duurt 9 dagen.1

Literatuur
  1. Hamers-van Duynen SW. Hieronymus David Gaubius (1705-1780), zijn correspondentie met Antonio Nunes Ribeiro Sanches en andere tijdgenoten. Assen/Amsterdam: van Gorcum; 1978.

  2. Gaubius HD. Specimen inaugurale medicum exhibens ideam generalem solidarum corporis humani partium. Lugduni Batavorum: apud Conradum Wishoff; 1725.

  3. Gaubius HD. Oratio inauguralis, qua ostenditur chemiam artibus academicis jure esse inserendam. Lugduni Batavorum: apud Conradum Wishoff; 1731.

  4. Institutiones pathologiae medicinalis. Leidae Batavorum: apud Samuelem et Johannem Luchtmans; 1758.

  5. Gorter RA. De tabaksrookklysteer ‘van Gaubius’. Ned Tijdschr Geneeskd. 1952;96:3196-3200 en 1956;100:3458-6

Auteursinformatie

Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, Amsterdam.

Prof.dr. J. van Gijn, curator medisch-historische bibliotheek, drs. J.P. Gijselhart, cultuurfilosoof en bibliothecaris.

Contact prof.dr. J. van Gijn (jan@vangijn.com)

Verantwoording

Belangenconflict: geen gemeld. Financiële ondersteuning: J.P. Gijselhart heeft een deeltijdaanstelling bij de Vereniging Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde.
Aanvaard op 17 oktober 2011

Gerelateerde artikelen

Reacties

fb.lammes@planet.nl
F.B.Lammes

Gaubius heeft als hofarts van Willem V  eigenhandig in het Frans een zeer nauwkeurig verslag geschreven over de noodlottige bevalling van Prinses Wilhelmina van Pruisen. Het verslag bevindt zich in het Koninklijk huisarchief. De facsimile copie van dit verslag dat door  Prins Willem V is gesigneerd en voorzien van zijn lakstempel  is te vinden bij het onderstaande artikel: Het verslag van Gaubius inzake de eerste bevalling van Wilhelmina van Pruisen
in 1769; 'De ongelukkige kraem van de Princes mijne gemaelinne'   gepubliceerd in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 2004 148(12): 583-591.
Het geeft een zeer goede indruk over de  nauwgezette en exacte wijze van handelen van Gaubius en zijn zorg voor de patiënt.

 

Frits Lammes, em hoogleraar Gynaecologie en Verloskunde
 

Jan
van Gijn

Wij danken collega Lammes voor deze aanvulling. Zijn zeer lezenswaardige artikel over de bevalling van Wilhelmina van Pruisen hebben wij tijdens het schrijven van dit artikel dan ook geraadpleegd. Uiteindelijk moesten wij ter wille van de beknoptheid een verwijzing naar deze gebeurtenissen achterwege laten, omdat het ten koste zou gaan van de hoofdzaak, te weten de medische chemie. Ook Gaubius' belangstelling voor de samenhang tussen lichaam en geest heeft niet de aandacht kunnen krijgen die het verdient.

Jan van Gijn