De standaard 'Perifeer arterieel vaatlijden' (eerste herziening) van het Nederlands Huisartsen Genootschap; reactie vanuit de chirurgie

Opinie
D.A. Legemate
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2004;148:1480-1
Abstract

Zie ook de artikelen op bl. 1478 en 1490.

De recent verschenen 1e herziening van de NHG-standaard ‘Perifeer arterieel vaatlijden’ reflecteert grote deskundigheid van de werkgroep die de standaard formuleerde.1 2 Op de voornamelijk op wetenschappelijk bewijs gebaseerde adviezen aan de Nederlandse huisarts valt niet veel af te dingen. Een aantal punten wil ik nog onder de aandacht brengen.

Ten opzichte van de eerste standaard valt op dat er veel meer aandacht is voor secundaire preventie. Dit is in overeenstemming met de visie van vaatspecialisten in Nederlandse ziekenhuizen. Perifeer arterieel vaatlijden is geen op zichzelf staande afwijking, maar moet beschouwd worden als een onderdeel van gegeneraliseerde atherosclerose. De afstemming wat betreft het standaardgebruik van trombocytenaggregatieremmers is op dit punt goed. Een verschil bestaat echter over het gebruik van statinen. Deze standaard verwijst daarbij naar de NHG-standaard ‘Cholesterol’ uit 2000, waarin geadviseerd wordt een statine voor te schrijven bij…

Auteursinformatie

Academisch Medisch Centrum/Universiteit van Amsterdam, afd. Chirurgie, Meibergdreef 9, 1105 AZ Amsterdam.

Hr.prof.dr.D.A.Legemate, vaatchirurg/klinisch epidemioloog.

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties

Utrecht, juli 2004,

Als werkgroep die de NHG-standaard ‘Perifeer arterieel vaatlijden’ (PAV) heeft gereviseerd, zijn wij collega Legemate erkentelijk voor zijn commentaar (2004:1480-1). Wij willen hierop kort reageren.

De aanbeveling over het gebruik van statinen bij perifeer arterieel vaatlijden verwijst nog naar de vigerende NHG-standaard ‘Cholesterol’. Deze is inderdaad aan herziening toe, in het bijzonder gezien de resultaten van de ‘Heart protection study’ (HPS).1 Overigens toont dit onderzoek wel aan dat statinen bijdragen aan de preventie van nieuwe hart- en vaatziekten bij patiënten met PAV, maar het is niet duidelijk of het beloop van PAV zelf wordt beïnvloed.

Het onderscheid tussen PAV stadium 2a en 2b wat betreft de loopafstand is gebaseerd op internationale definities en is voor de praktijk inderdaad minder relevant. Als looptraining al wordt uitgevoerd, wordt deze nog nauwelijks begeleid.2 Of een fysiotherapeut dit zou moeten gaan doen, is geen uitgemaakte zaak. Mogelijk kan de supervisie ook worden gedelegeerd aan een praktijkondersteuner.

Bij patiënten met PAV komt tweemaal zo vaak een aneurysma van de buikaorta voor als bij personen zonder PAV, maar de effectiviteit van routinematige echografische screening van de buikaorta bij patiënten met PAV is niet bewezen. Dit onderwerp is in de werkgroep uitgebreid besproken, waarbij is gekozen voor palpatie als diagnosticum. Wij zijn verheugd dat Legemate deze keus vooralsnog ondersteunt.

L.J. Boomsma
M.L. Bartelink
H.E.J.H. Stoffers
Tj. Wiersma
Literatuur
  1. Heart Protection Study Collaborative Group. MRC/BHF Heart protection study of cholesterol lowering with simvastatin in 20,536 high-risk individuals: a randomised placebo-controlled trial. Lancet 2002;360:7-22.

  2. Bartelink ML, Stoffers HEJH, Biesheuvel CJ, Hoes AW. Walking exercise in patients with intermittent claudication. Experience in routine clinical practice. Br J Gen Pract 2004;54:196-200.