De behandeling van fracturen van het distale deel van het femur met de dynamische condylenschroef

Onderzoek
P.G. Warmenhoven
J.B. van Mourik
B. Binnendijk
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1991;135:610-3
Abstract
Download PDF

Samenvatting

Sedert enkele jaren is de dynamische condylenschroef voor operatieve behandeling van supra- en intercondylaire femurfracturen beschikbaar. Door de sectie Traumatologie van het Academisch Ziekenhuis Groningen werden in de periode 1986-1990 12 patiënten met een dynamische condylenschroef behandeld.

Bij alle patiënten werd een oefenstabiele fixatie bereikt. Bijna de helft van de patiënten was meervoudig ernstig gewond en de duur van de revalidatieperiode werd veelal bepaald door de andere letsels. Het herstel van bewegingsmogelijkheden in de knie was sterk afhankelijk van de leeftijd van de patiënt.

Op grond van de ervaringen met deze techniek concluderen wij dat de toepassing van de dynamische condylenschroef de voorkeursbehandeling bij supra- en intercondylaire femurfractuur is.

Inleiding

Circa 4 van alle femurfracturen is gelokaliseerd in het distale deel en ruim de helft hiervan heeft een intra-articulaire uitbreiding.1 Conservatieve behandeling van deze fracturen leidt veelal tot teleurstellend resultaat door een niet-anatomische repositie of het opnieuw optreden van dislocatie, met verkorting en asafwijkingen als gevolg. Dientengevolge ontstaat vroegtijdige artrose en daarom is operatieve behandeling in veel gevallen geïndiceerd.2

Door de Arbeitsgemeinschaft für Osteosynthesefragen is ter bepaling van de operatie-indicatie en om behandelingswijzen te kunnen vergelijken een verdeling gemaakt, waarin supracondylaire (groep A) en intercondylaire fracturen (groep B en C) worden onderscheiden.3 Indien de indicatie tot operatie is gesteld, kan de fractuur na bloedige repositie gefixeerd worden met een 95° hoekplaat, maar ook andere osteosynthesevormen worden toegepast.2-13 Een nieuwe mogelijkheid is ontstaan door de ontwikkeling en de toepassing van de dynamische condylenschroef.14-16 Hoewel dit implantaat voor distale femurfracturen is ontwikkeld, wordt het ook toegepast bij subtrochantaire femurfracturen.17 In de sectie Traumatologie van ons ziekenhuis is deze techniek in 1986 geïntroduceerd.

In dit artikel worden de eigen ervaringen met dit implantaat bij de behandeling van distale femurfracturen beschreven.

PatiËnten en methode

In de periode van mei 1986 tot maart 1990 werden 12 patiënten met een dynamische condylenschroef behandeld; 4 vrouwen en 8 mannen. De leeftijd van de patiënten lag tussen de 15 en 84 jaar (gemiddeld 51). Bij 2 patiënten was sprake van een supracondylaire fractuur (type A), waarvan éénmaal een fractuur als gevolg van een metastase van een Grawitz-tumor. De overige 10 patiënten hadden een inter- en supracondylaire fractuur (type C), waarbij in 3 gevallen de fractuur open was.

De dynamische condylenschroef bestaat uit verschillende delen (figuur 1). Na het plaatsen van de schroef in het condylenblok kan de positie van de plaat ten opzichte van het femur nog gecorrigeerd worden. De plaat is in lengten van 6 tot 16 gaten verkrijgbaar, zodat ook fracturen met uitbreiding in de schacht gefixeerd kunnen worden. Bij intercondylaire fracturen (type C) kan met het compressieschroefje interfragmentaire compressie worden bewerkstelligd.

Van de patiënten waren er 5 ernstig gewond (‘injury severity score’ resp. 21, 43, 59, 66 en 75). Deze patiënten werden langdurig opgenomen in verband met de andere letsels en werden gedurende enkele maanden in een revalidatie-inrichting verder behandeld. Van de patiënten met alleen lokaal letsel waren er 6 tussen de 5 en 17 dagen opgenomen en hierna voor verdere behandeling naar een verpleeghuis of revalidatie-inrichting overgeplaatst. Eén patiënt is in het ziekenhuis na 6 weken ten gevolge van de primaire maligniteit overleden.

Resultaten

De lengte van de gebruikte plaat varieerde van 6 tot 12 gaten. Bij alle patiënten werd na operatie een oefenstabiele situatie bereikt. Na enkele dagen werd gestart met bewegen op de elektrische oefenslede. Na zes weken werd gedeeltelijke belasting toegestaan en, afhankelijk van de röntgenfoto's, kon de patiënt na 3 tot 4 maanden het been volledig belasten.

Ter illustratie wordt een ziektegeschiedenis besproken.

Patiënt A, een 78-jarige vrouw, was gevallen met de fiets en had letsel opgelopen aan de linkerknie, dat gepaard ging met een gesloten supra- en intercondylaire femurfractuur. Direct na de opname werden bloedige repositie en fixatie met een dynamische condylenschroef verricht (figuur 2). De fractuur bleek geconsolideerd te zijn, zoals op de röntgenfoto na één jaar te zien was (figuur 3). De functie van de linkerknie was gelijk aan die van de rechter.

Bij één patiënt trad, na een secundaire spongiosaplastiek (4 weken na eerste operatie), infectie op. Consolidatie van de fractuur was wel opgetreden, doch het kniegewricht was ernstig beschadigd door de artritis. Bij één patiënt was de fractuur na 18 maanden nog niet volledig geconsolideerd. De patiënt met een fractuur ten gevolge van een metastase overleed na 6 weken. Bij de overige patiënten was de fractuurgenezing goed. Het herstel van de bewegingsmogelijkheden in de knie was sterk afhankelijk van de leeftijd van de patiënt. De extensie was bij alle patiënten volledig mogelijk; de flexie was bij enkele patiënten niet volledig mogelijk. Later werd bij 2 patiënten het implantatiemateriaal verwijderd.

Beschouwing

Fracturen van het distale deel van het femur, al of niet met intra-articulaire uitbreiding, zijn ernstige fracturen, waarvan de behandeling moeilijk is. Het inbrengen van de 95° hoekplaat is lastig, zeker bij comminutieve intercondylaire fracturen. Bij het inslaan van de kling kan opnieuw dislocatie optreden.

Bij de 12 patiënten die werden behandeld zoals hier is weergegeven, bleek de dynamische condylenschroef goed toepasbaar te zijn. Het inbrengen is eenvoudiger dan bij een 95° hoekplaat omdat na het plaatsen van de schroef in het condylenblok de positie van de plaat ten opzichte van de femurschacht nog gecorrigeerd kan worden.

Andere voordelen van dit implantaat zijn dat het zeer stevig is en dat interfragmentaire compressie met de schroef mogelijk is, waardoor bij intra-articulaire fracturen een optimale situatie voor een goede fractuurgenezing wordt bereikt.

Op grond van onze ervaringen met deze techniek concluderen wij dat de toepassing van de dynamische condylenschroef de voorkeursbehandeling bij supra- en intercondylaire femurfracturen is.

Literatuur
  1. Marti RK, Schoen JL. Fracturen van het distale femur. In:Mourik JB van, Patka P, eds. Letsels van de knie. Haren: SCN, 1988:171-87.

  2. Healy WL, Brooker AF. Distal femoral fractures. ClinOrthop 1983; 174: 166-71.

  3. Müller ME, Allgöwer M, Schneider R, WilleneggerH. Manual der Osteosynthese. Berlin: Springer, 1977: 243.

  4. Schatzker J, Horne G, Waddell J. The Toronto experiencewith the supracondylar fracture of the femur, 1966-72. Injury 1974; 6:113-28.

  5. Schatzker J, Lambert DC. Supracondylar fractures of thefemur. Clin Orthop 1979; 33: 230-6.

  6. Werken Chr van der, Marti RK, Raaymakers ELFB. Distalfemoral fractures, results of operative treatment. Neth J Surg 1981; 33:230-6.

  7. Giles JB, DeLee JC, Heckman JD, Keever JE.Supracondylar-intercondylar fractures of the femur treated with asupracondylar plate and lag screw. J Bone Joint Surg (Am) 1982; 64:864-70.

  8. Moore ThJ, Watson T, Green SA, Garland DE, Chandler RW.Complications of surgically treated supracondylar fractures of the femur. JTrauma 1987; 27: 402-6.

  9. Mize RD. Surgical management of complex fractures of thedistal femur. Clin Orthop 1989; 240: 77-86.

  10. Siliski JM, Mahring M, Hofer P.Supracondylar-intercondylar fractures of the femur. J Bone Joint Surg (Am)1989; 71: 95-104.

  11. Shelbourne KD, Brueckmann FR. Rush-pin fixation ofsupracondylar and intercondylar fractures of the femur. J Bone Joint Surg(Am) 1982; 64: 161-9.

  12. Zickel RE, Hobeika P, Robbins S. Supracondylar nails forfractures of the distal end of the femur. Clin Orthop 1986; 212:79-88.

  13. Lewert AH, Modny MT. Transfixion rod in condylar andintercondylar fractures of femur. Orthop Rev 1987; 16: 310-6.

  14. Zimmerman AJ. Intra-articular fractures of the distalfemur. Clin Orthop 1979; 10: 75-80.

  15. Pritchett JW. Supracondylar fractures of the femur. ClinOrthop 1984; 184: 173-7.

  16. Regazzoni P, Leutenegger A, Rüedi Th, Staehelin F.Erste Erfahrungen mit der dynamischen Kondylenschraube (DCS) bei distalenFemurfrakturen. Helv Chir Acta 1986; 53: 61-4.

  17. Hammacher ER, Bast TJ, Ramshorst B van, Sybrandy R. Thedynamic condylar screw in subtrochanteric fractures of the femur. Neth J Surg1988; 40: 158-9.

Auteursinformatie

Academisch Ziekenhuis, afd. Chirurgie, sectie Traumatologie, Postbus 30.001, 9700 RB Groningen.

Dr.P.G.Warmenhoven, dr.J.B.van Mourik en prof.B.Binnendijk, chirurgen.

Contact dr.P.G.Warmenhoven

Gerelateerde artikelen

Reacties