De puzzel is pas gelegd als alle stukjes passen

Epileptisch insult met dodelijke afloop

Klinische praktijk
Fleur J.P. van Dijck
Jolanda H. Schieving
Roger J.M. Brüggemann
Anneliese Nusmeier
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2019;163:D3521
Abstract

Dames en Heren,

Overlijden aan de gevolgen van een epileptische aanval is dramatisch en komt slechts zelden voor. Wij beschrijven het beloop van een patiënte bij wie de werkdiagnose ‘status epilepticus met secundaire respiratoire insufficiëntie’ niet alle aspecten van het ziektebeloop kon verklaren. De resultaten van uitgebreide toxicologische screening na het overlijden van patiënte wierpen een heel ander licht op de zaak.

Toets voor nascholing

Aan dit leerartikel is een toets gekoppeld waarmee je nascholingspunten kan verdienen.

Maak de toets
Overzicht van te behalen accreditatiepunten
Specialisme Punt(en)
Accreditatie (artsen) buiten eigen vakgebied 1
Kinderarts 1
Neuroloog 1
Openbaar apotheker 1
Ziekenhuisapotheker 1
Physician Assistant 1

Patiënte, een 14-jarig meisje, werd na reanimatie comateus en respiratoir insufficiënt op de SEH binnengebracht. Haar medische voorgeschiedenis vermeldde juveniele myoklone epilepsie (JME) sinds 5 maanden, waarvoor ze behandeld werd met valproïnezuur in een afbouwende dosis vanwege bijwerkingen en een lage dosis lamotrigine die verder opgebouwd zou worden. Op de avond van de reanimatie had zij aangegeven zich niet lekker te voelen en was zij op bed gaan liggen. Nadien had zij gedurende 10 seconden een epileptisch insult gehad met trekkingen van beide armen en benen, die stopte zonder toediening van medicatie. Daarna was zij in slaap gevallen met een snurkende ademhaling, wat volgens de ouders een gebruikelijk symptoom was bij hun dochter na een insult. De moeder trof patiënte 3 uur later niet-ademend en niet-wekbaar aan, waarop de ouders 15 mg midazolam nasaal toedienden, de ambulance waarschuwden en begonnen met reanimeren. Bij aankomst van de ambulance was er sprake…

Auteursinformatie

Zuyderland Medisch Centrum, afd. Kindergeneeskunde, Heerlen: drs. F.J.P. van Dijck, anios kindergeneeskunde. Radboudumc, Nijmegen. Afd. Kindergeneeskunde: drs. J.H. Schieving, kinderneuroloog. Afd. Farmacie: dr. R.J.M. Brüggemann, ziekenhuisapotheker. Afd. Pediatrische Intensive Care: dr. A. Nusmeier, kinderarts-intensivist.

Contact F.J.P. van Dijck (fleurvandijck@live.nl)

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning: geen gemeld.

Auteur Belangenverstrengeling
Fleur J.P. van Dijck ICMJE-formulier
Jolanda H. Schieving ICMJE-formulier
Roger J.M. Brüggemann ICMJE-formulier
Anneliese Nusmeier ICMJE-formulier

Gerelateerde artikelen

Reacties

Wim
van der Pol

Deze puzzel heeft nog meer stukjes. In de tijd dat ik klinisch toxicologisch werkzaam was, was mijn rol niet alleen de analyse te begeleiden, maar ook het bevragen van het ambulancepersoneel naar restanten van medicijnen langs het bed, en van de stadsapotheker(s) naar de thuismedicatie van het hele gezin. Deze informatie had eerder een licht kunnen werpen op de mogelijkheid van een auto-intoxicatie. Ik weet niet zeker of tramadol pin-point pupillen geeft, een goede indicator voor opiaat-inname. Klinische toxicologie is speurwerk, zeker voor die gevallen waarin een antidotum voorhanden is.

Wim van der Pol, ziekenhuisapotheker n.p.

Corine
Visser

Wij hebben met veel interesse uw casus gelezen, waarin u benadrukt dat tramadol een epileptisch insult kan veroorzaken.

Wij willen hier wel een kanttekening bij plaatsen. U schrijft in uw artikel dat geadviseerd wordt de tramadol-spiegel in bloed te vervolgen totdat deze een dalende trend laat zien, met een referentie naar de monografie over tramadol op vergiftigingen.info. Dit is helaas niet correct. Het is, vanuit de gangbare klinisch toxicologische kennis, algemeen bekend dat bloedconcentraties zeer beperkt bruikbaar zijn na blootstelling aan tramadol. De gerapporteerde waarden laten een grote variatie zien, met een overlap tussen concentraties waarbij wel of geen convulsies optreden. Het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC) adviseert daarom nadrukkelijk dat het klinisch beeld leidend is bij de behandeling van een patiënt met een tramadol intoxicatie, en dat het vervolgen van de tramadol-spiegel hierbij géén rol speelt.

Wij danken collega’s van Dijck et al. voor hun klinische les over de toxiciteit van tramadol; alhoewel vanuit de klinische toxicologie al bekend is dat tramadol convulsies kan veroorzaken, is het goed dat hier extra aandacht aan wordt besteed. Wij zullen informatie uit uw casus zeker opnemen in onze monografie bij de update die in het 3e kwartaal van 2019 zal worden uitgevoerd.

Namens het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum, Universitair Medisch Centrum Utrecht,

Dr. Corine Visser, onderzoeker

Ir. Antoinette van Riel, senior onderzoeker, toxicoloog (ERT)

Drs. Irma de Vries, internist, toxicoloog (ERT)