Epilepsie van aanval tot zorg
Open

Stand van zaken
20-05-2009
Cees A. van Donselaar en Hans A. Carpay

Reacties (1)

Philip de Witt Hamer
06-07-2009 19:00

Epilepsie van aanval tot zorg

Met belangstelling lazen we dit artikel dat een goed overzicht geeft van de diagnostiek, prognose en medicamenteuze behandeling van patiënten met epilepsie in Nederland. Toch blijft hierin naar onze mening de indicatie voor epilepsiechirurgie en de effectiviteit en veiligheid van deze chirurgische behandeling onderbelicht. Naar internationale consensus faalt medicamenteuze therapie wanneer twee of drie anti-epileptica van eerste keus na een periode van twee jaar niet voorzien in aanvalsvrijheid [1]. Indien bij deze patiënten sprake is van een hoge lijdensdruk door de epileptische aanvallen, bestaat een indicatie voor epilepsiechirurgische evaluatie door verwijzing naar een polikliniek van een epilepsiecentrum. Met vervolgdiagnostiek wordt daar dan vastgesteld waar de aanvalsbron in de hersenschors gelokaliseerd is in relatie tot de essentieel functionele hersenstructuren, zodat de patiënt alleen een advies tot operatie krijgt indien een grote kans op aanvalsvrijheid bestaat met een minimaal risico op neurologische schade. Dit geldt niet uitsluitend voor patiënten met een temporaalkwabepilepsiesyndroom, maar ook voor patiënten met een epilepsiebron buiten de temporaalkwab. In Nederland ondergaat 59% van de kandidaten voor epilepsiechirurgie een resectie, ongeveer honderd patiënten per jaar [2]. Dit is slechts een klein deel van de patiënten met epilepsie voor wie chirurgische behandeling uitkomst kan bieden, waarschijnlijk eerder vanwege te weinig verwijzingen dan vanwege te strenge indicatiestelling.

Twee belangrijke argumenten ondersteunen onze mening ten gunste van epilepsiechirurgie. Ten eerste is epilepsiechirurgie effectief op termijn van jaren. Aanvalsvrijheid wordt bereikt bij 53-84% van de patiënten met mesiotemporale sclerose, bij 66-100% van de patiënten met ‘dubbele pathologie’ en bij 36-76% van de patiënten met gelokaliseerde neocorticale epilepsie [3]. Ten tweede is het risico op neurologische complicaties van epilepsiechirurgie erg laag, 0.4-4%, en komt perioperatieve mortaliteit niet voor [3]. Veelbelovende technieken, die de indicatiestelling voor epilepsiechirurgie verder verbeteren, worden ook in Nederland ontwikkeld. Om de epilepsiebron te lokaliseren zijn dit bijvoorbeeld magneto-encefalografie, invasieve eeg-registratie met grid en diepte-elektrode-implantatie. Om de functionele hersengebieden te lokaliseren, zijn dit bijvoorbeeld functionele neuro-imaging met MRI en magneto-encefalografie en elektrostimulatie via grid, diepte-elektroden of via het testen van neurologische functies zoals taal, motoriek, sensibiliteit en gezichtsvelden bij de wakkere patiënt tijdens operatie. Naar onze mening is epilepsiechirurgie niet een ultimum refugium voor een streng voorgeselecteerde groep patiënten met moeilijke epilepsie, maar hoort aan elke patiënt met een medicamenteus onbehandelbare lokalisatiegebonden epilepsie evaluatie voor chirurgische behandeling aangeboden te worden.

Literatuur

[1] Van Donselaar CA, Carpay JA. Epilepsy; guidelines for diagnosis and treatment. Dutch Neurological Society (NVN): Utrecht; 2006.

[2] Uijl SG, Leijten FS, Arends JB, Parra J, van Huffelen AC, Moons KG. Decision-making in temporal lobe epilepsy surgery: the contribution of basic non-invasive tests. Seizure.2008;17:364-73.

[3] Spencer S, Huh L. Outcomes of epilepsy surgery in adults and children. Lancet Neurol. 2008;7:525-37.

Neurochirurgisch Centrum Amsterdam, locatie VU Medisch Centrum, afd. Neurochirurgie, Amsterdam

Pieter van Eijsden, Hans Baayen en Philip de Witt Hamer