Diabetes mellitus in Nederland: schatting van de huidige ziektelast en prognose voor 2025

Onderzoek
Caroline A. Baan
Pieter H.M. van Baal
Monique A.M. Jacobs-van der Bruggen
Harry Verkley
Marinus J.J.C. Poos
Rudolf T. Hoogenveen
Casper G. Schoemaker
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2009;153:A580
Abstract
Download PDF

Samenvatting

Doel

Schatten van het aantal mensen met gediagnosticeerde diabetes mellitus in Nederland in 2007 met behulp van een nieuwe methode, het beschrijven van trends in het verleden en het geven van een prognose voor 2025.

Opzet

Modelberekeningen.

Methoden

Wij schatten de jaarprevalentie en incidentie van gediagnosticeerde diabetes mellitus in 2007 op basis van 5 huisartsenregistraties (Continue Morbiditeitsregistratie (CMR) Nijmegen), Landelijk Informatie Netwerk Huisartsenzorg (LINH), Registratienet Huisartsenpraktijken (RNH) Limburg), Registratie Netwerk Universitaire Huisartspraktijken Leiden en omstreken (RNUH-LEO) en het Transitieproject). Op basis van deze 5 registraties bepaalden wij tevens de trend in prevalentie over de periode 2000-2007. De prevalentie van gediagnosticeerde diabetes in 2025 werd geschat met behulp van een modelsimulatie (het zogenaamde ‘Chronische-ziektemodel’) waarbij onder andere rekening werd gehouden met demografische ontwikkelingen en een verdere toename van overgewicht in de Nederlandse bevolking in de toekomst.

Resultaten

In 2007 waren er 740.000 (95%-BI: 665.000-824.000) mensen met diabetes bekend in de zorg. Bij 71.000 (95%-BI: 57.000-90.000) werd in 2007 voor het eerst de diagnose ‘diabetes mellitus’ gesteld. In 2000-2007 steeg de jaarprevalentie van gediagnosticeerde diabetes met bijna 55%. Naar verwachting zal het aantal mensen met gediagnosticeerde diabetes stijgen tot ruim 1,3 miljoen in 2025; dat is 8% van de Nederlandse bevolking. De onzekerheid rondom de schattingen is groot.

Conclusie

De groei van het aantal diabetespatiënten in 2025 heeft gevolgen voor de zorg en vraagt de komende jaren om maatregelen op het vlak van preventie én van organisatie van zorg.

Inleiding

Wereldwijd nam het aantal mensen met diabetes de laatste decennia sterk toe, en dat gold ook voor Nederland.1 Het aantal mensen met diabetes mellitus type 2 is sterk afhankelijk van factoren als de vergrijzing, een verbeterde overleving en de toename van overgewicht. Daarnaast mag men aannemen dat vanaf 1990 de vroegherkenning van mensen met diabetes in de eerste lijn sterk verbeterde.2,3

Het huidige aantal mensen met gediagnosticeerde diabetes in Nederland is onbekend. In 2005 schatte het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) dat er in 2003 600.000 patiënten in Nederland waren. Deze schatting was gebaseerd op gegevens van huisartsenregistraties. Een recentere schatting van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is gebaseerd op zelfrapportage.

In dit artikel schatten wij de prevalentie en de incidentie van gediagnosticeerde diabetes in Nederland in 2007, op basis van huisartsenregistraties. Hierbij kwantificeren we ook de betrouwbaarheid van de schattingen. Daarnaast gaan we in op trends in het verleden en in de toekomst; het aantal mensen met gediagnosticeerde diabetes in 2025 schatten we door middel van een modelprojectie.

Data en methoden

Er is in Nederland een aantal grote huisartsenregistratieprojecten. Hierin worden ziektegevallen geregistreerd naar leeftijd en geslacht. De registraties verschillen onderling, bijvoorbeeld in omvang, representativiteit, de wijze van registreren en het omgaan met multimorbiditeit. Het is door de verschillende voor- en nadelen van de registraties niet goed mogelijk om een onderbouwde keuze te maken voor een registratie die het beste de prevalentie en incidentie van diabetes in Nederland schat.4 Voor onze analyses hebben we daarom gebruikgemaakt van gegevens uit verschillende registraties om de incidentie en prevalentie te modelleren. De onzekerheid hebben we gekwantificeerd in een betrouwbaarheidsinterval. De gebruikte 5 registraties hebben een totale populatie van 500.000 patiënten, verdeeld over ongeveer 140 huisartsenpraktijken (tabel).

Figuur 1

De grootste van deze registraties, het Landelijk Informatie Netwerk Huisartsenzorg (LINH), heeft een landelijke dekking. Alleen de Continue Morbiditeitsregistratie (CMR) Nijmegen maakt een onderscheid tussen diabetes mellitus type 1 en type 2; bijna 90% van de patiënten heeft type 2. Omdat de overige registraties dat onderscheid niet maken, kunnen wij dat in dit artikel ook niet doen. Meer informatie over de huisartsenregistraties is te vinden op de website Nationaal Kompas Volksgezondheid van het RIVM (www.rivm.nl/vtv/object_document/o3180n16912.html).

Heden: schattingen van incidentie en prevalentie 2007

In de analyses werden van de 5 huisartsenregistraties de volgende data gebruikt: aantal personen in de registratie, aantal personen met diabetes op 1 januari 2007 en aantal nieuw gediagnosticeerde patiënten in 2007. Alle gegevens waren gespecificeerd naar geslacht en 18 leeftijdsklassen (0-4, 5-9, 10-14 enzovoort, ≥ 85). Om een schatting te maken van de incidentie in Nederland in 2007 pasten wij een regressiemodel op de data toe met een zogenaamd ‘random intercept’ per registratie. Deze random intercept ‘vangt’ als het ware de verschillen tussen de registraties. Verklarende variabelen in dit regressiemodel waren polynomen van leeftijd (zoals leeftijd en leeftijd in het kwadraat), een dummyvariabele voor geslacht, en interacties tussen de polynomen van leeftijd en geslacht, bijvoorbeeld leeftijd in het kwadraat maal geslacht. Om het optimale regressiemodel te selecteren, in termen van aantal polynomen en interacties, maakten wij gebruik van het zogenaamde ‘Bayesian information criterion’. Voor de jaarprevalentie werd dezelfde aanpak gekozen, maar daarbij veronderstelden wij dat de prevalentie binomiaal is verdeeld en de incidentie een poisson-verdeling volgt.

Met behulp van voorspellingen van de optimale regressiemodellen voor de gemiddelde registratie maakten wij een schatting van de incidentie en de prevalentie. De geschatte prevalenties op 1 januari 2007 (puntprevalenties) werden vermenigvuldigd met bevolkingsaantallen op die datum om een totaalschatting voor Nederland te maken. Geschatte incidenties voor 2007 werden vermenigvuldigd met gemiddelde bevolkingsaantallen in 2007 om een totaalschatting voor Nederland te maken. Jaarprevalentie werd gedefinieerd als de som van de puntprevalentie en de incidentie. Schattingen van onzekerheid rondom de schatting van de jaarprevalentie verkregen wij via een monte-carlosimulatie en deze zijn op te vatten als een 95%-betrouwbaarheidsinterval.

Verleden: trends

Prevalentietrends over de periode 2000-2007 werden gebaseerd op de 5 huisartsenregistraties. De trends in incidentie werden alleen gebaseerd op de CMR-Nijmegen en het Registratienet Huisartspraktijken (RNH) Limburg, omdat deze 2 registraties al veel langer bestaan. Er werd een 3-jarig voortschrijdend gemiddelde berekend, gestandaardiseerd naar de bevolking van 1990 en geïndexeerd (1991 = 100).

Toekomst: projecties

Om een prognose te geven voor de prevalentie van diabetes mellitus in 2025 voerden wij een simulatie uit met het zogenaamde ‘Chronische ziektemodel’ (CZM).9,10 Deze modelmatige projectie voor diabetes geeft de waarschijnlijkste schatting voor het toekomstige aantal mensen met diabetes door gegevens over demografie, prevalentie, incidentie en sterfte door diabetes, en prevalentie van overgewicht te combineren. Alle op elkaar afgestemde gegevens in het model waren grotendeels gebaseerd op gegevens uit 2003. De projecties met het CZM startten in 2005.

Resultaten

Hedendaagse prevalentie

Naar schatting waren er in 2007 in Nederland 740.000 mensen met gediagnosticeerde diabetes mellitus (95%-BI: 665.000-824.000); 45 (95%-BI: 40-50) per 1000 mannen en 46 (95%-BI: 41-51) per 1000 vrouwen. Op 1 januari 2007 was het aantal 668.000 (95%-BI: 589.000-757.000), een puntprevalentie, en in de loop van 2007 kwamen daar ongeveer 71.000 nieuwe patiënten bij. De jaarprevalentie nam toe met de leeftijd (figuur 1). De gemiddelde leeftijd van alle gediagnosticeerde diabetespatiënten was in 2007 64 jaar voor mannen en 68 jaar voor vrouwen.

Figuur 2

Hedendaagse incidentie

In 2007 werden 71.000 (95%-BI: 57.000-90.000) nieuwe patiënten met diabetes gediagnosticeerd, ongeveer evenveel mannen als vrouwen. De incidentie nam toe met de leeftijd (figuur 2).

Figuur 3

Prevalentie in het verleden

In de periode 2000-2007 steeg de jaarprevalentie van diabetes met bijna 55%: van 480.000 naar 740.000 mensen. In 2000-2003 steeg de prevalentie sneller, met 8% per jaar, dan in 2003-2007, toen het 5% per jaar was.

Incidentie in het verleden

De incidentie van diabetes mellitus steeg flink in 1990-2007, maar er waren grote verschillen tussen de 2 gebruikte registraties (figuur 3). In deze periode bleek de kans om als nieuwe patiënt met diabetes gediagnosticeerd te worden in de CMR-registratie te zijn gestegen met 41% voor vrouwen en 72% voor mannen. In de RNH-registratie steeg de incidentie voor vrouwen en mannen met respectievelijk 104 en 197%. In beide registraties leek de incidentie voor vrouwen vanaf 2004 niet verder te stijgen.

Figuur 4

Prognose voor 2025

In de modelprojectie nam het aantal mensen met gediagnosticeerde diabetes mellitus toe van 623.000 in 2005 tot 1,32 miljoen in 2025 (figuur 4). Deze toename is het resultaat van 3 verschillende ontwikkelingen: demografische, historische en toekomstige.

Figuur 5

Demografische ontwikkelingen

De omvang van de Nederlandse bevolking zal volgens het CBS toenemen van 16,3 miljoen in 2005 tot 16,9 miljoen in 2025.11 Het aandeel 65-plussers stijgt daarbij van 14 naar 21%. In de CZM-projectie groeit de Nederlandse bevolking tot ruim 16,4 miljoen in 2025; in dit model wordt namelijk geen rekening gehouden met migratie en ook niet met een stijging van de levensverwachting in de toekomst. Het aandeel 65-plussers stijgt in het model tot 20% in 2025. Op basis van alleen de demografische ontwikkelingen in het model zal het aantal mensen met diabetes mellitus toenemen tot 803.000 in 2025.

Historische ontwikkelingen

De leeftijdsspecifieke prevalentie van diabetes neemt toe over de tijd, doordat de instroom (incidentie) groter is dan de uitstroom (sterfte). Dit is het gevolg van ontwikkelingen in het verleden zoals de toename van overgewicht, de verbeterde overleving en verbeterde vroegtijdige opsporing. Als er, behalve met de demografische ontwikkelingen, rekening gehouden wordt met de ontwikkelingen in het verleden, neemt het aantal mensen met diabetes toe tot 1,22 miljoen in 2025.

Toekomstige ontwikkelingen

Als we aannemen dat het aantal mensen met overgewicht in de toekomst in hetzelfde tempo zal blijven stijgen als in de periode 1985-2000, dan stijgt het percentage mensen met overgewicht van 42 in 2005 tot 56 in 2025. Het verwachte aantal mensen met gediagnosticeerde diabetes in 2025 neemt, als we rekening houden met demografische, historische en toekomstige ontwikkelingen, toe tot 1,32 miljoen.

Beschouwing

Volgens onze schatting waren er in 2007 ongeveer 740.000 mensen met gediagnosticeerde diabetes in Nederland. De prevalentie is de afgelopen jaren sterk gestegen en de verwachting is dat er in 2025 ongeveer 1,3 miljoen mensen met gediagnosticeerde diabetes zullen zijn.

Methodologische kanttekeningen

De schattingen in dit artikel zijn gebaseerd op het aantal mensen dat met diabetes bij de huisarts bekend is. Het totale aantal mensen met diabetes ligt echter veel hoger. In de jaren negentig van de vorige eeuw bleek namelijk dat ongeveer 50% van de mensen met diabetes niet gediagnosticeerd was.12 Het lijkt onwaarschijnlijk dat deze situatie nu nog van toepassing is, gezien de inspanningen die zijn geleverd op het terrein van de vroegtijdige opsporing. Recente Nederlandse cijfers zijn op dit moment echter niet beschikbaar. Daarnaast komen de meeste bewoners van verpleeghuizen niet in de huisartsenregistraties voor.4 Doordat de prevalentie van diabetes onder hen hoger is dan onder ouderen in de huisartsenpopulatie, wordt de prevalentie voor deze leeftijdsgroep onderschat.13 Doordat het aantal mensen in verpleeghuizen niet heel groot is, blijft het effect op de schattingen echter beperkt.

Er is een grote variatie in incidentie en prevalentie van diabetes tussen de huisartsenregistraties. Dat is niet uniek voor diabetes, en ook niet voor de huisartsenregistraties in Nederland.4 Dit kan bijvoorbeeld komen doordat het vóórkomen van ziekten in de praktijkpopulaties verschilt, maar ook doordat de algemene werkwijze van de registraties verschilt en de wijze waarop prevalentie- en incidentiecijfers worden berekend. Daarnaast is het aantal gediagnosticeerde patiënten met diabetes mellitus type 2 afhankelijk van de mate waarin de huisarts aan vroege opsporing doet. Het is niet goed mogelijk om te corrigeren voor verschillen in werkwijze. Wij voerden in ons onderzoek een correctie uit voor verschillen in leeftijd en geslacht tussen de patiëntpopulaties.

De schattingen van de incidentie en de prevalentie van 2007 worden hier gepresenteerd met 95%-betrouwbaarheidsintervallen. Dit is nieuw ten opzichte van eerdere schattingen, waarbij alleen gemiddelden werden gepresenteerd. Vooral bij de incidentie is de onzekerheid rond de schatting vrij groot. Ook de trend in incidentie bleek behoorlijk te verschillen tussen de 2 gebruikte registraties: de CMR en de RNH. In de periode 1998-2000 liet de CMR een tijdelijk verhoogde incidentie zien, die hoogstwaarschijnlijk veroorzaakt werd door een screeningsproject naar diabetes dat eind jaren negentig in de praktijken van de CMR-Nijmegen plaatsvond. De huisartsen volgden strikt de NHG-standaard ‘Diabetes mellitus’, waardoor er een groot aantal nieuwe patiënten werd opgespoord. Er lijkt dus sprake te zijn geweest van een tijdelijk inhaaleffect. Dit kan tevens een reden zijn dat de incidentie in de CMR-Nijmegen na 2000 lager was dan in de RNH.

De schattingen voor de toekomst zijn projecties, inclusief de onzekerheidsmarges daaromheen, die weergeven wat we kunnen zeggen gezien de huidige stand van zaken en kennis. Daarnaast zijn er onzekerheden die buiten de projectie blijven. In deze projectie wordt bijvoorbeeld geen rekening gehouden met een eventuele verdere groei van de bevolking door een verdere stijging van de levensverwachting, voor zowel mensen met als zonder diabetes, of met een sterke toename van het aantal mensen uit bevolkingsgroepen met een verhoogd risico op diabetes, zoals mensen van Turkse, Marokkaanse of Hindoestaanse afkomst. Deze ontwikkelingen zouden de uitkomst van de prognose hoger doen uitvallen.

Vergelijking met ander recent onderzoek

Recent heeft het CBS schattingen gepresenteerd van de puntprevalentie van diabetes in Nederland, op basis van zelfrapportage (www.cbs.nl/nl-NL/menu/themas/gezondheid-welzijn/publicaties/artikelen/archief/2009/2009-2718-wm.htm).14 Volgens het CBS waren er in 2007/’08 ongeveer 639.000 mensen met diabetes in Nederland, dat wil zeggen 3,9% van de bevolking. Dit is vergelijkbaar met onze schatting van het aantal diabetespatiënten op 1 januari 2007 (670.000), in die zin dat het cijfer binnen het 95%-betrouwbaarheidsinterval van onze schatting valt. Ondanks de beperkingen van elk van deze methoden, lijkt deze vergelijking de aanname te ondersteunen dat de gegevens van de 5 gebruikte huisartsenregistraties voldoende representatief zijn voor heel Nederland.

In een recent trendonderzoek op grond van registraties steeg de prevalentie van diabetes in Denemarken in 1995-2007 met ruim 6% per jaar.15 Dit is vergelijkbaar met de gevonden trend voor Nederland: een stijging van 6% per jaar in 2000-2007. Opvallend is dat ook in deze Deense studie de incidentie vanaf 2004 leek te stabiliseren. Welke betekenis daaraan moet worden gehecht, is nog niet goed te zeggen.

Ook wereldwijd wordt een sterke stijging van het aantal mensen met diabetes mellitus verwacht: van 171 miljoen in 2000 tot 366 miljoen in 2030, zelfs als de prevalentie van overgewicht niet verder zou stijgen.16 In een recente Australische studie werd in een modelmatige voorspelling gekeken naar de oorzaken van de groei van het aantal mensen met diabetes in 2003-2023.17 Als belangrijkste oorzaken voor de verwachte stijging in Australië werden naast demografie vooral de toename van overgewicht en van inactiviteit genoemd. In Australië wordt diabetes daarmee in 2023 naar verwachting de ziekte met de hoogste ziektelast.

Consequenties

De verwachte groei van het aantal mensen met diabetes mellitus heeft grote gevolgen, zowel op individueel als op maatschappelijk niveau. Enerzijds vraagt dit om preventieve maatregelen: het voorkómen van diabetes en - misschien nog belangrijker - het voorkómen van overgewicht. Daarmee kan de groei van het aantal mensen met diabetes worden afgeremd, maar zeker niet gestopt. Daarom dient men ook blijven te investeren in goede en toegankelijke diabeteszorg.18

Leerpunten

  • Door de vergrijzing, de toename van overgewicht en de verbeterde opsporing is het aantal mensen met diabetes mellitus de laatste decennia wereldwijd sterk gestegen.

  • Volgens onze nieuwe schattingen waren er in 2007 ongeveer 740.000 mensen met diabetes bekend in de zorg (95%-BI: 665.000-824.000). Bij 71.000 mensen (95%-BI: 57.000-90.000) werd in 2007 voor het eerst de diagnose ‘diabetes mellitus’ gesteld.

  • Door de verschillen in de gebruikte registraties is de onzekerheid rondom de schattingen vrij groot.

  • In 2000-2007 steeg de jaarprevalentie van diabetes met 55%.

  • Naar verwachting stijgt het aantal in de zorg bekende diabetespatiënten tot ruim 1,3 miljoen in 2025. Dit komt neer op 8% van de Nederlandse bevolking.

  • De verwachte groei van het aantal mensen met diabetes vraagt om investeringen in preventie én zorg.

Literatuur
  1. Amos AF, McCarty DJ, Zimmet P. The rising global burden of diabetes and its complications: estimates and projections of the year 2010. Diabet Med. 1997;14(Suppl 5):S1-85.

  2. Rutten GE, De Grauw WJ, Nijpels G. NHG-standaard Diabetes mellitus type 2. Huisarts Wet. 2006;49:137-52.

  3. Harris MI. Undiagnosed NIDDM: clinical and public health issues. Diabetes Care. 1993;16:642-52.

  4. Gijsen R, Poos MJ. Using registries in general practice to estimate countrywide morbidity in the Netherlands. Public Health. 2006;120:923-36.

  5. Van de Lisdonk EH, van den Bosch WJ, Huygen FJ. Ziekten in de huisartsenpraktijk. Utrecht: Bunge; 2003.

  6. Van den Akker M, Metsemakers JF, Limonard CB, Knottnerus JA. General practice: a gold mine for research. Data and scientific use of the Registration Network Family Practices. Maastricht: Universiteit Maastricht; 2004.

  7. Van der Meer V, de Waal MW, Timmers AP, de Bock GH, Springer MP. Hoe up-to-date is het medisch dossier? Een onderzoek op vijf lokaties. Huisarts Wet. 2001;44:194-7.

  8. Okkes IM, Oskam SK, Lamberts H. The probability of specific diagnoses for patients presenting with common symptoms to Dutch family physicians. J Fam Pract. 2002;51:31-6.

  9. Jacobs van der Bruggen MA, Bos G, Bemelmans WJ, Hoogenveen RT, Vijgen SM, Baan CA. Lifestyle interventions are cost-effective in people with different levels of diabetes risk: results from a modeling study. Diabetes Care. 2007;30:128-34.

  10. Van Baal PH, Polder JJ, de Wit GA, Hoogenveen RT, Feenstra TL, Boshuizen HC, et al. Lifetime medical costs of obesity: prevention no cure for increasing health expenditure. Plos Med. 2008;5:e29.

  11. De Jong A. Bevolkingsprognose 2004-2050: maximaal 17 miljoen inwoners. Bevolkingstrends. 2005;53:12-8.

  12. Mooy JM, Grootenhuis PA, de Vries H, Valkenburg HA, Bouter LM, Kostense PJ, et al. Prevalence and determinants of glucose intolerance in a Dutch caucasian population. The Hoorn Study. Diabetes Care. 1995;18:1270-3.

  13. Van de Mheen PJ. Prevalentie van diabetes mellitus in verzorgingstehuizen. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu; 1989.

  14. Bruggink J-W. Van de Nederlanders heeft 4 procent suikerziekte. Webmagazine. 2009;18.

  15. Carstensen B, Kristensen JK, Ottosen P, Borch-Johnsen K. The Danish National Diabetes Register: trends in incidence, prevalence and mortality. Diabetologia. 2008;51:2187-96.

  16. Wild S, Roglic G, Green A, Sicree R, King H. Global prevalence of diabetes: estimates for the year 2000 and projections for 2030. Diabetes Care. 2004;27:1047-53.

  17. Begg SJ, Vos T, Barker B, Stanley L, Lopez DL. Burden of disease and injury in Australia in the new millennium: measuring health loss from diseases, injuries and risk factors. Public Health. 2008;188:36-40.

  18. Baan CA, Schoemaker CG, redacteuren. Diabetes tot 2025. Preventie en zorg in samenhang. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu; 2009.

Auteursinformatie

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven.

Centrum voor Preventie- en Zorgonderzoek: dr. C.A. Baan en drs. M.A.M. Jacobs-van der Bruggen, epidemiologen; dr. P.H.M. van Baal, econoom.

Centrum voor Volksgezondheid Toekomst Verkenningen: dr. H. Verkley, medisch socioloog;

drs. M.J.J.C. Poos, wiskundige; dr. C.G. Schoemaker, psycholoog.

Expertisecentrum voor Methoden en Informatie: ir. R.T. Hoogenveen, wiskundige.

Contact dr. C.A. Baan (caroline.baan@rivm.nl)

Verantwoording

Belangenconflict: geen gemeld. Financiële ondersteuning: ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Aanvaard op 27 april 2009

Dit artikel is gepubliceerd in het dossier
Diabetes mellitus

Gerelateerde artikelen

Reacties