artikel
Als aios kindergeneeskunde zag ik ooit een meisje van 14 jaar op de SEH met acute buikpijn. Tijdens de anamnese floepte ze er spontaan uit dat die buikpijn echt niet kon komen van het cocaïnegebruik, want daarmee was ze ‘jaren geleden’ al gestopt. Ik wist even niet wat ik moest zeggen.
Ik leerde wel om nooit meer aannames te doen over drugsgebruik. En sindsdien is het een vast onderdeel van m’n polikliniekroutine om mijn patiënten te informeren over de gevolgen van verschillende soorten drugs, en te sturen richting veilig gebruik.
‘Veel kinderartsen vonden dat ik drugsgebruik legitimeerde’
Op de diabetespoli die ik vroeger draaide, hadden we daarvoor een transitieplan, dat al begon vanaf de leeftijd van 12 jaar. Het werkte toe naar de overstap van kinderarts naar internist. De jongeren mochten zelf onderwerpen kiezen uit het lijstje ‘te bespreken punten voor het 18e jaar’, om per polikliniekbezoek te behandelen. Op dat lijstje stond ook alcohol- en drugsgebruik. Als jongeren ineens zonder ouders op de poli kwamen, wisten we wel wat er besproken ging worden.
Het idee dat jongeren met een chronische ziekte voorzichtiger zijn met alcohol en drugs, is een hardnekkige misvatting. Experimenteren hoort bij de adolescentie, óók bij deze groep. Juist daarom is stilzwijgen geen neutrale keuze, maar een gemiste kans.
Drugsgebruik kan bij veel chronische ziekten tot ernstige ontregeling leiden. Daarnaast ondermijnt gebruik het ziekte-inzicht. Jongeren voelen signalen dan minder goed of vergeten simpelweg te handelen. Het maakt deze groep extra kwetsbaar, juist op momenten waarop zowel autonomie als risicogedrag toenemen.
Onlangs vertelde ik hierover tijdens een congres voor kinderartsen. Maar of dit onderwerp überhaupt aandacht zou moeten krijgen in de spreekkamer, daarover waren de meningen erg verdeeld. Veel kinderartsen vonden dat ik daarmee drugsgebruik legitimeerde; ‘Als zelfs de kinderarts erover begint…’.
Maar, niet informeren over drugs beschermt niet. Integendeel, het vergroot de kans op ernstige complicaties die met tijdige kennis erover mogelijk te voorkomen waren geweest. En dat vraagt om een proactieve houding van iedere kinderarts.
Reacties