Nederlands tabaksontmoedigingsbeleid in internationaal perspectief

Doet Nederland het goed?

Ties Keyzer
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2017;161:C3742
Download PDF

Coalitiepartijen D66, CDA, ChristenUnie en VVD ‘steunen de doelstelling om te komen tot een rookvrije generatie’, zo valt te lezen in het regeerakkoord.1 Kinderen die nu geboren worden moeten opgroeien in een rookvrije leefomgeving, de tabaksaccijns gaat omhoog en in 2022 verdwijnen tabaksautomaten uit de horeca en krijgen supermarkten en tankstations een uitstalverbod. Ambitieuze plannen, maar internationaal bezien is de overheid allerminst een pionier. Nederland wordt op het gebied van tabaksontmoediging al jaren links en rechts ingehaald.

Internationale rookcijfers in zes beelden
 (zie ook interactieve datavisualisaties)

De Wereldgezondheidsorganisatie brengt jaarlijks een rapport uit over de ‘wereldwijde tabaksepidemie’. Dat biedt een schat aan gegevens over het tabaksbeleid in allerlei landen.2 We kozen 6 onderwerpen: hoeveel mensen roken er, wat kosten sigaretten, hoe zijn ze verpakt, hoe worden ze aan de man gebracht, welke wetten zijn er voor een rookvrije leefomgeving en is er een goede stopondersteuning?

I. Percentage regelmatige rokers (zie ook interactieve datavisualisatie)

De Europese Commissie onderzocht dit jaar de ‘houding van Europeanen tegenover tabak en elektronische sigaretten’. Het onderzoek richtte zich op inwoners van de Europese Unie ouder dan 15 jaar.3 Buiten de EU zijn de cijfers minder recent. De gegevens die de WHO heeft verzameld zijn vooral in niet-Westerse landen regelmatig verouderd of incompleet. Bij de landen die wel zijn opgenomen is de sigarettenconsumptie gemeten bij de bevolking van ouder dan 15 jaar.

In Nederland rookt 19% van de inwoners boven de 15 jaar. Alleen het Verenigd Koninkrijk (17%) en Zweden (7%) doen het beter, terwijl landen als Griekenland maar ook Frankrijk veel slechter scoren (37% respectievelijk 36%). Het opvallend lage percentage rokers in Zweden is het resultaat van een mix van overheidsbeleid en traditie. In Zweden is ‘snus’ populair; dat is tabak in poedervorm die meestal wordt gebruikt door het achter de bovenlip te stoppen.3 Australië is op het gebied van tabaksbeleid koploper en dit beleid is terug te zien in de rookcijfers: 16%. Ook daalt het percentage rokers in Australië sneller dan in Nederland, waar na jaren van stagnatie sinds 2014 weer een lichte daling van ongeveer 1,5% te bespeuren valt.4

II. Prijs van sigaretten (zie ook interactieve datavisualisatie)

Accijnsverhoging is een van de meest effectieve overheidsmaatregelen om roken terug te dringen.5 Bij een prijsverhoging van 10% daalt de consumptie met 4%. Bovendien wordt de drempel om sigaretten te kopen vooral voor risicogroepen, jongeren en rokers met een laag inkomen hoger. Voor dit overzicht dient een pakje van 20 sigaretten van een ‘A-merk’ als uitgangspunt. Als A-merk gelden bekende namen als Marlboro van Philip Morris International, Lucky Strike van British American Tobacco en Camel van Japan Tobacco Industries. Productprijzen zijn volatiel en in veel gevallen omgerekend naar euro’s. Het gaat hier dus om een momentopname.

In Nederland kost een pakje Marlboro op dit moment € 6,70. Door de accijnsverhoging wordt dat bedrag de komende kabinetsperiode jaarlijks verhoogd, beginnende in 2018 met 17 cent per pakje.6 Internationaal gezien hoort Nederland daarmee tot de landen waar roken duur is. In ontwikkelingslanden liggen de prijzen lager, maar dezelfde geldt voor het gemiddelde inkomen. Wanneer we kijken naar landen met hetzelfde welvaartsniveau, verschuift het beeld. In het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Noorwegen kost een pakje minstens € 11,00. Australië spant de kroon: daar betaal je bijna € 17,00 euro en in 2020 gaat de prijs van een pakje sigaretten daar naar € 29,00.7

III. Gezondheidswaarschuwingen (zie ook interactieve datavisualisatie)

Minstens de helft van de verpakking dient volgens de WHO voorzien te zijn van afschrikwekkende plaatjes en waarschuwingsteksten. Deze plaatjes en teksten moeten regelmatig vervangen worden, opdat de consument niet afgestompt raakt. Ook mogen op producten geen misleidende teksten als ‘light’ of ‘mild’ staan.

Nederland voldoet sinds 2016 aan deze eisen en wordt in het meest recente WHO-rapport dan ook aangemerkt als ‘high achiever’. Tot die tijd liepen we achter op landen als Vietnam, Kirgizië en Venezuela. Wel moet worden gezegd dat ook landen als Oostenrijk, Zweden en het Verenigd Koninkrijk pas in de laatste drie jaar aan de hoogste standaard voldoen.8 Tegelijk pakt een select groepje landen door met de invoering van zogeheten ‘plain packaging’: grauwgroene verpakkingen die zijn ontdaan van duidelijke merken en die voor meer dan 65% zijn voorzien van plaatjes en tekst. Australië nam in 2012 het voortouw; dit jaar volgden Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Noorwegen, Ierland, Hongarije, Slovenië en Nieuw Zeeland hebben de wetgeving inmiddels aangenomen, maar bevinden zich nog in een transitiefase.8

Opvallend genoeg stemde het parlement van Burkina Faso al in 2015 in met de wetgeving voor plain-packaging, die in 2016 in had moeten gaan. De tabaksindustrie vormt echter een sta-in-de-weg met een actieve juridische campagne, waardoor de invoering momenteel voor onbepaalde tijd is uitgesteld.9 De situatie van dit Afrikaanse land staat niet op zichzelf. De overheid van Uruguay won in 2016 met steun van de WHO een slepende rechtszaak tegen tabaksgigant Philip Morris, dat een zaak aanspande nadat Uruguay in 2006 de belasting op tabak had verhoogd en afschrikwekkende plaatjes op sigarettenpakjes verplicht had gesteld. Australië ondervindt al sinds de bekendmaking van de plain-packagingplannen in 2011 tegenwerking van tabaksfabrikanten, eerst door mediacampagnes waarin de effectiviteit van de maatregel in twijfel werd getrokken, later door langdurige rechtszaken. De laatste werd dit jaar nog uitgevochten en eindigde in een doorslaggevende overwinning voor de Australische overheid.10

IV. Reclame, promotie en sponsoring (zie ook interactieve datavisualisatie)

De tabaksindustrie stopt jaarlijks miljarden in tabaksadvertenties, promotie en sponsoring, door de WHO afgekort tot TAPS-activiteiten. Deze marketing is een effectief middel om zowel nieuwe consumenten te trekken – in ontwikkelingslanden vaak jongeren en vrouwen – als bestaande gebruikers aan een merk te binden (WHO Report 2017, 89).1 Anti-TAPS-wetgeving gaat verder dan een verbod op reclame en advertenties via radio, tv, print en sociale media. Alomvattende wetgeving gaat ook reclame op verkooppunten, het gebruik van merknamen op niet-tabaksproducten en productplacement in films en tv-series tegen.

De WHO-richtlijnen om TAPS-activiteiten tegen te gaan worden door maar weinig landen volledig opgevolgd. Ook Nederland voldoet niet aan de hoogste standaard. De meeste vormen van reclame, promotie en sponsoring mogen dan in 2002 verboden zijn, voor winkels die tabak verkopen is het nog steeds toegestaan een uithangbord met merklogo aan de gevel te hangen. Daarnaast is de sigarettenverpakking zelf ook een promotiemiddel en is er in Nederland, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Rusland maar ook Madagaskar, pas vanaf 2022 een uitstalverbod. De naleving van de wet- en regelgeving is in de best presterende landen verre van perfect, maar met naleving door 59% van de onderzochte landen gaat het op dat gebied een stuk beter dan met het realiseren van een rookvrije leefomgeving.1

V. Rookvrije leefomgeving (zie ook interactieve datavisualisatie)

Om kinderen rookvrij te laten opgroeien is een rookvrije leefomgeving essentieel. Zien roken doet roken, en daarnaast verkleint een rookvrije publieke ruimte het aantal mensen dat ongevraagd en noodgedwongen meerookt. Om aan hoogste standaard van de WHO te voldoen dient een overheid wetgeving aan te nemen die niet alleen roken in binnenruimtes verbiedt, maar ook in bijvoorbeeld het openbaar vervoer. Controle moet worden uitgevoerd door een goed uitgeruste instantie met de bevoegdheid proportionele straffen uit te delen, die in eerste plaats gericht zijn op bedrijven.1

Nederland heeft nog stappen te nemen. In 2014 werd er zelfs een stap terug gezet toen het rookverbod in de kleine horeca werd teruggedraaid. Daarnaast kunnen rokende reizigers nog bijna overal terecht bij rookplekken en in talloze openbare gebouwen, waaronder ziekenhuizen, bestaan nog rookruimtes. Nu is er slechts een handjevol Westerse landen wat wel aan de hoogste standaard voldoet, waarbij naast ‘usual suspects’ als Canada, Noorwegen en Australië ook Roemenië een voldoende scoort. Even opvallend: relatief veel landen met lage- en middeninkomens, zoals Namibië, scoren qua wetgeving beter dan Nederland.

Nu valt hier een kanttekening bij te plaatsen. Het terugdraaien van het rookverbod in kleine cafés volgde na felle protesten van horecaondernemers – gesteund door de tabaksindustrie. In ontwikkelingslanden trekt de overheid zich doorgaans minder aan van dergelijke burgerlobby’s. Daarnaast verschilt het beleid op papier nog wel eens van de realiteit. Bij slechts 40% van de landen die door de WHO als ‘best presterend’ worden aangemerkt, wordt de wetgeving ook daadwerkelijk volledig in de praktijk gebracht.1

VI. Stopondersteuning (zie ook interactieve datavisualisatie)

Bij het tabaksbeleid ligt de nadruk meestal op preventie, op het voorkómen dat vooral kinderen beginnen met roken. Tegelijkertijd wil het merendeel van de rokers stoppen en is de kans dat kinderen van rokende ouders dit gedrag kopiëren vele malen groter dan bij kinderen van wie de ouders nooit hebben gerookt of zijn gestopt. Effectieve stopondersteuning bestaat uit kundig en gepersonaliseerd advies vanuit de eerste lijn, makkelijke toegang tot informatie van gespecialiseerde instellingen, de beschikbaarheid van stophulpmiddelen en medicatie bij apotheken en financiële ondersteuning vanuit de overheid.1

De Nederlandse stopondersteuning voldoet aan de WHO-voorwaarden. Daarmee bevinden we ons in een select gezelschap. Van alle richtlijnen die de WHO voorstaat, komt stopondersteuning het langzaamst op gang. Ten opzichte van tien jaar geleden heeft een klein clubje landen zich bij de kopgroep gevoegd. Dit gaat hoofdzakelijk om welvarende landen, met een enkele opvallende uitzondering als India of Senegal. Juist omdat stopondersteuning de inzet van zowel financiële middelen als kundig personeel vereist, kiezen ontwikkelingslanden er vaak voor de toch al beperkte middelen in te zetten voor preventie.

De positieve beoordeling van Nederland zegt weinig over de effectiviteit van de stopondersteuning in de praktijk. Risicogroepen als jongeren, migranten en laagopgeleiden waarin roken min of meer als geaccepteerd geldt, zijn juist de groepen die met stopinterventies het slechtst worden bereikt.11 Het aantal interventies dat op deze groepen is toegesneden is zeer beperkt en er bestaat nog onvoldoende wetenschappelijk bewijs voor de effectiviteit op lange termijn. Het percentage Nederlandse jongeren dat zonder hulp een succesvolle stoppoging onderneemt ligt bijvoorbeeld op 6%; door deelname aan een interventie stijgt dit naar 9%.12 Nu geldt deze problematiek evengoed voor Nederland als, pak ’m beet, Senegal, maar voor geen van beide landen betekent een pluim van de WHO dat zij wat betreft stopondersteuning achterover kunnen leunen.

Conclusie

Vergeleken met mondiale koplopers als Australië, het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen komt de Nederlandse roker momenteel nog steeds makkelijk en relatief goedkoop aan sigaretten. De voorgenomen accijnsverhoging van in totaal vermoedelijk zo’n 50 cent voor de komende vier jaar haalt het niet bij de jaarlijkse 10% verhoging die de WHO voorstaat.1 Ook is Nederland nog niet overgegaan op de generieke verpakkingen zonder merklogo en kan er, zolang dat maar buiten gebeurt, bijna overal worden gerookt. Dat maatregelen in die richting ook met beperkte middelen mogelijk zijn bewijst een ontwikkelingsland als Senegal, dat over de hele linie beter scoort dan Nederland. Wil de overheid dus echt werk maken van een rookvrije samenleving, dan moet zij over de grens op zoek naar goede voorbeelden.

Literatuur
  1. Rutte M, van Haersma Buma S, Pechtold A, Segers GJ. Vertrouwen in de toekomst. Regeerakkoord 2017-2021. Den Haag: VVD-CDA-D’66-CU; 2017.

  2. WHO Report on the global tobacco epidemic 2017. Monitoring tobacco use and prevention policies. Genève: WHO; 2017.

  3. Attitudes of Europeans towards tobacco and electronic cigarettes. Special Eurobarometer 458. Europese Unie; 2017.

  4. Nationaal Expertisecentrum Tabaksontmoediging. Roken onder volwassenen: kerncijfers 2016 [factsheet]. Utrecht: Trimbos-Instituut; 2017.

  5. Willemsen MC. Het Nederlandse tabaksontmoedigingsbeleid. Ned Tijdschr Geneeskd. 2017;161;D949.

  6. Bijlage 3: Uitvoeringstoetsen nota van wijziging Belastingplan 2018. Den Haag: Ministerie van Financiën; 2017.

  7. Budget 2016-17. Tax and super: Promoting health by reducing smoking. www.budget.gov.au/2016-17/content/glossies/tax_super/html/tax_super-05.htm, geraadpleegd op 14 november 2017.

  8. Plain packaging of tobacco products: evidence, design and implementation. Genève: WHO; 2016.

  9. Boseley S. Threats, bullying, lawsuits: tobacco industry’s dirty war for the African market. The Guardian. 12 juli 2017.

  10. Miles T, Geller M. Australia wins landmark WTO tobacco plain packaging case. Reuters, 4 mei 2017.

  11. Vink JM, Otten R. Waarom rook jij wel en ik niet? Ned Tijdschr Geneeskd. 2017;161;D1243.

  12. Monshouwer K, Onrust A, Rikkerts-Mutsaerts E, Lammers J. Roken en jongeren. Ned Tijdschr Geneeskd. 2017;161;D453.

  13. NUMBEO. Price rankings by country of pack of cigarettes. www.numbeo.com/cost-of-living/country_price_rankings?itemId=17&displayCurrency=EUR, geraadpleegd op 28 november 2017.

Dit artikel is gepubliceerd in het dossier
Roken
Journalistiek

Gerelateerde artikelen

Reacties