Risico's en bestrijding van exotische muggen

Muggenbestrijding in Nederland

Klinische praktijk
Diederik A.H. Brandwagt
C.J. (Arjan) Stroo
Marieta A.H. Braks
Ewout B. Fanoy
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2015;159:A8025
Abstract
Download PDF

Samenvatting

  • Steekmuggen spelen wereldwijd een belangrijke rol bij de verspreiding van zogenoemde vector-overdraagbare ziekten.
  • In Nederland komen muggensoorten voor die in staat zijn infectieziekten over te dragen. De laatste 50 jaar heeft dit niet geleid tot uitbraken van ziekten.
  • De vestiging van exotische muggen kan risico's voor de volksgezondheid met zich meebrengen, wat vooral geldt voor de Aziatische tijgermug (Aedes albopictus).
  • Meerdere organisaties werken samen om de vestiging van exotische muggen in Nederland te voorkomen.
  • Ook wordt gewerkt aan een beheersplan voor inheemse muggen.
Leerdoelen
  • Steekmuggen spelen wereldwijd een belangrijke rol bij de verspreiding van vector-overdraagbare ziekten.
  • De vestiging van exotische muggen kan risico's voor de volksgezondheid met zich meebrengen, wat vooral geldt voor de Aziatische tijgermug (Aedes albopictus).
  • In Nederland komen muggensoorten voor die in staat zijn infectieziekten over te dragen; de laatste 50 jaar heeft dit niet geleid tot uitbraken van ziekten.
  • Momenteel is er geen risico op de overdracht van infectieziekten door inheemse of exotische muggen in Nederland.
  • Publieke organisaties werken samen om de vestiging van exotische muggen in Nederland te voorkomen en ook wordt gewerkt aan een beheersplan voor inheemse muggen.

Een man van 40 jaar belt met de GGD. Hij is verwezen door zijn huisarts. Een week eerder is hij mogelijk gestoken door een grote, gestreepte mug en sinds een dag heeft hij spierpijn. Hij vraagt zich af of het een tijgermug kan zijn geweest en of hij nu risico loopt op een tropische ziekte als dengue. De man heeft de mug niet gevangen, maar deze was een stuk groter dan een doorsneemug. We stellen hem gerust: het was geen tijgermug, omdat deze kleiner is dan een doorsneemug. De kans dat een tijgermug ziektekiemen bij zich draagt is daarnaast verwaarloosbaar in Nederland.

Regelmatig zijn muggen, zoals de tijgermug, in het nieuws met koppen als 'Weer tijgermuggen aangetroffen bij bandenimporteurs'. Dit leidt tot vragen over exotische muggen bij de GGD. Bij dit contact blijkt een deel van de vragenstellers door de huisarts naar ons te zijn verwezen. Het onderwerp leeft en zeker niet alleen bij omwonenden van locaties waar muggen zijn aangetroffen. Een vraag die telkens terugkomt is: 'Lopen mensen in Nederland risico op het oplopen van een infectieziekte via inheemse of exotische muggen?'

In dit artikel gaan we in op de risico's op infectieziekten via muggen en op de bestrijding van exotische muggen. Om de risico's beter te kunnen verduidelijken bespreken we eerst de biologische eigenschappen van muggen.

Steekmuggen en infectieziekten

Voor de ontwikkeling van eitjes hebben vrouwtjessteekmuggen om de paar dagen een bloedmaal nodig. Hierdoor komt de mug direct in contact met bloed van verschillende gastheren. Dit maakt een mug een geschikt transportmiddel om pathogenen tussen gastheren over te dragen; de mug fungeert hierbij als een zogenoemde vector. Voor een pathogeen is het niet eenvoudig om via een mug een andere gastheer te bereiken. Na opname van het pathogeen in het darmstelsel van de mug moet het pathogeen repliceren en meerdere biologische, immunologische en fysieke barrières overwinnen om uiteindelijk in voldoende mate in het speeksel van de mug terecht te komen.1 De overdracht op een nieuwe gastheer gaat via het speeksel dat een mug bij een bloedmaal uitscheidt om te voorkomen dat het bloed van de gastheer stolt tijdens het voeden.

Vectorcompetentie De efficiëntie waarmee het hele proces van opname, replicatie en uitscheiding van een pathogeen in de mug verloopt, wordt vectorcompetentie genoemd.1,2 De vectorcompetentie verschilt per pathogeen en per muggensoort, maar kan ook verschillen binnen een muggensoort.

De overdracht van pathogenen via muggen hangt niet alleen af van de vectorcompetentie van de muggen, maar ook van externe factoren. Belangrijke externe factoren zijn de duur en de mate van de viremie van de gastheer, dat wil zeggen: hoe meer pathogenen in het bloed, des te groter de kans dat de mug geïnfecteerd wordt, het aantal bloedmalen en de dichtheid en levensduur van muggen in een bepaald gebied.3 Veel van deze factoren staan weer onder invloed van omgevingsfactoren, vooral van de temperatuur. Hoe hoger de omgevingstemperatuur, des te actiever zijn de muggen en hoe sneller de levenscyclus van muggen en de replicatie van pathogenen verloopt.4

Vectorcapaciteit Het geheel van vectorcompetentie en externe factoren die hun invloed op de overdracht hebben, wordt vectorcapaciteit genoemd. Dit is ook wel de mate waarin vectoren op een bepaald tijdstip en bepaalde plaats een pathogeen kunnen overdragen.1

Voor sommige pathogenen, zoals het West-Nijl-virus, is de mens een zogenaamde doodlopende gastheer ('dead-end host'). Een geïnfecteerd persoon is hier nooit infectieus voor muggen. Vanwege een te lage viremie kan een pathogeen niet meer bij een dergelijke gastheer opgepikt worden door een andere mug.5

Vestiging van muggen

Bij de meeste muggensoorten blijft een volwassen mug hoogstens enkele weken in leven. Omdat muggen hun eitjes altijd in water of op vochtige plaatsen leggen en de larven zich alleen in water kunnen ontwikkelen, zijn neerslag en waterbronnen van belang voor de vestiging van een mug. Ook de omgevingstemperatuur heeft een belangrijke invloed, want de muggen planten zich bij hogere temperaturen sneller voort.2,4,6

Diapauze Om een periode met ongunstige weersomstandigheden te overbruggen, gaan muggen in diapauze; dit is een dynamische overwinteringstoestand van lage activiteit van de stofwisseling. Bij muggen betekent dit meestal dat de ontwikkeling van ei naar larve of van larve naar volwassen mug stilligt.4 Het vermogen om over te gaan tot diapauze verschilt tussen de verschillende muggensoorten en kan ook binnen een muggensoort verschillen. Van de Aziatische tijgermug (Aedes albopictus) is bijvoorbeeld bekend dat sommige tropische stammen hun vermogen tot het leggen van diapauze-eieren zijn verloren.7

Sommige pathogenen, zoals het denguevirus, kunnen via transovariële transmissie (verticale transmissie) van een volwassen mug op een eitje overgedragen worden. Op deze wijze kan een pathogeen ook overwinteren. Dit vermogen lijkt meestal niet efficiënt en verschilt tussen muggensoorten.4,8 Het vermogen tot diapauze kan er dus voor zorgen dat exotische muggen meer kans hebben om ook in een koel klimaat voor nageslacht te zorgen en zich te vestigen.

Muggensoorten in Nederland Wereldwijd zijn er meer dan 3000 soorten steekmuggen beschreven. Hiervan komen er 41 soorten voor in Nederland.9 Voor het verspreiden van infectieziekten zijn muggensoorten binnen de geslachten Culex, Anopheles en Aedes het belangrijkst. Nederland heeft de laatste tijd te maken gehad met de introductie van exotische muggen, met name van de Aziatische tijgermug.

De import van autobanden is momenteel de belangrijkste wijze van introductie van exotische muggen.10 Autobanden zijn bijzonder geschikt als broedplaats, omdat hier vaak schoon regenwater in blijft staan. Muggen leggen hun eitjes in de band net boven het waterniveau. Bij de import van de banden komen de gelegde eitjes mee.11 Ook de import van de plant 'lucky bamboo' is een mogelijke importroute, waarbij eitjes en larven meekomen in vochtige transportmedia.12

Sinds de oprichting van het Centrum Monitoring van Vectoren in 2009 zijn, naast de Aziatische tijgermug, ook de Amerikaanse rotspoelmug (Ae. atropalpus) en de gelekoortsmug (Ae. aegypti) aangetroffen bij bedrijven die handelen in gebruikte banden. Ae. japonicus heeft zich weten te vestigen in Flevoland.11 In de afgelopen jaren had deze mug zich al in omliggende landen gevestigd. Het is onduidelijk hoe deze muggen geïntroduceerd zijn.13

Zolang een mug zich niet heeft gevestigd in Nederland, is de kans klein dat een enkele geïmporteerde mug ziektekiemen oppikt bij personen die tropische ziekten doormaken in Nederland. Ook is de kans dat een mug een ziektekiem al bij zich droeg voordat hij in Nederland kwam, te verwaarlozen.

Of en hoe het klimaat in Nederland de komende jaren zal veranderen is moeilijk te voorspellen, maar een stijgende temperatuur en zachtere winters, waardoor minder eitjes doodvriezen, maken de vestiging van de geïntroduceerde Aedes-muggen in Nederland waarschijnlijker. Dit geldt met name voor de stammen Ae. albopictus uit gematigde gebieden omdat die het vermogen tot diapauze hebben behouden.14 De Ae. aegypti is een tropische en subtropische muggensoort, die niet in staat is om de winter van een gematigd klimaat te overleven. Daarom heeft deze mug vooralsnog geen kans op vestiging in Nederland.10

Vestiging van vectorgebonden infectieziekten

In tabel 1 staat een overzicht van een aantal infectieziekten waarbij exotische en inheemse muggen een rol als vector kunnen spelen.15

Vectorgebonden infectieziekten zijn te verdelen in 5 klassen met ieder een eigen risico voor de publieke gezondheid (tabel 2).18 Hoe hoger de klasse, des te groter de kans dat een ziekte endemisch kan worden in een gebied (klasse 1).

Competente vector De aanwezigheid van een competente vector levert een hoger risico op dan de regelmatige introductie van een pathogeen in de samenleving zonder competente vectoren. Een enkele infectieuze gastheer kan in principe aanleiding geven tot een uitbraak als er maar voldoende competente vectoren aanwezig zijn en de omgevingsfactoren geschikt zijn voor overdracht. Andersom geldt dat niet: ook als er meerdere ziektegevallen zijn binnen een samenleving, is de kans op overdracht verwaarloosbaar als er weinig geschikte vectoren aanwezig zijn. Dit is bijvoorbeeld voor Nederland de huidige situatie wat betreft dengue en chikungunya. Door het ontbreken van een competente vector is er momenteel geen risico op verspreiding van deze ziekten binnen Nederland, ondanks tientallen importgevallen per jaar.

Exotische muggen

De uitbraak van chikungunya in Noord-Italië in 2007 laat zien dat een enkel importgeval van een exotische ziekte kan leiden tot een uitbraak bij een al gevestigde geschikte vector.19 Mocht Ae. albopictus zich weten te vestigen in Nederland, dan wordt lokale transmissie van dengue of chikungunya ook in Nederland een mogelijk scenario, zeker in een periode met hoge temperaturen en voldoende importgevallen vanuit endemische gebieden.

Ae. albopictus is een competente vector voor chikungunya en dengue en heeft zich al in 10 Europese landen gevestigd.20 De kans dat deze mug zich vestigt in Nederland wordt hoog ingeschat als er niet wordt bestreden.14,21 Het is echter de vraag hoe snel een tropische ziekte zich via muggen kan verspreiden in het relatief koele Nederlandse klimaat.

Ae. aegypti is ook een goede vector voor het chikungunya- en denguevirus, maar de kans op vestiging van deze tropische mug in ons gematigde klimaat is nihil.10 Er zijn slechts enkele aanwijzingen uit het laboratorium dat Ae. japonicus pathogenen kan overbrengen (zie tabel 1a).13 Daarom wordt het risico van deze 2 muggen voor de volksgezondheid in Nederland niet hoog ingeschat.

Maatregelen

De monitoring en bestrijding van exotische vectoren wordt gezien als een publieke taak waar meerdere overheidsinstanties bij betrokken zijn. Om de rolverdeling en communicatielijnen rond exotische vectoren vast te leggen, is in 2012 het draaiboek 'Vondst exotische mug' opgesteld door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.22 In tabel 3 staat een overzicht van de betrokken organisaties, met hun belangrijkste taken. Naast het draaiboek is er een document opgesteld waarin de uitvoering en taakverdeling binnen de GGD gedetailleerder zijn uitgewerkt.23

De monitoring en bestrijding van exotische muggen richt zich vooral op de voornaamste risicolocaties: bandenbedrijven en bedrijven die lucky-bamboo importeren. Het Centrum Monitoring van Vectoren controleert deze risicolocaties van april tot en met oktober met muggenvallen, die regelmatig worden geïnspecteerd.24 Als exotische muggen worden aangetroffen, worden deze eventueel lokaal bestreden en wordt er daarna wekelijks gemonitord op de aan- of afwezigheid van de muggen. Nadat al eerder een convenant werd gesloten met bedrijven die lucky-bamboo importeerden, is in 2013 ook een convenant gesloten met bandenbedrijven. Hierdoor worden deze bedrijven verplicht om extra maatregelen te nemen rond geïmporteerde waren uit risicogebieden.

Inheemse muggen

De meest voorkomende muggensoort in Nederland is de huissteekmug (Culex pipiens pipiens); deze mug is een belangrijke vector voor de transmissie van West-Nijl-virus. Dit virus circuleert alleen tussen vogels en muggen, maar kan ook op mensen en andere zoogdieren worden overgedragen. Deze overdracht gaat via zogenoemde brugvectoren. Dit zijn muggen die naast vogels ook zoogdieren steken. Een voorbeeld van een dergelijke brugvector is de aan de huissteekmug verwante Culex pipiens molestus, die ook in Nederland voorkomt.25 Voor het West-Nijl-virus gelden mensen en andere zoogdieren als zogenaamde doodlopende gastheren, waardoor deze infecties geen rol spelen in de verdere transmissie van het virus.

De laatste 15 jaar is de incidentie van West-Nijl-koorts sterk toegenomen met een piek in 2012 van 946 ziektegevallen voor de EU en buurlanden.26,27 In Nederland zijn de afgelopen jaren diverse onderzoeksinitiatieven geweest om de mogelijke circulatie van West-Nijl-virus in Nederland te detecteren. Er zijn daarbij geen aanwijzingen gevonden dat er ooit transmissie van West-Nijl-virus in Nederland heeft plaatsgevonden.28 Het is moeilijk in te schatten hoe groot het risico is dat West-Nijl-virus in Nederland geïntroduceerd wordt, en zich vestigen en verspreiden kan.

In Nederland komt Anopheles maculipennis atroparvus voor als een competente vector voor overdracht van Plasmodium vivax, een van de 2 verwekkers van malaria tertiana. Voor malaria is de mens zelf de gastheer. P. falciparum (malaria tropica) heeft nooit in Nederland gecirculeerd. P. vivax was echter wel endemisch, met name in de ingepolderde gebieden. Na de Tweede Wereldoorlog liep het aantal autochtone besmettingen drastisch terug. Sinds de jaren 50 van de vorige eeuw is Nederland vrij van endemisch circulerende P. vivax.29 Ondanks regelmatige importgevallen lijkt de kans dat malaria terugkeert verwaarloosbaar, omdat de vectorcapaciteit laag is door het kleine aantal infectieuze malariapatiënten en de beperkte contactmomenten tussen mens en malariamug.30

Maatregelen

Omdat ook inheemse muggen een rol kunnen spelen bij de overdracht van infectieziekten, kunnen situaties ontstaan waarin het nemen van maatregelen tegen deze muggen nuttig kan zijn. Aangezien deze muggen verspreid over Nederland voorkomen, is uitroeiing echter geen optie. Bij een muggengerelateerde uitbraak of lokale muggenoverlast kan het lokaal inzetten van bestrijdingsmiddelen zinvol zijn. Er is momenteel nog geen beleid voor de bestrijding van inheemse muggen. Het Centrum Infectieziektebestrijding van het RIVM en het Centrum Monitoring van Vectoren zijn bezig met opstellen van een nota voor het ministerie van VWS over de bestrijding van deze muggensoorten.

Vragen en meldingen

Voor vragen over exotische muggen of voor het melden van verdachte muggen of muggenoverlast, kan men contact opnemen met het Centrum Monitoring van Vectoren (www.nvwa.nl/vectoren). Als er serieuze aanwijzingen zijn dat het om een exotische Aedes-mug gaat, zal dit centrum vragen om een duidelijke foto of verzoeken de mug te vangen en op te sturen. Als het daadwerkelijk een Aedes-mug blijkt te zijn, kunnen maatregelen volgen. Voor vragen over muggenoverdraagbare ziekten kan men terecht bij de afdeling Infectieziektebestrijding van een lokale GGD.

Conclusie

Muggen vormen wereldwijd een groot probleem, omdat ze bepaalde pathogenen kunnen overbrengen. Ook in Nederland komen muggen voor of worden met enige regelmaat muggen geïntroduceerd die in staat zijn pathogenen over te dragen. Maar doordat niet alle factoren voor transmissie aanwezig zijn, gebeurt dat nu niet. Momenteel wordt er gericht bestreden om te voorkomen dat exotische muggen de kans krijgen zich te vestigen. Hierdoor is de kans op overdracht van bijvoorbeeld dengue en chikungunya nul. Veranderingen in het landgebruik en het klimaat en globalisering kunnen leiden tot een betere vectorcapaciteit, wat mogelijk tot uitbraken kan leiden. Voorbereidingen van de overheid zijn er op gericht dit scenario te voorkomen.

Literatuur
  1. Reusken CBEM. Samenstelling vectorenbestand in Nederland in relatie tot West Nijl koorts verspreiding. Publicatienr 330020002/2009. Bilthoven: RIVM; 2009.

  2. Kramer LD, Ebel GD. Dynamics of flavivirus infection in mosquitoes. Adv Virus Res. 2003;60:187-232. doi:10.1016/S0065-3527(03)60006-0Medline

  3. Garrett-Jones C. Prognosis for interruption of malaria transmission through assessment of the mosquito's vectorial capacity. Nature. 1964;204:1173-75. doi:10.1038/2041173a0Medline

  4. Reisen WK. Landscape epidemiology of vector-borne diseases. Annu Rev Entomol. 2010;55:461-83. doi:10.1146/annurev-ento-112408-085419Medline

  5. Weaver SC, Barrett AD. Transmission cycles, host range, evolution and emergence of arboviral disease. Nat Rev Microbiol. 2004;2:789-801. doi:10.1038/nrmicro1006Medline

  6. Van Huet RAC, Braks MAH, Hoefnagel JGM. Muggenoverdraagbare infectieziekten: een wijdverspreid probleem. Tijdschrift voor Infectieziekten. 2011;6:11-8.

  7. Takumi K, Scholte EJ, Braks M, Reusken C, Avenell D, Medlock JM. Introduction, scenarios for establishment and seasonal activity of Aedes albopictus in The Netherlands. Vector Borne Zoonotic Dis. 2009;9:191-6. doi:10.1089/vbz.2008.0038Medline

  8. Gratz NG. Critical review of the vector status of Aedes albopictus. Med Vet Entomol. 2004;18:215-27. doi:10.1111/j.0269-283X.2004.00513.xMedline

  9. Nederlands Soortenregister. Steekmuggen. www.nederlandsesoorten.nl/nsr/concept/0AHCYFBFPTYI/taxonomy, geraadpleegd op 10 juni 2014.

  10. Scholte E, Den Hartog W, Dik M, et al. Introduction and control of three invasive mosquito species in the Netherlands, July-October 2010. Euro Surveill. 2010;15:15 Medline.

  11. Kampen H, Werner D. Out of the bush: the Asian bush mosquito Aedes japonicus japonicus (Theobald, 1901) (Diptera, Culicidae) becomes invasive. Parasit Vectors. 2014;7:59. doi:10.1186/1756-3305-7-59Medline

  12. Scholte EJ, Dijkstra E, Blok H, et al. Accidental importation of the mosquito Aedes albopictus into the Netherlands: a survey of mosquito distribution and the presence of dengue virus. Med Vet Entomol. 2008;22:352-8. doi:10.1111/j.1365-2915.2008.00763.xMedline

  13. Medlock JM, Hansford KM, Schaffner F, et al. A review of the invasive mosquitoes in Europe: ecology, public health risks, and control options. Vector Borne Zoonotic Dis. 2012;12:435-47. doi:10.1089/vbz.2011.0814Medline

  14. Caminade C, Medlock JM, Ducheyne E, et al. Suitability of European climate for the Asian tiger mosquito Aedes albopictus: recent trends and future scenarios. J R Soc Interface. 2012;9:2708-17. doi:10.1098/rsif.2012.0138Medline

  15. RIVM. Emerging Zoonoses Information and Priority systems. Pathogens. www.ezips.rivm.nl/pathogens, geraadpleegd op 10 juni 2014.

  16. Schaffner F, Medlock JM, Van Bortel W. Public health significance of invasive mosquitoes in Europe. Clin Microbiol Infect. 2013;19:685-92. doi:10.1111/1469-0691.12189Medline

  17. Guidelines for the surveillance of native mosquitoes in Europe. Stockholm: European Centre for Disease Prevention and Control; 2014.

  18. Braks M, van der Giessen J, Kretzschmar M, et al. Towards an integrated approach in surveillance of vector-borne diseases in Europe. Parasit Vectors. 2011;4:192. doi:10.1186/1756-3305-4-192Medline

  19. Rezza G, Nicoletti L, Angelini R, et al; CHIKV study group. Infection with chikungunya virus in Italy: an outbreak in a temperate region. Lancet. 2007;370:1840-6. doi:10.1016/S0140-6736(07)61779-6Medline

  20. Schaffner F, Bellini R, Petrić D, Scholte EJ, Zeller H, Rakotoarivony LM. Development of guidelines for the surveillance of invasive mosquitoes in Europe. Parasit Vectors. 2013;6:209. doi:10.1186/1756-3305-6-209Medline

  21. Scholte EJ, Dik M, Ibaňez Justicia A, et al. Findings and control of two invasive exotic mosquito species, Aedes albopictus and Ae. atropalpus (Diptera: Culicidae) in the Netherlands, 2011. Eur Mosq Bull. 2012;30:1-14.

  22. Vondst exotische mug: Wat nu? NVWA Draaiboek. Centrum Monitoring Vectoren; 2014.

  23. Raven CFH, Backx A, Jacobi AJ. Beleid bij exotische steekmuggen in Nederland. Bilthoven: RIVM; 2013.

  24. Monitoring Vectoren. Utrecht: nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit; 2011.

  25. Reusken CBEM, de Vries A, Buijs J, Braks MAH, den Hartog W, Scholte EJ. First evidence for presence of Culex pipiens biotype molestus in the Netherlands, and of hybrid biotype pipiens and molestus in northern Europe. J Vector Ecol. 2010;35:210-2. doi:10.1111/j.1948-7134.2010.00080.xMedline

  26. Di Sabatino D, Bruno R, Sauro F, Danzetta ML, Cito F, Iannetti S, et al. Epidemiology of West Nile disease in Europe and in the Mediterranean Basin from 2009 to 2013. Biomed Res Int. 2014;2014;907852. Medline

  27. European Centre for Disease Prevention and Control. West Nile fever maps. www.ecdc.europa.eu/en/healthtopics/west_nile_fever/West-Nile-fever-maps/pages/index.aspx, geraadpleegd op 24 november 2014.

  28. Reusken CBEM, de Vries A, Ceelen E, Beeuwkes J, Scholte EJ. A study of the circulation of West Nile virus, Sindbis virus, Batai virus and Usutu virus in mosquitoes in a potential high-risk area for arbovirus circulation in the Netherlands, “De Oostvaardersplassen”. Eur Mosq Bull. 2011;29:66-81.

  29. Van der Kaaden JJ. Geschiedenis van de inheemse malaria in Nederland. Infectieziektenbulletin. 2003;14:388-93.

  30. Takken W, Kager PA, van der Kaay HJ. Terugkeer van endemische malaria in Nederland uiterst onwaarschijnlijk. Ned Tijdschr Geneeskd. 1999;143:836-8 Medline.

Auteursinformatie

GGD regio Utrecht, afd. Infectieziektebestrijding, Zeist.

Drs. D.A.H. Brandwagt, arts infectieziektebestrijdingKNMG in opleiding; drs. E.B. Fanoy, arts maatschappij en gezondheid (tevens: RIVM, Centrum Infectieziektebestrijding, centrum Epidemiologie en Surveillance, Bilthoven; en European Programme for Intervention Epidemiology Training, Stockholm, Sweden).

Centrum Monitoring Vectoren, Divisie Landbouw & Natuur Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit, Wageningen.

Drs. C.J. Stroo, wetenschappelijk medewerker.

RIVM, Centrum Zoönosen en Omgevingsmicrobiologie, Bilthoven.

Dr. M.A.H. Braks, entomoloog.

Contact drs. D.A.H. Brandwagt (dbrandwagt@ggdru.nl)

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning: geen gemeld.

Auteur Belangenverstrengeling
Diederik A.H. Brandwagt ICMJE-formulier
C.J. (Arjan) Stroo ICMJE-formulier
Marieta A.H. Braks ICMJE-formulier
Ewout B. Fanoy ICMJE-formulier

Gerelateerde artikelen

Reacties