Fysische diagnostiek - de waarde van enkele gebruikelijke tests voor het aantonen van een voorstekruisbandruptuur: meta-analyse
Open

Onderzoek
14-01-2005
C.G. van der Plas, W. Opstelten, W.L.J.M. Devillé, D. Bijl, L.M. Bouter en R.J.P.M. Scholten

Doel.

Meta-analyse van onderzoeken naar de validiteit van 3 fysisch-diagnostische tests voor het aantonen van een voorstekruisbandruptuur: de voorsteschuifladetest, de Lachman-test en de ‘pivot shift’-test.

Opzet.

Meta-analyse.

Methode.

Door elektronische zoekacties in Medline (1966-2004) en Embase (1980-2004) werden publicaties geselecteerd die waren geschreven in de Duitse, Engelse, Franse of Nederlandse taal en waarin tenminste één fysisch-diagnostische test voor een voorstekruisbandruptuur werd beoordeeld in vergelijking met als gouden standaard beschouwde referentiebevindingen van MRI, artroscopie of artrotomie. De selectie van publicaties, de beoordeling van methodologische kwaliteit en de extractie van data vonden plaats volgens een gestandaardiseerd protocol door twee beoordelaars, onafhankelijk van elkaar. Waar mogelijk en zinvol werd met behulp van meta-analyse voor iedere test een schatting gemaakt van (gepoolde) sensitiviteit, specificiteit en positief en negatief voorspellende waarden.

Resultaten.

Aan de selectiecriteria voldeden 17 publicaties. In geen van de onderzoeken waren de indextest en de referentietest onafhankelijk van elkaar beoordeeld door te blinderen en bij alle onderzoeken, op twee na, was er verificatiebias. De pivot-shifttest had de hoogste positief voorspellende waarde, de Lachman-test de hoogste negatief voorspellende. De diagnostische waarde van de voorsteschuifladetest was gering.

Conclusie.

Fysisch-diagnostisch onderzoek kan van betekenis zijn voor het beoordelen van een voorstekruisbandletsel. De klinische betekenis van de testuitslagen wordt echter bepaald door de voorafkans en is daarom verschillend voor de eerste en tweede lijn; daarin hebben respectievelijk de pivot-shifttest en de Lachman-test de meeste toegevoegde waarde.

Ned Tijdschr Geneeskd 2005;149:83-8