Darmparasieten bij Afrikaanse asielzoekers: prevalentie en risicofactoren

Onderzoek
Abstract
J.B. Westerhuis
T.G. Mank
Leestijd
14 minuten
Citeren

Artikel

Inleiding

Jaarlijks komen er 25.000-45.000 asielzoekers Nederland binnen; in de jaren 1996-1999 waren dat er in totaal ruim 141.500.1 Velen van hen komen uit tropische en subtropische gebieden, waar pathogene darmparasieten endemisch voorkomen.2 In Nederland worden asielzoekers niet routinematig onderzocht op de aanwezigheid van pathogene darmparasieten. Behalve een…

Auteursinformatie

Streeklaboratorium voor Volksgezondheid, Laboratorium voor parasitologie, Haarlem.

Dr.T.G.Mank, parasitoloog.

Contact Mw.J.B.Westerhuis (janna.westerhuis@hetnet.nl)

Reacties

Veldhoven, augustus 2002,

Naar aanleiding van de bevindingen bij hun onderzoek adviseren Westerhuis en Mank (2002:1497-501) met het oog op de gezondheid van de asielzoekers en die van hun omgeving bij hen routinematig fecesonderzoek naar pathogene darmparasieten te doen. Indien dergelijk routineonderzoek niet haalbaar is, adviseren zij kinderen en hun naaste familieleden blind te behandelen met een 1-daagse kuur van tinidazol.

Hoewel ik routinematige medische screening van asielzoekers toe zou juichen, wil ik wel enkele kanttekeningen plaatsen bij dit advies.

Gyorkos et al. vonden dat routinematig parasitologisch onderzoek van de feces en behandeling voornamelijk leidden tot een eliminatie van Ascaris-infecties en een reductie van Giardia- en mijnworminfecties.1 Er was echter nauwelijks een vermindering van het aantal Strongyloides stercoralis-infecties. In hetzelfde onderzoek werd echter ook een reductie gezien van het aantal Giardia-infecties zes jaar na binnenkomst bij een groep asielzoekers die niet was gescreend en behandeld, terwijl het aantal mijnworm- en S. stercoralis-infecties hoog bleef. Gezien deze bevindingen twijfel ik of het advies de feces van asielzoekers routinematig op pathogene darmparasieten te onderzoeken effectief is, want juist het aantal S. stercoralis-infecties wordt niet verlaagd. Ook is mij niet bekend of ondanks de potentiële pathogeniciteit van de verschillende darmparasieten, infectie leidt tot een verhoogde medische consumptie. Het is maar de vraag of routinematig onderzoek van de feces kosteneffectief is.

Hun andere advies kinderen en hun naaste familieleden blind te behandelen met een 1-daagse kuur tinidazol zal ongetwijfeld leiden tot een reductie van het aantal Giardia-infecties. Het is echter de vraag of het spontane beloop niet kan worden afgewacht. Daarnaast blijkt, mogelijk door herinfectie, de prevalentie van Giardia hoog te blijven.2

W. Tjon A Ten
Literatuur
  1. Gyorkos TW, MacLean JD, Viens P, Chheang C, Kokoskin-Nelson E. Intestinal parasite infection in the Kampuchean refugee population 6 years after resettlement in Canada. J Infect Dis 1992;166:413-7.

  2. Molina CD, Molina MM, Molina JM. Intestinal parasites in southeast Asian refugees two years after immigration. West J Med 1988; 149:422-5.

J.B.
Westerhuis

Amsterdam, september 2002,

In de door ons onderzochte groep van Afrikaanse asielzoekers is er een prevalentie van S. stercoralis gevonden van 1%. In de door Gyorkos et al. onderzochte groep, afkomstig uit Cambodja, werd een prevalentie van deze parasiet gevonden die veel hoger lag, namelijk 15%, welke 6 jaar na de screening slechts tot 11% gereduceerd was.1 Bij een routinematige screening van feces op parasieten bij Afrikaanse asielzoekers en de daaruit voortvloeiende behandeling, verwachten wij ook geenszins een noemenswaardige reductie in het aantal S. stercoralis-infecties. Vandaar dat geadviseerd wordt om bij (dreigende) immuunsuppressie de patiënt alsnog op deze parasiet te controleren. Onderzoek kan dan uitsluitend gericht zijn op het vinden van S. stercoralis. Dit dient niet alleen een ontlastingonderzoek te zijn, waarbij de larven gemakkelijk gemist kunnen worden, maar ook serologisch onderzoek.

In een ander onderzoek van Gyorkos et al. was het aantal Giardia lamblia-infecties na 6 maanden juist niet statistisch significant gedaald, namelijk van 21,4 naar 16,9%.2 Mogelijke oorzaken waren interfamiliaire reïnfectie of een slechte therapietrouw. Behandeling van G. lamblia bestond toen nog uit een 5-daagse kuur van metronidazol. Een 1-daagse kuur met medebehandeling van de familieleden zal wellicht betere resultaten opleveren. Aangezien G. lamblia vooral veel bij kinderen voorkomt, die deze parasiet gemakkelijk kunnen overbrengen, blijven wij toch pleiten voor een snelle screening of blinde behandeling en wachten liever niet 6 jaar totdat de besmetting op natuurlijke wijze zal zijn verdwenen.

J.B. Westerhuis
Literatuur
  1. Gyorkos TW, MacLean JD, Viens P, Chheang C, Kokoskin-Nelson E. Intestinal parasite infection in the Kampuchean refugee population 6 years after resettlement in Canada. J Infect Dis 1992;166:413-7.

  2. Gyorkos TW, Frappier-Davignon L, MacLean JD, Viens P. Effect of screening and treatment on imported intestinal parasite infections: results from a randomized, controlled trial. Am J Epidemiol 1989;129:753-61.

Gratis Ask NTVG uitproberen?

Maak met 2 klikken een gratis account aan

Account aanmaken

Heb je al een account of een abonnement? Inloggen

Altijd toegang tot alle publicaties van het NTVG?

Abonneer vandaag nog!

Online toegang tot alle artikelen
Gepersonaliseerde alerts voor artikelen en dossiers
Artikelen voor opleiding en nascholing mét geaccrediteerde toetsen
Onbeperkt luisteren naar de NTVG-podcast
Antwoorden op al je vragen via de AI-toepassing 'Ask NTVG'

Neem het digitaal ntvg abonnement

€ 15,93 per maand!

Ik wil digitaal
NTVG nummer 6 2026
NTVG nummer 7 2026
NTVG nummer 8 2026