De toegangspoort tot de gildekamer van het Amsterdamse chirurgijnsgilde

Perspectief
Anne Ottenhof
Frank F.A. IJpma
Thomas M. van Gulik
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2016;160:D141
Abstract
Download PDF

Samenvatting

De toegangspoort tot de gildekamer van het Amsterdamse chirurgijnsgilde bevond zich in de 17e en 18e eeuw in de rechter hoektoren van de Waag op de Nieuwmarkt in Amsterdam. Door deze poort bereikten de chirurgijns hun gildekamer voor vergaderingen en de chirurgijnsexamens. De poort gaf ook toegang tot het Theatrum Anatomicum waar de ontledingen – anatomische lessen – plaatsvonden. In de gevel van de poort bevond zich een buste van Hippocrates met daaronder de inscriptie ‘Theatrum Anatomicum’. De reeks ‘anatomische lessen’ herinnert aan de beroemde schilderijen die in opdracht van het chirurgijnsgilde zijn gemaakt. Op de deur van de toegangspoort was aan het begin van de 17e eeuw een geraamte geschilderd dat ongeveer 200 jaar de toegangsdeur van het chirurgijnsgilde heeft gemarkeerd. Wij onderzochten vanuit historisch perspectief welke gedaantewisselingen de toegang tot de gildekamer van het Amsterdamse chirurgijnsgilde in de loop der tijd heeft ondergaan.

De Waag op de Nieuwmarkt in Amsterdam diende oorspronkelijk als stadspoort (Sint-Anthonispoort) in de stenen ommuring van de stad. In de 17e eeuw kreeg het gebouw een nieuwe bestemming als waag.1,2 Op de benedenverdieping werd koopwaar gewogen en verkocht. Op de bovenverdieping hadden een aantal gilden, waaronder dat van de Amsterdamse chirurgijns, hun intrek genomen. De toegangspoort tot de chirurgijnsgildekamer en het Theatrum Anatomicum bevond zich in de hoektoren rechts van de voorpoort. Via een wenteltrap achter de poort konden de chirurgijns hun gildekamer bereiken. Deze ruimte bevond zich achter de ramen boven de luifel van de oude voorpoort (figuur 1).

De Amsterdamse chirurgijns kwamen in de gildekamer bijeen voor vergaderingen en het afnemen van de chirurgijnsexamens. Aan de wanden hingen de wereldberoemde ‘anatomische lessen’ die in opdracht van het Amsterdamse chirurgijnsgilde als groepsportretten waren gemaakt. De bekendste is ‘De anatomische les van Nicolaes Tulp’, in 1632 geschilderd door Rembrandt.

De chirurgijns beschikten vanaf 1691 over een eigen ontleedkamer in de Waag, het Theatrum Anatomicum, gevestigd in de achtkantige koepelhal in het centrum van de Waag. Hier vonden de ontledingen plaats van lichamen van ter dood gebrachte misdadigers in de vorm van anatomische lessen ten behoeve van het anatomieonderwijs van de chirurgijns en hun leerlingen.

Het waaggebouw is tot op de dag van vandaag bewaard gebleven, inclusief de oude toegangspoort tot het chirurgijnsgilde (figuur 2). Via deze deur zijn honderden chirurgijns in de 17e en 18e eeuw, jaar in jaar uit hun gildekamer binnengekomen. Naast de chirurgijns zijn ook de docenten anatomie – ‘praelectoren’, waaronder Frederik Ruysch, Willem Röell en Petrus Camper – ooit over deze drempel gestapt om in het Theatrum Anatomicum hun anatomische lessen te geven. De huidige poort heeft niet meer de vorm die deze in de 17e en 18e eeuw had. Wij onderzochten hoe de poort die toegang verleende tot de bakermat van de Amsterdamse chirurgijns er destijds heeft uitgezien.

De ontwerptekening van de oude toegangspoort

In het Stadsarchief van Amsterdam is een oude schets van de toegangspoort van het chirurgijnsgilde bewaard gebleven (figuur 3). Deze betreft waarschijnlijk een ontwerptekening van de poort.1,3 Men vermoedt dat het ontwerp in 1619 is gemaakt, omdat de chirurgijns in dat jaar hun gildekamer hadden verhuisd van het voormalige Sint-Margarethaklooster naar de Waag. Op de tekening zijn de instructies weergegeven voor de inscripties boven de poort: ‘De letters moeten zijn als volgt HIPPOCRATES, THEATRUM ANATOMICUM, COLLEGIUM CHIRURGICUM en HUC TENDIMUS OMNES’.

Deze laatste spreuk luidt in het Nederlands vertaald: ‘Hierheen zijn wij allen onderweg’. Deze ‘memento mori’-boodschap paste goed in het gedachtegoed van de chirurgijns, die vanuit hun beroep en bij de anatomische demonstraties regelmatig werden geconfronteerd met de kwetsbaarheid van het leven en de vergankelijkheid van de mens. Op de schets is in de gevelsteen boven de deur de buste van Hippocrates uitgehouwen. Het beeld van Hippocrates is in de 19e eeuw, wellicht door vandalisme, uit de gevelsteen verdwenen. Recent, in 2014, is bij restauratiewerkzaamheden aan de poort een nieuwe buste van Hippocrates in de gevel geplaatst (zie figuur 3).

Op de deur was een geraamte afgebeeld. Een geraamte als ‘memento mori’-symbool was destijds ook afgebeeld in het wapen of zegel van het Amsterdamse chirurgijnsgilde en op de penningen die het gilde aan haar leden verleende.4-6 Nu nog tonen de penningen van de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde eenzelfde geraamte.

Bij het vergelijken van deze schets met de huidige toegangspoort van de Waag valt op dat de inscripties verschillen. Volgens de schets zijn de woorden ‘Collegium Chirurgicum’ direct boven de deur weergegeven, terwijl op die plaats boven de huidige poort de inscriptie ‘Theatrum Anatomicum’ is te lezen. Dit kan erop wijzen dat de schets een voorstudie is geweest voor het ontwerp van de toegangspoort en dat bij de bouw van de poort enkele veranderingen ten opzichte van dit ‘ontwerp’ zijn aangebracht.

De toegangspoort op oude afbeeldingen van de Waag

Wij zochten in het Stadsarchief en het archief van het Rijksmuseum naar oude afbeeldingen van de Waag. In totaal doorzochten wij 2645 afbeeldingen uit de periode 1618-1867. In deze reeks vonden wij 16 afbeeldingen waarop de toegangspoort van het Amsterdamse chirurgijnsgilde is afgebeeld. Een selectie hiervan is weergegeven in figuur 4.7,8

De oudste afbeelding van de deur met daarop afgebeeld de contouren van een skelet vonden wij in een ‘beschrijving van de stadsgeschiedenis van Amsterdam’ uit 1663 (figuur 4b).7 De eerste kleurenafbeeldingen van de toegangspoort dateren van omstreeks 1750 (figuur 4d-f). Hierop is het rechtop staande, witte skelet met de blik recht vooruit duidelijk te zien.

Het geraamte op de deur vinden wij nog een aantal malen terug op afbeeldingen tot aan het begin van de 19e eeuw (figuur 4g-j). Nadat het chirurgijnsgilde in 1798 was opgeheven en de zorg voor het anatomisch onderwijs was overgedragen aan de Commissie van Geneeskundig Toeverzicht verdween het op de deur geschilderde skelet. Op een foto van de Waag uit 1867, gemaakt door Andries Jäger, ontbreken zowel het skelet op de deur van de toegangspoort als de buste van Hippocrates in de gevelsteen.

Rembrandt voor de deur van het chirurgijnsgilde

In 1864 maakte Christoffel Bisschop (1828-1904) een schilderij waarop Rembrandt te zien is die op het punt staat een deur door te gaan. Op deze deur is een skelet afgebeeld met de opschriften ‘Theatrum Anatomicum’, ‘Collegium Chirurgicum’, ‘1619’ en ‘Huc Tendimus Omnes’ (figuur 5).9

Rembrandt was een goede bekende van de Amsterdamse chirurgijns nadat hij in hun opdracht in 1632 de anatomische les van Nicolaes Tulp had geschilderd en in 1656 de anatomische les van Jan Deijman. De deur op dit schilderij heeft verschillende overeenkomsten met de toegangspoort van het Amsterdamse chirurgijnsgilde. We zien een gedetailleerde afbeelding van het geraamte op de deur en dezelfde begeleidende inscripties. De deur op het schilderij is echter niet dezelfde als de toegangspoort van het chirurgijnsgilde in de hoektoren van de Waag. Op het schilderij staat Rembrandt immers in een voorportaal terwijl de deur in de toegangspoort in de hoektoren van de Waag een buitendeur betreft.

De overeenkomsten tussen beide deuren doen vermoeden dat de schilder zich heeft laten inspireren door de toegangspoort van het chirurgijnsgilde in de Waag. Het skelet is vrij gedetailleerd afgebeeld, maar de pose van het skelet wijkt iets af van de voorgaande afbeeldingen op de deur. Het skelet ‘kijkt’ in de richting van Rembrandt, terwijl wij op voorgaande afbeeldingen het geraamte zien met de blik recht vooruit. Desondanks zijn in dit schilderij de verschillende elementen van de toegangspoort van het Amsterdamse chirurgijnsgilde fraai verwerkt.

Tot slot

In de notulen van het chirurgijnsgilde wordt Gerard de Lairesse (1640-1711) aangemerkt als maker van de deurschildering.1,3De Lairesse was een succesvolle kunstschilder en een goede bekende van Rembrandt. De eerste afbeelding van het skelet op de deur dateert echter uit 1663 (zie figuur 4b), terwijl de in Luik geboren De Lairesse pas in 1665 voor het eerst voet zette op Amsterdamse bodem.10 Het is daarmee vrijwel uitgesloten dat Gerard de Lairesse de eerste deurschildering voor de chirurgijns heeft gemaakt. In de 17e en 18e eeuw is de schildering op de deur meerdere malen het mikpunt geweest van vernielzucht.1 Het is goed voor te stellen dat de schildering op de houten deur regelmatig gerestaureerd werd of opnieuw moest worden aangebracht gedurende een periode van ongeveer 200 jaar. Wellicht is De Lairesse een van deze restaurateurs geweest.

Op de vroege afbeeldingen van de deur is te zien dat de chirurgijns een hekje voor de deur hadden geplaatst. Op een afbeelding van de Waag uit 1767 (zie figuur 4h) is te zien dat het hekje naar buiten kon worden opgeklapt zodat deze een kleine carré voor de deur vormde. Men vermoedt dat het hekje werd geplaatst om de schilderingen op de deur te beschermen tegen vandalisme.1 Ook valt op dat rechts naast de deur een lantaarn aan de muur was bevestigd om de ingang voor de chirurgijns te verlichten. Deze lantaarn is – net als het geraamte op de deur, de buste en het hekje – in de loop der jaren verloren gegaan.

De voormalige toegangsdeur tot het chirurgijnsgilde heeft veel van zijn oorspronkelijke aanblik verloren. De toegangspoort is van historisch waarde omdat de Amsterdamse chirurgijns van weleer deze betraden voor hun bestuursvergaderingen, examens en anatomische lessen. Hieraan worden wij vandaag de dag nog herinnerd door de wereldberoemde groepsportretten van het chirurgijnsgilde en in het bijzonder ‘De anatomische les van Nicolaes Tulp’ van Rembrandt. Om de poort die toegang gaf tot de gildekamer en het Theatrum Anatomicum van het chirurgijnsgilde weer in ere te herstellen, is het wellicht te overwegen om het oorspronkelijke geraamte weer opnieuw op de deur aan te brengen.

Literatuur
  1. Kurpershoek E. De Waag op de Nieuwmarkt. Amsterdam: Stadsuitgeverij Amsterdam; 1994.

  2. Wagenaar J. Amsterdam, in zyne opkomst, aanwas, geschiedenissen, voorregten, koophandel, gebouwen, kerkenstaat, schoolen, schutterye, gilden en regeeringe. Amsterdam: Isaak Terion; 1766.

  3. Kooijmans L. De doodskunstenaar. De anatomische lessen van Frederik Ruysch. Amsterdam: Bert Bakker; 2004.

  4. IJpma FF, Teulings C, van Gulik TM. Gildepenningen van de Amsterdamse chirurgijns. Ned Tijdschr Geneeskd. 2015;159:A8647.

  5. IJpma FF, Teulings C, van Gulik TM. Oude tradities in ere hersteld. Nederlands Tijdschrift voor Heelkunde. 2012;21:159-61.

  6. Van Gulik TM, IJpma FF, Middelkoop NE. Wapenschilden van het Amsterdamse chirurgijnsgilde in de koepel van het Theatrum Anatomicum. Ned Tijdschr Geneeskd. 2014;158:A6999.

  7. Dapper O. Historische beschryving der Stadt Amsterdam. Amsterdam: Jakob van Meurs; 1663.

  8. Commelin C. Beschryvinge van Amsterdam. Amsterdam: Wolfgang, Waasberge, Boom, van Someren en Goethal; 1693.

  9. Keeman JN. Rembrandt op het punt te beginnen aan het schilderen van de anatomische les van Dr. Tulp. Ned Tijdschr Geneeskd. 2006;150:2738.

  10. De Vries L. Gerard de Lairesse, an artist between stage en studio. Amsterdam: Amsterdam University Press; 1998.

Auteursinformatie

Flevoziekenhuis, afd. Heelkunde, Almere.

Drs. A. Ottenhof, arts-assistent in opleiding tot chirurg.

Universitair Medisch Centrum Groningen, afd. Heelkunde, Groningen.

Dr. F.F.A. IJpma, chirurg.

Academisch Medisch Centrum/Universiteit van Amsterdam, afd. Heelkunde, Amsterdam.

Prof.dr. T.M. van Gulik, chirurg.

Contact dr. F.F.A. IJpma (frankijpma@gmail.com)

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning: geen gemeld.

Auteur Belangenverstrengeling
Anne Ottenhof ICMJE-formulier
Frank F.A. IJpma ICMJE-formulier
Thomas M. van Gulik ICMJE-formulier

Gerelateerde artikelen

Reacties