CBO-richtlijn 'Seksueel overdraagbare aandoeningen en herpes neonatorum' (herziening)
Open

Richtlijnen
15-04-2003
O.P. Bleker, W.I. van der Meijden, J. Wittenberg, J.E.A.M. van Bergen, A.J.P. Boeke, G.J.J. van Doornum, C.J.M. Henquet, J.M.D. Galama, M.J. Postma, J.M. Prins en P.C. van Voorst Vader

- In de herziene CBO-richtlijn ‘Seksueel overdraagbare aandoeningen en herpes neonatorum’ wordt de actuele wetenschappelijke stand van zaken weergegeven aangaande diagnostiek en behandeling van een groot aantal seksueel overdraagbare aandoeningen (soa's) en herpes neonatorum.

- Symptomatische behandeling van mogelijke Chlamydia trachomatis-infectie en gonorroe zonder voorafgaande diagnostiek wordt ontraden. Na afname van materiaal kan direct met de behandeling begonnen worden.

- Risicogroepen die in aanmerking komen voor screening of proactief testen op C. trachomatis-infectie zijn: partners van C. trachomatis-positieve personen, bezoekers van soa-poliklinieken, vrouwen die een abortus ondergaan, moeders van pasgeborenen met conjunctivitis of pneumonitis, jonge personen van Surinaamse of Antilliaanse afkomst, jonge vrouwen met nieuwe relaties en personen bij wie de anamnese wijst op riskant seksueel gedrag.

- Als interval tussen een risicocontact en de HIV-test kan een periode van 3 maanden gehanteerd worden (vroeger was dat 6 maanden), tenzij postexpositieprofylaxe is toegepast.

- Bij behandeling van vroege syfilis behoeft geen onderscheid gemaakt te worden tussen wel- en niet-HIV-geïnfecteerden.

- Onderzoek op herpes-simplexvirus durante partu bij vrouwen die bekend zijn wegens herpes genitalis wordt niet langer aanbevolen. Virologisch onderzoek van de neonatus wordt alleen nog geadviseerd als er durante partu aanwijzingen zijn voor een manifestatie van herpes genitalis bij de moeder.