Een eindspel tegen tabak?

Opinie
Johan P. Mackenbach
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2012;156:A5850
Abstract
Download PDF

artikel

Sigaretten zijn het dodelijkste consumentenproduct ooit. Van alle levenslange rokers overlijdt de helft aan de gevolgen van hun tabaksgebruik, gemiddeld zo’n 10 tot 15 jaar vóór de leeftijd waarop ze anders zouden zijn gestorven. In de loop van de 20e eeuw zijn wereldwijd 100 miljoen mensen aan het roken van tabak overleden – meer dan aan de gevolgen van 2 wereldoorlogen – en als de huidige trends zich voortzetten zal roken in de 21e eeuw nog eens zo’n 1 miljard dodelijke slachtoffers eisen.1

Het heeft lang geduurd voordat tegenmaatregelen tegen deze epidemie op gang kwamen, maar inmiddels wordt wereldwijd en onder leiding van de Wereldgezondheidsorganisatie gewerkt aan het terugdringen van tabaksgebruik. In het welvarende deel van de wereld, waar sigaretten roken voor het eerst op grote schaal voorkwam, is onder invloed van voorlichting, accijnzen, verboden op roken in openbare ruimten en vele andere tegenmaatregelen het percentage rokers behoorlijk gedaald. In sommige landen, zoals Zweden en Australië, rookt inmiddels minder dan 20% van de volwassen bevolking.2

Hoewel de rooktrends in andere landen, met name de opkomende economieën, voorlopig nog de verkeerde kant opgaan, wordt er toch al gedroomd van een tijd waarin roken helemaal zal zijn uitgebannen. Volgens deskundigen vereist dit een ‘eindspel’ met radicale maatregelen. Het terugdringen van de vraag naar en het gebruik van tabak door maatregelen die gericht zijn op consumenten, is daarvoor niet voldoende. Zonder de bedrijfstak aan banden te leggen zullen de op winst gerichte bedrijven die zich met de productie en distributie van tabak bezighouden immers steeds opnieuw kans zien om nieuwe rokers te vinden en hen aan zich te binden.3

De vergelijking dringt zich op met de bestrijding van infectieziekten waarvan het ziekmakende micro-organisme door insecten of andere vectoren wordt overgebracht. Een effectieve bestrijding van deze ziekten is vaak alleen mogelijk met vectorcontrole, zoals de verdelging van muskieten. Evenzo is een afdoende bestrijding van tabaksgebruik waarschijnlijk alleen mogelijk als de betreffende ‘vector’ – de bedrijfstak die het ziekmakende agens verspreidt – onschadelijk wordt gemaakt.4

Dat van de tabaksindustrie alleen tegenwerking kan worden verwacht als het gaat om het uitbannen van sigaretten roken, is evident. De tabaksindustrie zal alles doen om winstgevend te blijven en heeft in het verleden bewezen niet alleen legale maar ook illegale middelen in te zetten om haar belangen veilig te stellen. Denk bijvoorbeeld aan het moedwillig verzwijgen van de schadelijke gevolgen van tabaksrook of aan het verminderen van het draagvlak voor een strikter antirookbeleid door sigarettensmokkel op te zetten.5

Tabaksindustrie ondermijnt antirookbeleid

In een recent rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie wordt een uitgebreid overzicht gegeven van de pogingen van de tabaksindustrie om het antirookbeleid in Europa te ondermijnen. Ze probeert door beïnvloeding van politici wetgeving tegen te houden, gebruikt dekmantelorganisaties om haar acties verborgen te houden, betaalt ‘deskundigen’ om twijfel te zaaien over wetenschappelijk bewijs voor de schadelijkheid van tabaksrook, en speelt een geraffineerd spel met donaties aan goede doelen en met andere vormen van ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen’ om zich als betrouwbare partner voor te doen.6

De verwachting is dat het zelfs bij volledige implementatie van alle nu bekende en effectieve op consumenten gerichte maatregelen nog vele tientallen jaren zal duren voordat roken definitief tot het verleden behoort, ook in de meest vooroplopende landen.7 Als dat vanuit het oogpunt van de volksgezondheid onacceptabel is – en gezien de vele doden die te verwachten zijn lijkt dat toch nauwelijks een punt voor discussie – is het noodzakelijk om na te denken over radicalere maatregelen.

Pleitbezorgers van het eindspel tegen tabak betogen dan ook dat de aanbodkant gereguleerd zou moeten worden. Regulatie kan bijvoorbeeld door de distributie in handen te geven van een publieke autoriteit zonder winstoogmerk, door de tabaksindustrie te binden aan steeds kleiner wordende quota voor de verkoop van tabak, door nicotine geleidelijk uit tabak te verwijderen, of door de verkoop van tabak uiteindelijk volledig te verbieden.3,8,9

Hoewel nog geen enkel land tot dergelijke radicale maatregelen heeft besloten en de verwachting is dat deze pas haalbaar worden wanneer het percentage rokers tot onder de 15% is gedaald, wint het idee aan populariteit. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de belangstelling voor eindspelstrategieën onder beleidsmakers in Nieuw-Zeeland en het adopteren van een einddoel van 0% rokers in het tabaksbeleid in Finland.10

Nederland

Intussen zijn we in Nederland met achterhoedegevechten bezig. De Nederlandse volksgezondheid kampt met de erfenis van tientallen jaren terughoudend antirookbeleid, in de vorm van zeer hoge longkankercijfers. Het percentage rokers is in Nederland weliswaar gedaald tot rond de 25%,11 maar het is hoger dan in veel andere Europese landen. Het Nederlandse antirookbeleid komt bij internationale vergelijkingen niet verder dan een plaats in de middenmoot.12

Onder de huidige minister van Volksgezondheid, mevrouw Schippers (VVD), zijn zelfs enkele stappen terug in plaats van vooruit gezet. Zo is het rookverbod in de horeca versoepeld, is de ondersteuning van stoppen met roken uit het basispakket voor de zorgverzekering gehaald, en is het antirookinstituut Stivoro ontmanteld. Het is niet moeilijk om op de achtergrond de bekende tactieken van de tabaksindustrie te ontwaren. Betrokken politici, waaronder de minister van Volksgezondheid zelf, hadden in het verleden banden met de tabaksindustrie. De tabaksindustrie heeft gebruikgemaakt van dekmantelorganisaties om het rookverbod in de horeca ongedaan te maken. Ook heeft het ministerie van Volksgezondheid in de afgelopen jaren geheime contacten onderhouden met de tabaksindustrie, in strijd met het wereldwijde verdrag over tabakscontrole.13

Een radicaler eindspel tegen tabak zal in Nederland helaas nog wel even een illusie blijven. Toch moeten we vooruit. In de gezondheidszorg blijft het, enkele uitzonderingen daargelaten,14 oorverdovend stil. Is het geen tijd voor meer rumoer?

Literatuur
  1. Ezzati M, Lopez AD. Estimates of global mortality attributable to smoking in 2000. Lancet. 2003;362:847-52.Medline

  2. WHO Report on the Global Tobacco Epidemic 2011. Warning about the dangers of tobacco. Genève: World Health Organization; 2011.

  3. Malone RE. Imagining things otherwise: new endgame ideas for tobacco control. Tob Control. 2010;19:349-50.

  4. Chapman S. Vector control: controlling the tobacco industry and its promotions. In: Chapman S (ed). Public health advocacy and tobacco control: making smoking history. Oxford: Blackwell Publishing Ltd; 2008.

  5. The tobacco industry documents. What they are, what they tell us, and how to search them. A practical manual. Genève: World Health Organization; 2004.link

  6. World Health Organization. Tobacco industry interference in the WHO European region. Copenhagen: World Health Organization Regional Office for Europe; 2012.

  7. Thomson G, Edwards R, Wilson N, Blakely T. What are the elements of the tobacco endgame? Tob Control. 2012;21:293-5.

  8. Laugesen M, Glover M, Fraser T, McCormick R, Scott J. Four policies to end the sale of cigarettes and smoking tobacco in New Zealand by 2020. N Z Med J. 2010;123:55-67.

  9. Borland R. A strategy for controlling the marketing of tobacco products: a regulated market model. Tob Control. 2003;12:374-82.

  10. Edwards R, Russell M, Thomson G, Wilson N, Gifford H. Daring to dream: reactions to tobacco endgame ideas among policy-makers, media and public health practitioners. BMC Public Health. 2011;11:580.

  11. Stivoro. Trendpublicatie percentage rokers. Den Haag: Stivoro; 2012.

  12. Mackenbach JP, McKee M (eds). Successes and failures of health policy in Europe over four decades: Diverging trends, converging challenges. Buckingham: Open University Press. [ter perse].

  13. Bouma J. Tabakslobby op schoot bij minister Schippers. Trouw 21 februari 2012.

  14. Dekker P, de Kanter W. Haal Schippers van tabaksdossier af. Medisch Contact. 2012;(45):2512-3.link

Auteursinformatie

Erasmus MC, afd. Maatschappelijke Gezondheidszorg, Rotterdam.

Contact Prof.dr J.P. Mackenbach, sociaal geneeskundige (j.mackenbach@erasmusmc.nl)

Verantwoording

Belangenconflict: geen gemeld. Financiële ondersteuning: geen gemeld.
Aanvaard op 22 november 2012

Dit artikel is gepubliceerd in het dossier
Roken

Gerelateerde artikelen

Reacties

Kees
Graamans

Om zijn betoog te ondersteunen bedient de auteur zich van een vergelijking die niet deugt. Gesteld wordt dat in de vorige eeuw 100 miljoen mensen zijn overleden aan de gevolgen van roken en dat dit meer is dan het aantal mensen dat is overleden als gevolg van de twee wereldoorlogen. Deze cijfers zin ongetwijfeld juist, maar zij worden hier in een verkeerde context geplaatst. Mensen die aan de gevolgen van roken komen te overlijden zijn doorgaans van middelbare of oudere leeftijd. Oorlogsslachtoffers zijn voor het merendeel jonge gezonde mannen. Het totale verlies van mensjaren door oorlogshandelingen is daarmee vele malen groter van dit verlies door roken. Door de gepresenteerde tekst wordt gesuggereerd dat roken net zo slecht is voor de mensen als oorlogvoeren. Dit is niet juist.

Kees Graamans, em hoogleraar KNO

Johan
Mackenbach

Ik dank collega Graamans voor zijn reactie, en geef hem graag gelijk dat tabaksdoden gemiddeld ouder zijn dan oorlogsdoden. De bedoeling van de vergelijking was slechts om de gemiddelde lezer, die moeite zal hebben zich de enorme omvang van de gezondheidsschade door tabak voor te stellen, een eenvoudig referentiepunt te geven.  

 

Johan Makenbach

robert
de vos

Beste Hr Mackenbach,

In uw Artikel geeft u aan dat Stivoro word ontmanteld en dat ondersteuning bij stoppen met roken is wegbezuinigd.

Stivoro gaat echter in 2013 ook gewoon door met hun activiteiten alleen de publieke voorlichting is over naar het trimbos instituut ( inclusief het geld daarvoor - bezuinigingsronde)

En nog beter nieuws !, het stoppen met roken (pleisters en cursus etc.) zitten weer in het pakket, ze wonnen het van de rollator.

Deze informatie kwam via de persvoorlichting van Stivoro.

Verder deel ik uw zorgen / verbazing over de vreemde koers die onze laatste minister nam.

Robert de vos

Johan
Mackenbach

Ik dank collega De Vos voor zijn aanvullingen. In mijn  commentaar was geen ruimte om de ingewikkelde geschiedenis van de oorspronkelijk voorgenomen opheffing van Stivoro, die later is omgezet in een afspitsing van taken, uit de doeken te doen. Het is op dit moment nog onduidelijk of het restant van Stivoro in staat zal zijn om een rol als publieke waakhond en aanjager van het debat over tabaksontmoedigingsbeleid te blijven spelen. Tegenover alle negatieve ontwikkelingen van de laatste jaren staan inderdaad sinds kort ook weer positieve ontwikkelingen. Zowel de terugkeer van ondersteuning van stoppen met roken in het basispakket, als de verhoging van de leeftijdsgrens voor het kopen van tabak naar 18 jaar zijn belangrijke stappen vooruit. Hopelijk zal het nieuwe kabinet deze lijn doorzetten en de schade van de laatste jaren weer ongedaan maken.       

Johan Mackenbach

Mark
Frederikse

Geachte professor Mackenbach, dank u voor dit goede artikel. Los van mathematische vergelijkingen tussen oorlogsdoden en tabaksdoden, is de boodschap van uw artikel zeer duidelijk en actueel. Het Nederlandse tabaksbeleid is veel te slap. Het wordt de hoogste tijd dat beleidsmakers inzien dat roken geen hobby, recreatie of ´vrije keuze´ betreft, maar een zeer asociale smerige verslaving, die bovendien een gigantisch gezondheidsprobleem veroorzaakt. In het kader van de strijd wil ik lezers graag aansporen een kijkje te nemen op www.cleanairnederland.nl

Mark Frederikse, seh-arts, MC Zuiderzee