Effecten van het bevolkingsonderzoek naar borstkanker

Stand van zaken
01-03-2013
André L.M. Verbeek, Mireille J.M. Broeders, Suzie J. Otto, Jacques Fracheboud, J.D.M. (Hans) Otten, Roland Holland, G.J. (Ard) den Heeten en Harry J. de Koning
  • Jaarlijks ondergaan in Nederland circa 900.000 vrouwen in de leeftijd van 50-75 jaar een mammografie in het kader van het bevolkingsonderzoek naar borstkanker.

  • Hierbij worden meer dan 5000 mammacarcinomen ontdekt (0,6% van de gescreende vrouwen); van deze maligniteiten bevindt 70% zich in een stadium < II, wat prognostisch gunstig is.

  • Door vroege ontdekking en behandeling van het mammacarcinoom is de kans op overlijden voor vrouwen die deelnemen aan het bevolkingsonderzoek de helft lager dan voor vrouwen die zich niet laten screenen.

  • De keerzijde van het bevolkingsonderzoek is dat deelnemers relatief vaak naar een ziekenhuis worden verwezen voor aanvullende diagnostiek (circa 2%), terwijl bij 70% van hen uiteindelijk geen sprake is van kanker.

  • De positief voorspellende waarde van het bevolkingsonderzoek is 30%.

  • Vroege ontdekking leidt ook tot overdiagnostiek bij patiënten met mammacarcinomen die zonder screening nimmer klinisch manifest zouden worden. Op basis van computersimulaties wordt geschat dat in Nederland overdiagnostiek plaatsvindt bij 9% van de patiënten bij wie door het bevolkingsonderzoek een mammacarcinoom is vastgesteld.