De etiologie met betrekking tot overgevoeligheidsreacties na Chinese of Indonesische maaltijden

Onderzoek
F. de Maat-Bleeker
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1992;136:229-32
Abstract
Download PDF

Samenvatting

Ongewenste reacties na gebruik van Chinese of Indonesische maaltijden (‘Chinees-restaurantsyndroom’) worden in lekepers of medische kringen vaak toegeschreven aan gebruik van mono-natriumglutamaat (vetsin). Bij bestudering van literatuurgegevens blijkt dat de relatie tussen het ontstaan van ziekteverschijnselen en het gebruik van deze smaakversterker afwisselend betwijfeld en bevestigd wordt. Gesteld wordt dat het ontstaan van urticaria, angio-oedeem en anafylaxie veelal verklaard kan worden uit 3 verschillende met IgE samenhangende allergische reacties (type I) op voedingsmiddelen, namelijk allergie voor garnaal, pinda of specerijen, in het bijzonder die behorend tot de botanische familie van de Umbelliferae (zoals koriander). De ziektegeschiedenissen van 4 patiënten met een dergelijke allergie worden besproken.

artikel

Inleiding

Inleiding

In 1968 werd door Kwok in een ingezonden brief in New England Journal of Medicine melding gemaakt van ongewenste reacties die hij had ondervonden na gebruik van maaltijden in Chinese restaurants; reacties vergelijkbaar met – wederom door hem zelf ervaren – bijverschijnselen na innemen van salicylaten.1 Deze verschijnselen werden gekenmerkt door hoofdpijn, pijn achter in de nek, algemene malaise en hartkloppingen. Hij veronderstelde dat de symptomen veroorzaakt werden door de aanwezigheid van mono-natriumglutamaat (vetsin) in de gebruikte spijzen. Ofschoon Kwok slechts opriep tot nadere analyse van zijn hypothese, wordt sedertdien in medische kringen en in de algemene pers naar onze mening vaak ten onrechte het ontstaan van ziekteverschijnselen, ook van urticaria, angio-oedeem en anafylaxie, na Chinese of Indonesische maaltijden toegeschreven aan gebruik van deze ‘smaakversterker’.

In de literatuur wordt verschillend gedacht over de relatie tussen het gebruik van mono-natriumglutamaat en het ontstaan van ongewenste reacties na dergelijke maaltijden (het ‘Chinese restaurant syndrome’). Zo onderzocht Kenney 6 personen bij wie volgens hun omgeving of henzelf dit syndroom aanwezig zou zijn.2 Bij dubbelblind uitgevoerde provocatietests met vetsin kon slechts bij 2 personen een gedeelte van de symptomen, namelijk een ‘flush’-reactie, met relatief hoge doses worden opgewekt. De andere 4 patiënten, onder wie 1 met angio-oedeem na het eten van ‘seafood’, hadden geen enkele reactie. Toch blijft genoemde auteur, evenals diverse anderen, een plaats inruimen voor een verband tussen het ontstaan van oesophagitis, astma, hoofd-pijn en misselijkheid, vooral in de vorm van dosisafhankelijke, typisch late reacties (na 6-12 h), en het gebruik van een glutamaatrijke maaltijd.3-5

Onze ervaring is echter dat met name het ontstaan van urticaria, angio-oedeem en anafylaxie na Chinese of Indonesische maaltijden vaak verklaard kan worden uit verschillende door IgE bepaalde allergische reacties (type I-reacties) op voedingsmiddelen. Bij de hierna beschreven patiënten ging het daarbij om allergie voor garnaal (patiënt A), voor pinda (patiënt B) en voor specerijen, in het bijzonder die behorend tot de familie der Umbelliferae (patiënten C en D). Overgevoeligheidsreacties voor de eetbare delen van deze plantenfamilie werden door ons in een eerder artikel in dit tijdschrift reeds aan de orde gesteld.6 Tot deze plantenfamilie behoort onder andere het in de Indonesische keuken veelgebruikte koriander.

Ziektegeschiedenissen

Patiënt A, een 17-jarige jongen, was vanaf zijn 10e levensjaar overgevoelig voor vis. Zijn vader vertelde dat ernstig angiooedeem ontstond toen hij het kind trachtte te misleiden door een viskroket aan te bieden als aardappelkroket. Begin 1990 kreeg patiënt, binnen 5 min na het eten van nasi-goreng, glottisoedeem en gegeneraliseerde roodheid en zwelling van de huid van de romp.

Onderzoeksresultaten

De uitslagen van de huidtests staan in tabel 1. Positieve reacties werden gezien bij priktests met een mengsel van diverse vissoorten, schaaldiermengsel en garnaal; met diverse andere mengsels voedselallergenen waren de reacties negatief (allergenen van Bencard-Beecham, Amstelveen). Er was een positieve reactie op huisstof.

Laboratoriumonderzoek

Het totaal-IgE-gehalte in het serum bedroeg 250 kUl (tabel 2). Het gehalte van specifiek IgE tegen kabeljauw en garnaal was verhoogd.

Conclusie: Allergie voor vis en garnalen.

Patiënt B, een 26-jarige vrouw, was sinds haar 4e jaar allergisch voor pinda's. Op feestjes durfde zij geen chips te eten, omdat via de handen van de gasten ook deze schaaltjes met pindaallergeen gecontamineerd worden. Enkele jaren geleden ontstond, na het eten van een ‘afhaalmaaltijd’ van babi-pangang, oedeem van de lippen, uvula en glottis. Sedert babyleeftijd had zij constitutioneel eczeem en sedert kleuterleeftijd pollinosis met geleidelijke uitbreiding van het seizoen (aanvankelijk symptomen in mei, juni, later ook in maart-april). Sinds ongeveer 4 jaar had zij pruritus oris bij het eten van appel en hazelnoot.

Onderzoeksresultaten

De reacties op de huidtests staan in tabel 1. Positieve reacties werden gezien bij de priktest met pinda-allergeen (Haarlems Allergenen Laboratorium (HAL), Haarlem) en bij kras-plakproeven met diverse specerijen uit de Umbelliferae-familie, onder andere koriander (getest als fijngemalen poeder in fysiologische zoutoplossing, aangebracht op een ‘kras’ en afgedekt met ‘micropore’-pleister). Er waren aanwijzingen voor atopische inhalatie-allergie in de vorm van een positieve reactie op huisstofmijt. Er waren sterk positieve reacties op gras-, berkepollen (HAL) en op onkruidpollen (Bencard), en positieve priktestuitslagen voor notenmengsel en 2 mengsels voedselallergenen (gemengde groente en vruchten; Bencard).

Laboratoriumonderzoek

Het totaal-IgE-gehalte bedroeg 187. kUl (zie tabel 2). De gehalten specifiek IgE tegen pinda, hazelnoot, gras-, berke-, en bijvoetpollen waren verhoogd, maar dat tegen koriander niet.

Conclusie: Allergie voor pinda en mogelijk tevens voor specerijen uit de Umbelliferae-familie, onder andere koriander.

Patiënt C, een 27-jarige vrouw, had vanaf haar 13e jaar pollinosis en vanaf 20-jarige leeftijd orale pruritus en zwelling van lippen en tong bij het eten van sommige fruit- en groentesoorten, onder andere kiwi, mango en knolselderij. Sedert 1984 had zij aanvalsgewijs optredende uitgebreide urticariële erupties met levensbedreigend angio-oedeem en soms anafylaxie na het eten van ‘curries’ en gerechten met shoarma-kruiden. Haar ziektegeschiedenis werd in 1988 reeds door ons in dit tijdschrift gepubliceerd.6

Onderzoeksresultaten

Bij de huidtests werden sterk positieve reacties gezien bij kras-plakproeven met koriander en met andere eetbare delen van de familie van de Umbelliferae (getest als fijngemalen poeders in fysiologische zoutoplossing of als onbewerkte groente; zie tabel 1). Positieve reacties werden eveneens gezien op onbewerkt fruit, onder andere kiwi en mango. Er waren duidelijke aanwijzingen voor atopische inhalatie-allergie in de vorm van positieve reacties op huisstof en graspollen. Bij een intracutane test met bijvoetpollen (HAL) was er een sterk positieve reactie, met berkepollen (HAL) een negatieve. Er waren negatieve reacties op diverse mengsels voedselallergenen (Bencard).

Laboratoriumonderzoek

Zie voor de uitslagen tabel 2. Het totaal-IgE-gehalte bedroeg 69 kUl. De specifieke IgE-antilichaamtiters tegen bijvoetpollen, graspollen en koriander waren verhoogd. In 1988 was er in ons eigen laboratorium geen verhoogde specifieke IgE-antilichaamtiter tegen koriander; bij hernieuwde bepaling in 1990 door het Centraal Laboratorium van de Bloedtransfusiedienst in Amsterdam echter wel.

Conclusie: Allergie voor specerijen van de Umbelliferaefamilie, onder andere voor koriander. Opvallende sensibiliteit voor pollen van de bijvoet (Artemisia vulgaris).

Patiënt D, een 43-jarige man, had sinds zijn 25e jaar pollinosis, vooral vroeg in het voorjaar optredend (februari-april), en sinds 10 jaar orale pruritus bij het eten van noten, appel en knolselderij. Na het dineren in Chinese of Indonesische Restaurants ontstonden hinderlijke ‘flush’-reacties in het gelaat en het hoofd-halsgebied. Sedert hij spijzen zonder koriander bestelde, traden de verschijnselen niet meer op.

Onderzoeksresultaten

Bij de huidtests werden sterk positieve reacties gevonden bij kras-plakproeven met koriander en andere eetbare delen van deze familie (getest als fijngemalen poeders in fysiologische zoutoplossing of als onbewerkte groente; zie tabel 1). Er waren positieve uitslagen van de kras-plakproeven met appel en hazelnoot, en aanwijzingen voor atopische inhalatie-allergie in de vorm van positieve reacties op huisstof, graspollen en een sterk positieve reactie op pollen van voorjaarsbomen (mengsel van els, berk en hazelaar (HAL)).

Laboratoriumonderzoek

Het totaal-IgE-gehalte was 324 kUl en de specifieke IgE-antilichaamtiters tegen koriander, gras en berkepollen waren sterk verhoogd (zie tabel 2).

Conclusie: Allergie voor specerijen uit de familie van de Umbelliferae, onder andere voor koriander. Opvallende sensibiliteit voor berkepollen.

Beschouwing

Bij patiënt A is de ongewenste reactie na de nasimaaltijd zeer waarschijnlijk toe te schrijven aan een overgevoeligheid voor garnalen. Uitslagen van huidtests en laboratoriumonderzoek wijzen in deze richting. Patiënte B heeft een dermate ernstige pinda-allergie, eveneens bevestigd met huidtests en laboratoriumonderzoek, dat men zich kan voorstellen dat zelfs contaminatie van gerechten, bijvoorbeeld met sateh-saus via keukengerei, tot heftige ziekteverschijnselen kan leiden. De niet-verhoogde specifieke IgE-antilichaamtiter tegen koriander maakt klinische relevantie van de positieve huidtest op koriander-antigeen wat minder waarschijnlijk. Patiënten C en D hebben een uitgebreide voedselallergie voor plantaardig voedsel, onder meer voor noten en fruit, maar toonden vooral overgevoeligheidsreacties na gebruik van specerijen. Juist bij patiënten die zijn gesensibiliseerd voor onkruidpollen en berkepollen ontwikkelt zich vaak een overgevoeligheid voor diverse soorten soorten plantaardig voedsel, omdat hierin dezelfde antigenen voorkomen. Patiënten met berkepollen-allergie hebben vaak een overgevoeligheid voor noten en fruit, terwijl sensibilisatie voor bijvoet vaak gepaard gaat met overgevoeligheid voor keukenkruiden en specerijen, speciaal voor degene behorend tot de botanische familie van de Umbelliferae (schermbloemigen). Binnen deze familie bestaat belangrijke kruisreactiviteit. Tot deze familie behoort niet alleen koriander, maar ook anijs, dille, lavas, kervel, peterselie, karwij, komijn, selderij, wortel en venkel.

Bij gebruik van het plantaardig voedsel waarvoor men gesensibiliseerd is (noten, fruit, specerijen), ontstaan de typerende lokale orale symptomen (pruritus ori, zwelling van lippen en tong). Soms treden ook gegeneraliseerde verschijnselen op: urticaria, angio-oedeem en anafylaxie. Dergelijke symptomencomplexen staan bekend als het ‘oral allergy syndrome’,9 en worden ook wel aangeduid als ‘para-berk-’ en ‘para-artemisia-syndroom’. Synoniem met het laatste wordt in de Engelse literatuur gesproken van het ‘mugwort-celery-spice syndrome’ en in de Duitse van ‘Sellerie-Beifuss-Gewurz-Syndrom’.1011

Het herkennen van een dergelijke overgevoeligheid voor keukenkruiden en specerijen is vaak moeilijk, omdat de speciale verwerkingsvorm in soep, saus, salades, enzovoort. de aanwezigheid maskeert. De determinatie van het schadelijk agens wordt extra bemoeilijkt, doordat de klachten soms alleen maar ontstaan als bij de maaltijd alcohol wordt genuttigd of erna forse lichamelijke inspanning wordt verricht.

Overgevoeligheid voor plantaardig voedsel ontstaat niet speciaal bij patiënten met ernstige pollinosis. Soms ontbreekt elk klinisch verschijnsel van ‘hooikoorts’ en worden alleen positieve huidtests voor pollen gevonden. Met nadruk moet voorts gesteld worden dat ofschoon allergie voor keukenkruiden en specerijen uit de Umbelliferae-reeks wel speciaal optreedt bij patiënten met sensibilisatie voor bijvoet, zich ook bij patiënten met een geïsoleerde berkepollen-allergie en negatieve huidtests voor bijvoet dergelijke voedselallergieën kunnen ontwikkelen. Patiënte C kreeg het beeld samenhangend met een met huidtests aangetoonde bijvoetpollen-allergie, patiënt D in relatie tot een klinisch manifeste berkepollen-allergie. Ofschoon geen provocatietests werden verricht, vermoeden wij als oorzaak voor de klachten van patiënten C en D overgevoeligheid voor kruiden van de Umbelliferae-reeks, en wel vooral koriander (ketoembar), mogelijk ook komijn (djintan). Beide patiënten hadden orale pruritus en slijmvlieszwelling na het eten van de eveneens tot deze familie behorende groenten zoals knolselderij en wortel. Zij bleken bovendien sterk positieve huidtestuitslagen voor kruiden en specerijen van deze plantenfamilie te hebben, terwijl huidtests met kruiden uit andere families een veel zwakkere of negatieve reactie te zien gaven. In de Indonesische keuken wordt koriander veel gebruikt. Kerrie en shoarma bevatten beide koriander. Het vermijden van koriander bevattende spijzen leidde voorts bij beide patiënten tot een opvallende vermindering van de klachten.

Literatuur
  1. Kwok RHM. Chinese restaurant syndrome. N Engl J Med 1968;278: 796.

  2. Kenney RA. The Chinese restaurant syndrome: an anecdoterevisited. Food Chem Toxicol 1986; 24: 351-4.

  3. Kenney RA. Chinese restaurant syndrome. Lancet 1980; i:311-2.

  4. Allen DH, Baker GJ. Chinese restaurant asthma. N Engl JMed 1981; 305: 1154.

  5. Sauber WJ. What is Chinese restaurant syndrome? Lancet1980; i: 721-2.

  6. Maat-Bleeker F de, Berrens L, Koers WJ. Urticaria enangio-oedeem door gebruik van keukenkruiden en specerijen.Ned Tijdschr Geneeskd 1988; 132:2351-4.

  7. Lehrer SB. The complex nature of food antigens: studies ofcross-reacting crustacea allergens. Ann Allergy 1986; 57: 267-72.

  8. Fries JH. Peanuts: allergic and other untoward reactions.Ann Allergy 1982; 48: 220-6.

  9. Amlot PL, Kemeny DM, Zachary C, Parkes P, Lessof MH. Oralallergy syndrome (OAS): symptoms of IgE-mediated hypersensitivity to foods.Clin Allergy 1987; 17: 33-42.

  10. Wüthrich B, Hofer T. Nahrungsmittelallergie; dasSellerie-Beifuss-Gewürz-Syndrom. Dtsch Med Wochenschr 1984; 109:981-6.

  11. Thiel C, Fuchs E, Maasch HJ, Wahl L. Allergy to spices:cross-reactivity to other allergens. In: Ring J, Burg G, eds. New trends inallergy II. Berlin: Springer, 1986: 154-64.

Auteursinformatie

Academisch Ziekenhuis, afd. Dermatologie, onderafdeling Allergologie, Heidelberglaan 100, 3584 CX Utrecht.

Mw.dr.F.de Maat-Bleeker, dermatoloog.

Verbeteringen

Gerelateerde artikelen

Reacties