Een kleuter met een gecompliceerd loopoor

Wat is de diagnose?
Domenique M.J. Müller
H.P.H. (Rick) Hundscheid
Digna M.A. Kamalski
Citeer dit artikel als: Ned Tijdschr Geneeskd. 2021;165:D6356
Abstract

Casus

Een 4-jarige jongen, bekend met recidiverende otitis media, werd verwezen naar een universitair ziekenhuis wegens een persisterend loopoor links, algehele malaise, vermoeidheid en koortspieken. 2 weken voor de verwijzing ontwikkelde hij koorts en otalgie en otorroe links. De huisarts startte met flucloxacilline op verdenking van een otitis externa. Desondanks verergerden de klachten en ging het oor afstaan, waarna de diagnose mastoïditis werd gesteld. De geconsulteerde kno-arts van een algemeen ziekenhuis plaatste vervolgens een trommelvliesbuisje ter drainage en verbreedde het antibioticaspectrum (dexamethason/framycetine/gramicidine topicaal, amoxicilline/clavulaanzuur intraveneus). Ondanks adequate therapie bleven de otorroe, algehele malaise, vermoeidheid en koortspieken bestaan. Er werd gedacht…

Auteursinformatie

Universitair Medisch Centrum Utrecht, Utrecht, afd. Neurochirurgie: D.M.J. Müller, arts-assistent; afd. KNO: H.P.H. Hundscheid, arts-assistent; D.M.A. Kamalski, kno-arts.

Contact D.M.J. Müller (domenique.muller@gmail.com)

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning: geen gemeld.

Auteur Belangenverstrengeling
Domenique M.J. Müller ICMJE-formulier
H.P.H. (Rick) Hundscheid ICMJE-formulier
Digna M.A. Kamalski ICMJE-formulier
Dit artikel is gepubliceerd in het dossier
Huisartsgeneeskunde

Reacties

Jos WM
van der Meer

22 december 2021 - 23:48

In het artikel “Een kleuter met een gecompliceerd loopoor” van Müller et al is er sprake van een otogeen epiduraal abces. Wat ik mis in deze ernstige casus is in de eerste plaats het resultaat van microbiologisch onderzoek (Grampreparaat en kweek van de pus, eventueel moleculair microbiologisch onderzoek). In de tweede plaats ontbreekt reflectie over de potentiële verwekker(s) van deze ernstige infectie. Er zijn nogal wat antibiotica gegeven bij een reeds bestaand chronisch loopoor. Hierdoor is het voorspellen van de verwekker(s) en de antibiotische gevoeligheid ervan niet goed mogelijk. Des te belangrijker is het dus om alle moeite te doen een microbiologische diagnose te stellen. Bij de keuze cefriaxon en metronidazol kan ik me wel iets voorstellen, maar men dient zich wel te realiseren dat hiermee bijvoorbeeld een Pseudomonas aeruginosa of een ander resistent Gram-negatief microorganisme niet gedekt is. Gelukkig voor het patiëntje is het goed gegaan.

Jos W.M. van der Meer, emeritus hoogleraar interne geneeskunde, Radboud umc

Wij danken collega prof.dr.em. Van der Meer voor deze waardevolle reactie. Wij zijn het met onze collega eens dat er op geleide van de kweken gehandeld moet worden. Echter, werd er uit de kweek van zowel het algemene ziekenhuis als het universitaire ziekenhuis geen verwekker gekweekt en bleef het grampreparaat uit. Het gebeurt frequent dat de verwekker onbekend blijft, zeker als deze ook onder antibiotica is gekweekt. De medisch microbioloog was actief betrokken bij deze casus en adviseerde dan ook voor de otogene dekking initieel intraveneus breedspectrum Augmentin te geven, met Sofradex voor lokale dekking. Omdat de jongen verslechterde ondanks deze standaardtherapie, werd er geswitched, in overleg met de medisch microbioloog, naar een bredere dekking met ceftriaxon/metronidazol standaard voor intracraniële abcessen. Omdat er nadien geen verwekker is gekweekt, maar de jongen wel vlot opknapte, is besloten de jongen met deze antibiotica uit te behandelen.

namens de auteurs,

Domenique Müller, arts-assistent neurochirurgie, UMC Utrecht