Environmental epidemiology
Open

Study methods and application
Media
02-03-2009
Lucas Reijnders
Environmental epidemiology

De risico’s van blootstelling aan milieufactoren zijn – gedefinieerd in termen van ziekte- of sterftekans – per persoon veelal laag. Maar omdat de blootgestelde populatie groot kan zijn, kan de totale ziektelast dan wel de sterfte aanzienlijk tot groot zijn. Zo leidt de blootstelling aan fijn stof in het milieu in Nederland jaarlijks tot naar schatting tussen de 15.000 en 25.000 extra sterfgevallen.

Omdat het risico per persoon meestal klein is, behoeven de epidemiologische onderzoeksmethodologie en -uitvoering extra zorg. Environmental epidemiology beschrijft hoe goed milieuepidemiologisch onderzoek moet worden opgezet en uitgevoerd. Het boek bouwt voort op een eerdere tekst die voor de Wereldgezondheidsorganisatie werd gemaakt en heeft het karakter van een leerboek. Het is geschreven door auteurs met veelal een flinke staat van dienst in de milieuepidemiologie en heeft een goed tot zeer goed niveau. Wel zijn, ondanks de recente publicatie, al sporen van veroudering te zien, zoals vaak het geval is bij boeken die door meerdere auteurs zijn geschreven. Zo maakt epidemiologisch onderzoek dat onlangs in de Verenigde Staten is verricht aannemelijk dat de concentratie lood in het bloed waarbij ongunstige effecten op de ontwikkeling van het zenuwstelsel optreden, beduidend lager is dan op bladzijde 19 van dit boek is aangegeven.

Environmental epidemiology heeft een gespecialiseerd karakter en zal daarom waarschijnlijk vooral ter hand worden genomen door assistent-geneeskundigen en door gevorderde studenten die tot master worden opgeleid of willen promoveren. Deze studenten en artsen horen geschoold te worden in het kritisch lezen van artikelen in de wetenschappelijke vakpers. Op dat punt biedt dit boek mijns inziens te weinig. Ook vind ik het jammer dat niet meer aandacht is besteed aan controversen op het gebied van milieuepidemiologisch onderzoek. Voorbeelden van controversiële epidemiologische studies zijn die over de mogelijke effecten van thans gangbare blootstellingen aan kwik, en die over het vóórkomen van leukemie bij mensen die in de buurt van radio- en tv-zendmasten wonen.

Wat is de oorzaak van de controversen over deze onderzoeken? Is het onderzoek slecht opgezet? Zijn verstorende factoren (‘confounders’) onvoldoende uitgesloten? Is de statistiek van slechte kwaliteit? Is er onvoldoende duidelijkheid over een mogelijk werkingsmechanisme? Is er een belangenstrijd? Is er bemoeienis van tegenstanders die milieuepidemiologie toch al onzin vinden? Controversen over milieuepidemiologisch onderzoek komen veel voor en het is belangrijk om de aspirant-beoefenaars van deze tak van wetenschap te laten zien welke factoren daaraan kunnen bijdragen.