De incidentie van herpes neonatorum in Nederland
Open

Onderzoek
22-09-2000
M.A. Gaytant, E.A.P. Steegers, P.L.M. van Cromvoirt, B.A. Semmekrot en J.M.D. Galama

Doel.

Onderzoek naar de incidentie van herpes neonatorum in Nederland in de periode 1992-1998.

Opzet.

Inventariserende enquĂȘte.

Methoden.

Aan alle virologische laboratoria in Nederland werd een vragenlijst gestuurd over het aantal gemelde gevallen van herpes neonatorum in de periode 1992-1998 en het virustype (herpes-simplexvirus (HSV) type 1 of 2). Aan de afdelingen gynaecologie van alle academische ziekenhuizen en een aselecte helft van de algemene ziekenhuizen werd een vragenlijst gestuurd over het aantal sectio's dat per jaar werd verricht ter preventie van herpes neonatorum en het aantal zwangere vrouwen dat gezien werd met herpes genitalis. Aan de afdelingen kindergeneeskunde van dezelfde ziekenhuizen werd gevraagd naar het aantal en eventuele type virologisch bewezen gevallen van herpes neonatorum en de mogelijke wijze van besmetting. Op grond van de verkregen gegevens werd een schatting voor het hele land gemaakt.

Resultaten.

De incidentie van herpes neonatorum in Nederland in de periode 1992-1998 was 4,7 per jaar (2,4 per 100.000 levendgeborenen). In 73 van de gevallen was de verwekker HSV-1, in 9 HSV-2 en in 18 was het type niet vermeld. De incidentie van herpes genitalis was onder zwangere vrouwen gestegen, maar overeenkomstig de consensus, werden er vrijwel geen sectio's meer verricht ter preventie van herpes neonatorum (2 per jaar).

Conclusie.

De incidentie van herpes neonatorum nam in de onderzochte periode niet toe in Nederland. HSV-2 speelde als verwekker van herpes neonatorum een ondergeschikte rol.