Diagnostiek en behandeling van primair en secundair lymfoedeem

Een voet met oedeem.
Robert J. Damstra
Ad A. Hendrickx
Kirsten van Duinen
Pieter Klinkert
Janine L. Dickinson-Blok
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2022;166:D6139
Abstract

Dames en Heren,

Vandaag hebben wij het over oedeem en lymfoedeem. Veel artsen komen in aanraking met patiënten die daar last van hebben, maar zijn vaak niet op de hoogte van het complexe systeem rond oedeemvorming, de diagnostiek en de mogelijkheden van behandeling. In deze klinische les besteden wij daar aandacht aan.

Perifeer lymfoedeem is te herkennen aan uni- of bilaterale zwelling van de armen of benen en kenmerkt zich in vroege stadia als pitting oedeem en in latere stadia als niet-wegdrukbaar oedeem bij de benen, blokvormige tenen en een positief teken van Stemmer (een positief teken van Stemmer betekent dat er ter hoogte van de basisfalanx van de 2e en de 3e teen geen lengteplooi op de voetrug kan worden gemaakt, ten gevolge van de verdikking).

Het lymfesysteem heeft een sleutelrol bij regulatie van de interstitiële vochthuishouding (homeostase) en is essentieel bij immuniteit, inflammatie en vetabsorptie in de darm.1 Men spreekt van chronisch oedeem als vocht in de weefsels langer dan 3 maanden aanwezig is, ongeacht de oorzaak. Bij lymfoedeem wordt het oedeem veroorzaakt doordat het lymfesysteem functioneel of anatomisch inadequaat is bij een normaal aanbod van vocht. Lymfoedeem is geen diagnose, maar een klinisch symptoom van onderliggend lijden met…

Auteursinformatie

Nij Smellinghe, Expertisecentrum Lymfovasculaire geneeskunde (ECL), Drachten. Afd. Dermatologie: dr. R.J. Damstra, drs. K. van Duinen en dr. J.L. Dickinson-Blok, dermatologen. Afd. Fysiotherapie: A.A. Hendrickx, fysiotherapeut. Afd. Vaatchirurgie: dr. P. Klinkert, vaatchirurg.

Contact R.J. Damstra (r.damstra@nijsmellinghe.nl)

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning: ICMJE-formulieren met de belangenverklaring van de auteurs zijn online beschikbaar bij dit artikel.

Verantwoording

Het Radboudumc expertisecentrum Hecovan (Nijmegen) en het ECL in ziekenhuis Nij Smellinghe (Drachten) werken nauw samen binnen een werkgroep van de ERN voor zeldzame multisysteem-vasculaire aandoeningen (VASCERN) als de expertgroepen voor lymfatische malformaties (VASCA) en pediatrisch en primair lymfoedeem (PPL).

Auteur Belangenverstrengeling
Robert J. Damstra ICMJE-formulier
Ad A. Hendrickx ICMJE-formulier
Kirsten van Duinen ICMJE-formulier
Pieter Klinkert ICMJE-formulier
Janine L. Dickinson-Blok ICMJE-formulier
Stoornissen in het centrale lymfestelsel

Gerelateerde artikelen

Reacties

Jan
van der Meulen

In één nummer twee artikelen over aandoeningen van het lymfestelsel en een redactioneel van een adjunct-hoofdredacteur met de titel “Niemands- en grenslanden”. Ja, het tijdschrift doet zijn naam eer aan. Ver buiten Nederland voorkomende ziekten zoals lymfatische filariasis, podoconiosis en elefantiasis bij lepromateuze lepra worden niet genoemd (1).

Lymfatische filariasis onder Surinamers in Nederland is in 1968 uitvoerig in dit tijdschrift besproken (2). Maar gelukkig heeft de Wereld gezondheidsorganisatie in 2011 Suriname filaria vrij verklaard. Desalniettemin zijn er in Afrika en Zuidoost-Azië nog ongeveer 51 miljoen personen besmet en vluchtelingen uit die gebieden komen ook in Nederland (3).

Podoconiosis, lymfoedeem van de benen, wordt veroorzaakt door minerale deeltjes uit rode kleigronden afgeleid van vulkanische afzettingen met als gevolg een chronische ontsteking in de lymfevaten (4). Het komt wereldwijd voor bij ongeveer 4 miljoen mensen, bij blootsvoets werkende boeren in de hooglanden van Afrika, India en Midden-Amerika. De kans dat een vluchteling in Nederland podoconiosis heeft is nihil. Niet alleen omdat iemand met podoconiosis moeilijk kan lopen maar ook omdat het niet de standaard achtergrond is van een in Nederland verblijvende vluchteling.

Voor elefantiasis bij lepromateuze lepra geldt eveneens dat het niet waarschijnlijk is dat die aandoening bij een in Nederland verblijvende vluchteling wordt gevonden. Het is een laat symptoom van deze vorm van lepra. De persoon is al in zijn gemeenschap uitgestoten en zal nooit geaccepteerd worden om op een rubberboot de Middellandse zee over te steken. Anderzijds heb ik als internist in Nederland tweemaal de diagnose lepromateuze lepra bij een vluchteling mogen stellen. Behandeling van lepromateuze lepra met de combinatie van rifampicine, dapsone en clofazimine kan echter ook tot lymfoedeem leiden. Clofazimine wordt afgezet in de lymfeklieren, in eerste instantie leidend tot lymfoedeem van de voeten maar uiteindelijk tot gegeneraliseerd oedeem (5).

 

J. van der Meulen, basis-arts, Huisartsenpraktijk de Jagerweg Dordrecht
Literatuur

1. Ali O, Deribe K, Semrau M, Mengiste A, Kinfe M, Tesfaye A, Bremner S, Davey G, Fekadu A. A cross-sectional study to evaluate depression and quality of life among patients with lymphoedema due to podoconiosis, lymphatic filariasis and leprosy. Trans R Soc Trop Med Hyg. 2020;114:983-994.

2. Zuidema PJ. Filariasis bancrofti [Filariasis bancrofti]. Ned Tijdschr Geneeskd. 1968;112:1061-6.

3. Local Burden of Disease 2019 Neglected Tropical Diseases Collaborators. The global distribution of lymphatic filariasis, 2000-18: a geospatial analysis. Lancet Glob Health. 2020;8:e1186-e1194.

4. Oomen AP. Elephantiasis and silicates. Trans R Soc Trop Med Hyg. 1972;66:808.

5. Oommen ST, Natu MV, Mahajan MK, Kadyan RS. Lymphangiographic evaluation of patients with clinical lepromatous leprosy on clofazimine. Int J Lepr Other Mycobact Dis. 1994;62:32-6.