Een Epstein-Barr-virusinfectie met ernstige gevolgen

EBV, hemofagocytaire lymfohistiocytose en Hodgkin-lymfoom bij Down-syndroom
Casuïstiek
20-06-2014
Pieter C.J. Kuitert, Floor C.H. Abbink, Chantal J.M. Broers, Paul van der Valk, A. Marceline van Furth en Martijn van der Kuip

Leerpunten

Het Epstein-Barr-virus is de belangrijkste verwekker van mononucleosis infectiosa en blijft na primaire infectie levenslang aanwezig in B-lymfocyten.

In uitzonderlijke gevallen, met name bij immuungecompromitteerde patiënten, kan het EBV leiden tot een chronisch actieve infectie (CAEBV).

CAEBV is het gevolg van disfunctie van EBV-specifieke cytotoxische T-lymfocyten en kan mogelijk het gevolg zijn van immuundeficiënties die bij patiënten met het Down-syndroom optreden.

CAEBV is gerelateerd aan enkele levensbedreigende complicaties, waaronder hemofagocytaire lymfohistiocytose (HLH).

EBV is geassocieerd met onder andere Hodgkin-lymfoom, Burkitt-lymfoom en nasofaryngeaal carcinoom.