Artikel
Inleiding
Nationale en internationale richtlijnen adviseren om patiënten met een bacteriëmie veroorzaakt door Staphylococcus aureus minimaal 2 weken intraveneus te behandelen met antibiotica. Bij een gecompliceerd beloop, bijvoorbeeld door het ontstaan van endocarditis, moet de behandelingsduur zelfs langer zijn. Dit advies én adviezen over diagnostiek uit de richtlijnen over de…




Niet volgen richtlijnen S. aureus-bacteriemie
Graag wil ik de auteurs danken voor de rapportage van dit kwaliteitbevorderend onderszoek. Een vraag: Hoeveel patiënten met een ongecompliceerde S.aureus bacteriëmie werden wel 14 dagen behandeld, waarvan tenminste één week intraveneus?
In de vorig jaar gepubliceerde richtlijn "Antibacterial therapy in adult patients with Sepsis" van de SWAB wordt door de 'preparatory committee' de volgende aanbeveling gegeven: bij een patiënt-zónder-risicofactoren-voor-een-gecompliceerd-beloop kan overwogen worden om de intraveneuze behandeling reeds na één week om te zetten in orale medicatie (met hoge biologische beschikbaarheid), uiteraard na klinisch herstel en vaststelling van (identiteit en) gevoeligheid van de oorzakelijke S.aureus. Aangezien dit 'onze Nederlandse richtlijn' is, ga ik er van uit dat deze werkwijze de in Nederland gevolgde werkwijze mag zijn, die getoetst moet gaan worden in toekomstige onderzoeken.
Mariëtte Muijsken, arts-microbioloog, Westfries Gasthuis
Niet volgen richtlijnen S. aureus-bacteriemie (auteurs)
Graag willen wij u bedanken voor de interesse in ons artikel.
Uw eerste vraag is hoeveel patiënten een ongecompliceerde bacteriemie met een S. aureus hadden en de eerste 7 dagen intraveneus en de tweede 7 dagen oraal werden behandeld. Uw tweede vraag gaat over een opmerking in de sepsis richtlijn over het ‘’switchen’’ van intraveneuze naar orale therapie na 7 dagen.
Uw eerste vraag hebben wij niet onderzocht. Dit komt omdat belangrijke criteria voor het stellen van de diagnose ongecompliceerde S. aureus bacteriemie ontbraken. Een ongecompliceerde bacteriemie kan pas worden gediagnosticeerd na uitsluiting van complicaties. Naar aanleiding van ons artikel kunnen vragen worden gesteld of de diagnostiek, die plaats vindt bij de beoordeling gecompliceerd versus ongecompliceerd, voldoende goed verloopt. Of er sprake is van een ongecompliceerde S. aureus bacteriemie vereist een klinische beoordeling door een specialist op het gebied van S. aureus. Eerder onderzoek heeft uitgewezen dat consulteren van een specialist op het gebeid van de S. aureus bacteriemie de kans op complicaties kan verkleinen.
In de tekst van de richtlijn staat dat de switch naar oraal met een in de praktijk wel wordt gedaan bij een S. aureus bacteriemie mits goede klinische respons en mits snelle verwijdering van katheter materiaal. Maar er staat ook dat het bewijs hiervoor onvolledig is. Deze discussie wordt nog gecompliceerd door de vraag welk ”cide’’ moet worden gekozen, fucloxacilline wordt oraal matig geresorbeerd.
Aangezien er onvoldoende bewijs is voor kortere intraveneuze therapie dan 14 dagen bij een ongecompliceerde S. aureus bacteriemie, lijkt het dat korte intraveneuze behandeling met orale nabehandeling eerst moet worden onderzocht op veiligheid in de Nederlandse situatie.
Gijs Landman
Paul Groeneveld