Darwinistisch speculeren over virulente virussen van vleermuizen

Ter discussie
03-07-2020
Frans L. Roes

Vleermuizen zijn om verschillende redenen bijzondere dieren. Het zijn de enige zoogdieren die kunnen vliegen, veel soorten gebruiken echolocatie, ze leven buitengewoon lang voor een dier van hun omvang, en ook hun virussen zijn bijzonder. Deze virussen lijken de vleermuizen nauwelijks te schaden, maar sommige kunnen bij de mens ernstige ziekten veroorzaken. Hoe is dat te verklaren?

Elke tot nu toe onderzochte levensvorm blijkt virussen te herbergen, ook veermuizen.1 Van verschillende virussen van vleermuizen, zoals de henipavirussen, de coronavirussen, filovirussen en de hondsdolheid veroorzakende lyssavirussen, is aangetoond dat ze overdraagbaar zijn op mensen, vaak via een tussenliggende gastheer.2 Met andere woorden, het zijn zoönotische virussen. Opmerkelijk is dat veel van die virussen niet pathogeen zijn voor de vleermuizen zelf, maar wel voor andere zoogdieren, inclusief mensen.

In dit artikel gebruik ik de theorie van Paul Ewald, de ‘evolution of virulence’,3 om de volgende onderling gerelateerde vragen te beantwoorden:

(a) Waarom zijn sommige besmettelijke ziekten kwaadaardiger dan andere?

(b) Waarom zijn vleermuizen, meer dan andere zoogdieren, een reservoir van virulente ziektes?

(c) Waarom zijn sommige van vleermuizen afkomstige virussen zeer pathogeen voor andere zoogdieren, inclusief mensen, maar niet voor de vleermuizen zelf?

Waarom zijn sommige besmettelijke ziekten kwaadaardiger dan andere?

De volgende regels zijn een beknopte beschrijving van Paul Ewalds theorie over de evolutie van virulentie.

Toen hij eind jaren zeventig geplaagd ...