Artikel
Inleiding
De morbiditeit en de sterfte onder volwassenen met acute bacteriële meningitis zijn nog altijd aanzienlijk, met name bij pneumokokkenmeningitis.1 2 Dierstudies toonden aan dat een ernstige ontstekingsreactie in de subarachnoïdale ruimte mede bijdraagt aan een ongunstige uitkomst en dat dexamethason een gunstig effect heeft op zowel de ontstekingsreactie…




(Geen onderwerp)
Amsterdam, december 2002,
De Gans en Van de Beek (2002:2235-40) tonen aan dat dexamethason bij de behandeling van purulente meningitis met antibiotica een gunstige invloed heeft op de uitkomst. Vooral bij de acute meningitis door Streptococcus pneumoniae was de sterfte aanzienlijk lager, namelijk 14%, terwijl die in de groep patiënten die uitsluitend met antibiotica was behandeld 34% bedroeg.
Na de ontdekking van penicilline werden patiënten met etterige meningitis aanvankelijk, niet alleen intramusculair, maar ook intrathecaal met antibiotica behandeld. Na 1950 raakte het geven van intralumbale injecties in onbruik, deels doordat de antibiotica intraveneus in verhoogde dosering gegeven konden worden. Toch stelden de resultaten ons niet gerust zodat op de afdeling Infectieziekten van het Wilhelmina Gasthuis te Amsterdam de combinatie van intrathecale behandeling en intramusculaire/veneuze toediening van antibiotica werd voortgezet.1 Bij bestudering van 493 patiënten van 1959-1975 was de sterfte van volwassen mannen en vrouwen met pneumokokkenmeningitis 10%, dus nog iets lager dan in het onderzoek van De Gans en Van de Beek. Van de meest voorkomende verwekkers van etterige meningitis leidt de pneumokok tot de ernstigste ziekte. De sterfte in de totale groep, dus door alle oorzaken en op elke leeftijd, bedroeg 6,5%, variërend van 3% bij meningokokken- en Haemophilus influenzae-meningitis tot de genoemde 10% bij de meningitis door pneumokokken en van 4% bij kinderen tot en met 12 jaar tot 10% bij volwassenen.2
Wellicht is het nuttig als de huidige generatie behandelaars nog eens onderzoekt of de combinatie van antibiotica intraveneus en in lage doses intrathecaal de resultaten nog verder zou kunnen verbeteren.
Minkenhof JE. De diagnostiek en behandeling der meningitiden. In: Acute infectieziekten. Amsterdam: Elsevier; 1963. p. 439-75.
Heide RM van der. Diagnostiek en therapie van meningitis purulenta. In: Cost WS, Mandema E, redacteuren. Spoedeisende gevallen in de interne kliniek. 5e dr. Amsterdam: Elsevier; 1979. p. 105-12.
(Geen onderwerp)
Amsterdam, december 2002,
De suggestie van collega Van der Heide om te onderzoeken of het behandelingsresultaat verder verbeterd kan worden met (tevens) intrathecale toediening van antibiotica, lijkt ons geen goed idee. Allereerst zal de penicilline-huidtest die vooraf moet gaan aan de intrathecale toediening, ter uitsluiting van penicillineovergevoeligheid, in veel gevallen leiden tot vertraging bij het instellen van de behandeling. Daarnaast is het gevaar van het maken van verdunningsfouten niet denkbeeldig met alle (mogelijke) gevolgen van dien (status epilepticus). Het dagelijks intrathecaal toedienen van 10.000 eenheden penicilline zal ook niet leiden tot veel hogere spiegels in de liquor cerebrospinalis (bij patiënten die intraveneus worden behandeld met 12 miljoen eenheden per dag) en is bovendien een omslachtige manier om dit te bewerkstelligen. Tenslotte doen wij patiënten geen plezier met een dagelijkse lumbaalpunctie.