Eiwitrijke of eiwitarme voeding bij het nefrotische syndroom?
Open

In het kort
11-03-1987
H.J. Voerman

Een nefrotisch syndroom gaat door de proteïnurie gepaard met een verkleining van de plasma- en extravasculaire albuminepool. In de hoop de synthese van albumine te activeren en zo de albumineconcentratie in het plasma te optimaliseren, werd tot op heden een eiwitrijke voeding geadviseerd. De observatie dat eiwitrijke voeding ook de eiwituitscheiding in de urine doet toenemen zonder gelijktijdige stijging van het albuminegehalte in het plasma, deed Kaysen et al. besluiten een onderzoek te doen naar het effect van de hoeveelheid voedingseiwit op het albuminemetabolisme en de uitscheiding.1 Bij 9 patiënten met een nefrotisch syndroom (3 maal membraneuze nefropathie, 1 maal focaal-segmentale glomerulosclerose, 2 maal amyloïdose, 1 maal membranoproliferatieve glomerulopathie, 1 maal diabetische nefropathie en één patiënt met een solitaire nier), maten zij het totale eiwitgehalte in het serum en het albuminegehalte, het totale eiwit- en albumineverlies met de urine, en de creatinineklaring. Aan de hand van daling van de radioactiviteit in de tijd na toediening van 125I-albumine konden ook de albuminesynthese en het katabolisme worden berekend. Ook de fractionele albumine-excretie en het katabolisme ten opzichte van de totale albuminepool, werden bepaald.

Gedurende 2 weken kregen alle patiënten een eiwitrijk dieet met 1,6 g eiwitkg lichaamsgewicht en vervolgens gedurende eenzelfde periode een dieet met weinig eiwit (0,8 gkg lichaamsgewicht). De volgorde wisselde en bleek geen invloed op de resultaten te hebben. Bij alle patiënten werd een daling van de albumine-uitscheiding tijdens het eiwitarme dieet gezien. Ook de albuminesynthese en het fractionele albuminekatabolisme namen af. Het albuminegehalte in het serum steeg echter. Hieruit blijkt dat de eiwituitscheiding niet afhankelijk is van de albumineconcentratie in het serum. De schrijvers maken aannemelijk dat de veranderde uitscheiding voor een klein deel het gevolg is van een veranderde glomerular filtration rate (GFR), doch dat de meeste veranderingen zich waarschijnlijk voordoen door veranderingen in de karakteristieken van de ultrafiltratie. Tijdens eiwitrijke voeding werd wel een verhoogde albuminesynthese gezien waarvan echter de helft weer via de nier werd uitgescheiden. Bij beide patiënten met amyloïdose nam de eiwitsynthese niet toe; dit is wellicht toe te schrijven aan amyloïddepositie in de lever.

Bekend is dat eiwitbeperking de progressie van nierinsufficiëntie kan vertragen. Onlangs nog werd in dit tijdschrift hieromtrent gerefereerd.2 Ook bij patiënten met een nefrotisch syndroom lijkt eiwitbeperking zinvol daar de proteïnurie vermindert en het albuminegehalte in het plasma stijgt.

Literatuur

  1. Kaysen GA, Gambertoglio J, Jimenez J, Jones H, HutchinsonFN. Effect of dietary protein intake on albumin homeostasis in nephroticpatients. Kidney Int 1986; 29: 572-7.

  2. Donker AJM. Eiwitbeperkte voeding en de progressie vannierinsufficiëntie. NedTijdschr Geneeskd 1985; 129: 1079-81.