De nier: target voor bloedglucoseverlagende therapie

28-11-2011
Edwin Duijzer, Manon Zwakenberg en Hiddo J. Lambers Heerspink

De prevalentie van diabetes mellitus type 2 (DM2) is in Nederland toegenomen van 160.000 patiënten in 1990 naar 740.000 patiënten in 2007.1 Het wordt verwacht dat het aantal patiënten met DM2 in 2025 zelfs gestegen zal zijn tot ongeveer 1,3 miljoen.1 Deze toename is voornamelijk te wijten aan de verouderende samenleving en de Westerse leefstijl met overmatige voeding en verminderde fysieke activiteit.

  • Diabetes mellitus wordt gekenmerkt door een ontregeld glucosemetabolisme en gaat gepaard met een verhoogd risico op micro- en macrovasculaire complicaties.

  • Ondanks het huidige geneesmiddelenarsenaal bereikt een substantieel aantal patiënten de streefwaarden voor bloedglucose, bloeddruk en overige cardiovasculaire risicofactoren niet. Dit pleit voor effectievere behandelstrategieën.

  • De natrium-glucose-cotransporter-2 (SGLT2) in de proximale tubulus van de nier reabsorbeert vrijwel al de gefiltreerde glucose en speelt een belangrijke rol in de glucoseregulatie. Remming van SGLT2 resulteert in stijging van glucose-excretie in de urine en daling van plasmaglucose- en HbA1c-waarden.

  • Daarnaast leidt SGLT2-remming tot verlaging van de bloeddruk en het lichaamsgewicht en lijken er positieve veranderingen in de triglyceridewaarde te zijn.

  • Door deze gunstige effecten kunnen orale SGLT2-remmers van belang zijn in de behandeling van diabetes mellitus type 2.

  • Langetermijnstudies dienen uit te wijzen of zij het cardiovasculaire risico verlagen en of ze veilig gebruikt kunnen worden.

  • Daarnaast zal het mogelijke verband tussen verhoogde glucose-excretie en urogenitale infecties moeten worden onderzocht.