Eed van Hippokrátês

Media
J. Godderis
P.J. van der Eijk
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2006;150:2118-9
Download PDF

J.Godderis, Eed van Hippokrátês. Historische beschouwingen inzake de opdracht en de begrenzingen van het medisch handelen. 134 bl., fig. Garant, Antwerpen 2005. ISBN 90-441-1752-1. Prijs: geb. € 24,90.

De grote Griekse arts Hippocrates (circa 460-370 v.Chr.) wordt traditioneel gezien als de grondlegger van de westerse geneeskunde. In hedendaagse discussies over medische ethiek en de uitgangspunten van medisch handelen wordt zijn naam nog steeds veelvuldig genoemd. Met name aan de aan Hippocrates toegeschreven eed, maar ook aan andere teksten uit het zogenaamde Corpus Hippocraticum, wordt nog altijd veel betekenis toegekend waar het gaat om ethische vraagstukken over leven en dood, de verhouding tussen arts en patiënt en de mogelijkheden en grenzen van medisch ingrijpen.

Deze studie van de Leuvense hoogleraar Jan Godderis plaatst een aantal (historisch-)kritische kanttekeningen bij dit voortdurend beroep op het vermeende gezag van de hippocratische traditie. Hij laat zien dat de associatie van de eed (waarvan een vertaling op een apart inlegvel is bijgevoegd) met de naam van Hippocrates historisch gezien twijfelachtig is: we weten immers zo goed als niets van de oorspronkelijke context waarin de eed werd gebruikt en van de mate waarin dit document in de oudheid zelf gezaghebbend was. Ook laat hij zien dat sommige van de in de eed verwoorde ethische standpunten door andere ‘hippocratische’ geschriften worden weersproken. Niet alleen bij de representativiteit van de eed, maar ook bij de traditionele interpretatie van enkele dikwijls geciteerde passages (bijvoorbeeld het vermeende verbod op abortus en euthanasie of het principe ‘helpen of niet schaden’) plaatst Godderis kritische kanttekeningen. Zo betoogt hij, in navolging van de medisch historicus Rütten, dat het verbod op het toedienen van een dodelijk middel oorspronkelijk eerder betrekking zal hebben gehad op gifmoord dan op hulp bij zelfdoding en dat er in het Corpus Hippocraticum een grote verscheidenheid bestaat aan opvattingen ten aanzien van het al dan niet behandelen van ongeneeslijk zieken. Hij baseert zich hierbij, behalve op de Griekse teksten, ook op de moderne wetenschappelijke vakliteratuur op het gebied van de geschiedenis van de antieke geneeskunde, waarin juist de diversiteit en het competitieve, status- en reputatiegerichte karakter van de Griekse geneeskunde wordt benadrukt. Daarnaast verwijst hij veelvuldig naar Gadamers problematisering van de hermeneutische vertaalslag (‘horizonversmelting’) die onvermijdelijk optreedt bij het interpreteren van historische teksten met het oog op hun morele strekking voor het heden. Met name door Godderis nadrukkelijk als ‘katholiek’ bestempelde Hippocrates-uitleggers moeten het in dit opzicht ontgelden, als zouden zij de heidense Griekse arts te zeer voor hun christelijke kar hebben gespannen.

De auteur ontkomt overigens zelf evenmin aan een tamelijk tendentieuze, typisch postmoderne weergave (veelal in de vorm van opeenstapelingen van retorische vragen) van de in de hippocratische geschriften verwoorde opvattingen, met name in het hoofdstuk over al dan niet medisch ingrijpen bij ongeneeslijke aandoeningen. Ook in het hoofdstuk over de vraag in hoeverre medische assistentie bij zelfdoding in de oudheid uitzondering of regel was, goochelt de auteur nogal met het antieke bewijsmateriaal.

Voor welke lezersgroep dit boek in eerste instantie is bestemd, blijft onduidelijk: waar de thematiek doet vermoeden dat vooral aan een breed publiek van lezers uit de medische wereld is gedacht, wijzen de veelvuldige citaten (zowel uit het Grieks als uit moderne vreemde talen) en gedetailleerde besprekingen van interpretatiekwesties eerder in de richting van filologen, historici en filosofen. Voor wie met de vakliteratuur over antieke geneeskunde vertrouwd is, bevat dit boek zo goed als geen nieuws. Ethici – en wellicht ook historici – die zich ergeren aan het zich te pas en veelal te onpas beroepen op Hippocrates, zoals dat in ethische discussies dikwijls gebeurt, zullen dit boek als prikkelend en verfrissend ervaren. Voor velen die in de gezondheidszorg werkzaam zijn en zich door (een versie van) de hippocratische traditie geïnspireerd voelen, zal het eerder een ontnuchtering zijn.

Gerelateerde artikelen

Reacties