Artikel
De bevolking van Nederland bestaat al lang niet meer alleen uit autochtone Europeanen; inmiddels is 20,8% van de bevolking van allochtone afkomst. Ruim de helft van hen is van niet-westerse afkomst (11,5% van de totale bevolking).1 Met een nog altijd toenemende immigratiestroom zal het aantal allochtonen in Nederland verder toenemen. Tussen etnische groepen kunnen verschillen bestaan in de effecten van medicijnen. Etniciteit heeft dus mogelijke consequenties voor de behandeling van patiënten.
In dit artikel geven we enkele voorbeelden van verschillen in de effecten van medicijnen die samenhangen met verschillen in etnische afkomst. Effecten van medicijnen worden deels bepaald door…




Etnische farmacogenetica
In het overigens voortreffelijke artikel “Etnische farmacogenetica” miste ik de bespreking van het meest voorkomende menselijke enzymdefect dat bij ongeveer 400 miljoen mensen, voornamelijk van Afrikaanse, Arabische en Aziatische afkomst, voorkomt.
Het enzymdefect manifesteert zich als een niet-immunologisch gemedieerde hemolytische anemie na het gebruik van o.a. co- trimoxazol, nitrofurantoïne en anti-malaria medicatie.
Het betreft de glucose-6-fosfaat dehydrogenase (G6PD) deficientie, een X-gebonden recessieve erfelijke ziekte, met abnormaal lage spiegels van G6PD in uitgerijpte rode bloedcellen. Een enzym dat betrokken is bij de pentose cyclus, die noodzakelijk is om een rode bloedcel van voldoende energie te voorzien.
Jan van der Molen