De nalatenschap van Rudolph Hendrik Saltet

Perspectief
P. Bol
R.B.M. Rigter
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1995;139:1190-2
Download PDF

In 1986 verscheen in dit tijdschrift een overzicht van enkele medisch-historische boekerijen en verzamelingen in Nederlandse instituten.1 De volgende zeven instellingen passeerden de revue: het Museum Boerhaave in Leiden; de medisch-historische instituten van de Vrije Universiteit in Amsterdam en de Erasmus Universiteit in Rotterdam; het Instituut voor de Geschiedenis der Geneeskunde van de Katholieke Universiteit in Nijmegen; de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst en de Vereniging Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, beide te Amsterdam; en de Collectie Kalman Klein van de subfaculteit Tandheelkunde in Utrecht. Enkele belangrijke medisch-historische collecties ontbraken evenwel, zoals de verzameling van het Nederlands Centrum voor Geestelijke Volksgezondheid te Utrecht. Een andere niet genoemde verzameling bevond zich in 1986 in sluimertoestand in het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam: de Collectie Saltet. Deze unieke verzameling is inmiddels weer voor gebruikers beschikbaar, maar is nog steeds tamelijk onbekend; ze verdient bredere belangstelling.

Alvorens in te gaan op de collectie, schetsen wij eerst een beeld van de grondlegger van deze bijzondere medische bronnenverzameling.

Rudolph hendrik saltet

Rudolph Hendrik Saltet werd geboren in 1853 te Amsterdam (figuur 1).2 Hij sloot in 1879 zijn studie geneeskunde af met de verdediging van zijn proefschrift Bijdrage tot de kennis van de werking van het arsenigzuur op den gezonden mensch. Twee jaar later vertrok hij als officier van gezondheid naar Nederlands-Indië. Daar kreeg hij tyfus, hetgeen hem noodzaakte om binnen één jaar naar het vaderland terug te keren. Daarna volgden de functies die Saltet bekleedde elkaar snel op. Hij was een hygiënist in hart en nieren en hij probeerde de overheid ertoe te bewegen actief deel te nemen aan de bevordering van de volksgezondheid.3 Met dat doel voor ogen werd hij lid van de Geneeskundige Raad van Noord-Holland, van de Gezondheidscommissie van Amsterdam en, in het begin van de 20e eeuw, van de (Centrale) Gezondheidsraad.4 In 1886 werd Saltet benoemd tot adjunct-inspecteur van het Geneeskundig Staatstoezicht in Noord-Holland. In 1891 volgde de kroon op zijn ambtelijke carrière toen hij werd aangesteld als directeur van de kersverse Gemeentelijke Gezondheidsdienst van Amsterdam. Deze post verliet hij in 1896 om zich volop te kunnen wijden aan zijn medische werkzaamheden. Zijn organisatorische talenten demonstreerde hij in 1897 als voorzitter van de Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst.

Behalve als ambtenaar maakte Saltet ook naam in de medische wetenschap. In 1883 werd hij assistent van de tweede hoogleraar in de gezondheidsleer aan de Universiteit van Amsterdam, Jozef Forster (1844-1910). Twee jaar later werd hij bevorderd tot privaatdocent. Toen Forster in 1896 terugkeerde naar zijn geboorteland Duitsland, volgde Saltet zijn leermeester op. Het hoogleraarschap in de gezondheidsleer bekleedde hij 27 jaar. Zijn wetenschappelijke belangstelling ging vooral uit naar de fysiologie, epidemiologie en bacteriologie. Op deze terreinen liet hij niet alleen een menigte van publikaties achter, maar hij verzamelde ook een groot aantal geschriften uit binnen- en buitenland. Zijn vele buitenlandse reizen en zijn streven om alles ordelijk te verzamelen, droegen bij tot het ontstaan van een veelzijdige collectie. Saltet was zeer vertrouwd met de geschiedenis van de Aziatische landen. Hij bestudeerde met groot enthousiasme medische problemen die in dit werelddeel nog actueel waren en zijn, zoals het pestvraagstuk. Zijn belangstelling voor de tropen resulteerde in de vestiging van een afdeling voor Tropische Hygiëne in het Koloniaal Instituut. Op nog geen honderd meter van dit imposante gebouw, gelegen aan de Mauritskade bij het Oosterpark, betrok Saltet met zijn staf in 1917 een nieuw Laboratorium voor de Gezondheidsleer. Nog immer zeer leesbaar en interessant is zijn magnum opus, Voordrachten over Gezondheidsleer, dat in 1913 verscheen.5 Maar liefst 40 bladzijden van het kloeke werk behandelen de pest, op een wijze die de Indiase autoriteiten bij de recente epidemie van nut had kunnen zijn. Ook in de benadering van andere onderwerpen toont Saltet een aanpak die nog steeds waarde heeft. Vier jaar na zijn emeritaat, in 1927, overleed Saltet in het Zwitserse Montreux.

De collectie

Na Saltets dood is zijn verzameling nog wel aangevuld, maar klaarblijkelijk met een afnemende vasthoudendheid. Vooral na de Tweede Wereldoorlog wordt het materiaal lacunair. Ook de belangstelling van gebruikers taande; dit is niet verwonderlijk in een tijd waarin de medische pers een hoge vlucht nam. Beheer en uitlening werden steeds moeilijker door toenemende druk op het budget van de medische faculteit.

Na de verhuizing van de vakgroep Medische Microbiologie uit het Laboratorium voor de Gezondheidsleer naar het AMC in 1983 was enige tijd zeer onzeker of de collectie intact kon blijven voortbestaan. Het was niettemin duidelijk dat het in samenhang conserveren en openstellen van de verzameling voor onderzoekers van groot belang was in verband met de opbloeiende belangstelling voor de hygiënisten en hun tijd. Dat nu, enkele jaren later, juist van een van de grote voormannen het complete bronnenmateriaal weer voor bestudering beschikbaar is, stemt tot tevredenheid.

De collectie bestaat uit duizenden brochures, pamfletten, vlugschriften, voordrachten, oraties, proefschriften, monografieën en bundels. Deze zijn opgeborgen in de oorspronkelijke brochuredozen, waarvan er enkele honderden zijn; elke doos bevat gemiddeld ongeveer twintig werken. Vele ervan zijn voorzien van Saltets ex-libris, een stad en haar omgeving, gevat tussen twee microscopen (figuur 2). De verzameling beslaat de periode van de eerste helft van de vorige eeuw tot begin jaren tachtig van de 20e eeuw. Zwaartepunt vormen de laatste decennia van de vorige en de eerste decennia van deze eeuw. De brochuredozen zijn systematisch gerangschikt naar onderwerp. Hoofdcategorieën vormen microbiologie (voornamelijk bacteriologie), infectiologie, hygiëne en gezondheidsleer, civiele techniek (waterzuivering, riolering en dergelijke), (sociale) woningbouw, (culturele) antropologie en genetica, en geografische pathologie. De verzameling is ontsloten door een kaartsysteem dat zowel een zakenregister als een auteursregister bevat.

Zoals hiervóór al bleek, was Saltet een ‘uomo universale’ met een uiterst brede belangstelling. De kern van de verzameling wordt gevormd door geschriften over de grote infectieziekten zoals cholera, pokken, tuberculose, tyfus, pest en malaria. Veel materiaal heeft betrekking op wat wij nu Derde-Wereldlanden noemen, met de nadruk op Nederlands-Indië. Gezien de sterke binding van zowel Saltet als zijn laboratorium met het op een steenworp afstand gelegen Koloniaal Instituut is dit laatste niet verwonderlijk.6 Unieke stukken betreffen onder andere de hygiënische maatregelen inzake de Hadj (islamitische pelgrimage) tussen Indië en Mekka, en de pestepidemie van begin deze eeuw in Mantsjoerije.

Toegang

De Collectie Saltet bevindt zich in het depot van de Universiteitsbibliotheek van Amsterdam (UBA) in het gebouw van het Instituut voor Wetenschappelijk Onderzoek (IWO-gebouw) bij het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam. Het adres van het UBA-boekendepot is Meibergdreef 29, tel. 020-5664818 (fax 020-6917880). De collectie is toegankelijk op maandag tot en met vrijdag van 9.00 tot 16.00 uur. Het register is ter plekke te raadplegen.

Als men in het bezit is van een inzage-of lezerspas van de Universiteitsbibliotheek krijgt men op aanvraag in de studiezaal van het UBA-boekendepot inzage in een van de brochuredozen. Aanvragen dienen vóór 15.30 uur te worden ingediend. De werken worden niet uitgeleend. Ter plekke zijn kopieerfaciliteiten beschikbaar. Een groot deel van de werken verkeert echter in een zo broze staat dat terughoudendheid wordt betracht inzake toestemming tot kopiëren.

Nadere inlichtingen zijn te verkrijgen bij de heer B.Schuytvlot, Universiteitsbibliotheek van Amsterdam, Singel 425, 1012 WP Amsterdam; tel. 020-5252475.

Wij danken de heren B.Schuytvlot en drs.W.K.Gnirrep (Universiteitsbibliotheek van Amsterdam) en prof.dr.J.van der Noordaa (vakgroep Medische Microbiologie, AMC) voor inlichtingen en commentaar.

Literatuur
  1. Heide J van der. De medisch-historische boekerijen enverzamelingen in Nederlandse instituten.Ned Tijdschr Geneeskd 1986;130:126-8.

  2. Loghum JJ van. Rudolph Hendrik Saltet 1853-1923.Ned Tijdschr Geneeskd1923;67(I):2494-501.

  3. Houwaart ES. De hygiënisten. Artsen, staat envolksgezondheid in Nederland 1840-1890. Groningen: Historische UitgeverijGroningen, 1991.

  4. Rigter RBM. Met raad en daad. De geschiedenis van deGezondheidsraad 1902-1985. Rotterdam: Erasmus Publishing, 1992.

  5. Saltet RH. Voordrachten over gezondheidsleer. Haarlem:Bohn, 1913.

  6. Rijnen A. De verheffing van den inlander. AMC Magazine1994;3: 122-5.

Auteursinformatie

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne, afd. Volksgezondheids Toekomst Verkenningen, Postbus 1, 3720 BA Bilthoven.

Dr.P.Bol, arts-epidemioloog.

Vrije Universiteit, vakgroep Metamedica, sectie Medische Geschiedenis, Amsterdam.

Dr.R.B.M.Rigter, historicus.

Contact dr.P.Bol

Gerelateerde artikelen

Reacties