Artikel
Inleiding
Inleiding
Carcinoorm van het colon of rectum is na longkanker de belangrijkste oorzaak van kankersterfte in de westerse wereld. Bij 18 van de patiënten zijn reeds metastasen in de lever aanwezig op het moment dat de diagnose ‘colorectaal carcinoom’ wordt gesteld. Daarnaast ontstaan bij 60 van de patiënten later…
(Geen onderwerp)
Mijdrecht, oktober 1993,
Van Groeningen et al. berichten over de hepatische intra-arteriële toediening van fluorouracil (5-FU) ter behandeling van levermetastasen van colorectale tumoren (1993;2039-43). De auteurs schrijven dat zij genoodzaakt waren bij hun onderzoek gebruik te maken van 5-FU, omdat het meer voor de hand liggende floxuridine (FUDR) in ons land niet is geregistreerd. Zij voegen daaraan toe dat er geen reden is om aan te nemen dat 5-FU minder actief is. Dat laatste lijkt aanvechtbaar. De vrijwel volledige ‘first-pass’-extractie van FUDR door de lever maakt het mogelijk dit middel in een hogere dosering toe te dienen, waardoor theoretisch een groter effect op bestaande levermetastasen verwacht mag worden. Bovendien mag aangenomen worden dat dergelijke hogere doseringen door de geringe ‘lekkage’ naar de algemene circulatie aanleiding zijn tot slechts milde systemische bijwerkingen van het cytostaticum. Voor het gebruik van 5-FU pleit overigens wel dat dit middel, juist als gevolg van het gedeeltelijk ontsnappen aan genoemde extractie uit de levercirculatie, een remmend effect zou kunnen hebben op reeds latent aanwezige extrahepatische metastasen.
Het nu gepubliceerde onderzoek van de Vrije Universiteit Amsterdam maakt aannemelijk dat de beschreven behandelingswijze effectief is om de remissiekans bij deze patiëntengroep te verbeteren ten opzichte van een behandeling met intraveneus toegediend 5-FU. De auteurs stellen terecht dat grotere onderzoeken nodig zijn om te bezien of hieruit ook een verbeterde overleving resulteert. Tevens toont het optreden van extrahepatische metastasen bij 12 van de 37 bestudeerde patiënten aan dat de systemisch beschermende werking van het intra-arterieel toegediende 5-FU op zijn best relatief is. Ten slotte toonden de bestudeerde patiënten nogal wat bijwerkingen die lijken te berusten op systemische 5-FU-effecten. Het blijft dan ook interessant na te gaan of de beschreven gunstige behandelingsresultaten nog verder verbeterd kunnen worden door gebruik van FUDR in plaats van 5-FU bij intra-hepatische perfusies.