CT combineren met scintigrafie: SPECT-CT en PET-CT

Klinische praktijk
Stefan Vöö
Thijs M.A. van Dongen
Jérôme J. Waterval
Paul Willems
Felix Mottaghy
Boudewijn Brans
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2011;155:A2792
Abstract
Download PDF

Samenvatting

  • Er heeft de laatste jaren een snelle ingebruikname plaatsgehad van tomografische en hybride scanners in de nucleaire geneeskunde: ‘single photon’-emissietomografie (SPECT)-CT en positronemissietomografie(PET)-CT.

  • SPECT-CT- en PET-CT-technieken leiden tot een hogere diagnostische accuratesse dan de conventionele (niet-tomografisch, niet-hybride) botscintigrafie (botscan).

  • Verschillen tussen een botscan met 99mTc-hydroxymethyleendifosfonaat(HDP)-SPECT-CT of met 99mTc-methyleendifosfonaat(MDP)-SPECT-CT en 18F-fluoride-PET-CT-botscan liggen in de beeldkwaliteit, de uitvoering, de kwantificatiemogelijkheden, de stralingsbelasting en de kostprijs.

  • Indicaties voor deze technieken lijken vooral te liggen in de in vergelijking met de botscan accuratere detectie van skeletmetastasen en daarnaast, bij patiënten met onverklaarde musculoskeletale pijn, in de diagnostische fase na conventioneel röntgenonderzoek of MRI, en voor de kwantificatie van botmetabolisme.

artikel

De voornaamste reactie van bot op stress, letsel, trauma en ziekte is reactieve botformatie. Deze botformatie wordt bij nucleair-geneeskundige diagnostiek in beeld gebracht met skeletscintigrafie, populair aangeduid als ‘botscan’. In de jaren 60 van de vorige eeuw werden de eerste klinische studies met botzoekende isotopen zoals 85Sr (strontium), 68Ga (gallium), 18F (fluor) en 47Ca (calcium) uitgevoerd.1,2 Deze isotopen werden geproduceerd in nucleaire onderzoeksinstellingen.

Brede toepassing van de botscan werd mogelijk toen het isotoop 99mTc (technetium) ter beschikking kwam.3 Technetium kan namelijk dagelijks worden geleverd aan zowel kleine als grote ziekenhuizen vanuit een technetiumgenerator. Bovendien bleek men het isotoop aan allerlei ‘tracers’ te kunnen binden. Dit leidde tot de stormachtige ontwikkeling van de nucleaire geneeskunde en van de radiofarmacie en radiochemie.

Beeldvormende onderzoeken naar de functie van organen, zoals hersenen, lever, nieren, schildklier en zelfs placenta werden hiermee mogelijk. Vanaf de jaren 70 kwamen verschillende botzoekende tracers op de markt die aan technetium kunnen worden gekoppeld, zoals pyrofosfaat en vooral de difosfonaten zoals hydroxymethyleendifosfonaat (HDP) of methyleendifosfonaat (MDP) en deze zijn nog steeds de eerste keus in de botscintigrafie.4

Veel van de genoemde onderzoeken werden obsoleet in de jaren 80 met de opkomst van echografie en CT. In de jaren 90 heeft de ontwikkeling van de MRI met zijn uitzonderlijk fijn anatomisch detail een groot deel van de botscintigrafische onderzoeken bij musculoskeletale aandoeningen overbodig gemaakt.

Ontwikkeling van de hybride beeldvorming

De laatste jaren zijn er 2 technische ontwikkelingen geweest die het gebruik van de botscan sterk veranderen: de ontwikkeling van zogenaamde hybride scanners waarin CT wordt gecombineerd met ‘single photon’-emissie (SPECT) of positronemissietomografie (PET) in één apparaat, en de proliferatie van dergelijke scanners in bijna alle grotere ziekenhuizen.

De conventionele botscan is een planair, dat wil zeggen tweedimensionaal onderzoek. SPECT met 99mTc-HDP of -MDP is een tomografische, dat wil zeggen driedimensionale techniek. Deze wordt al meerdere jaren gebruikt als aanvullende scantechniek, direct aansluitend op het conventionele onderzoek, indien de uitslag daarvan niet-diagnostisch of twijfelachtig is.

Betere diagnostische sensitiviteit en specificiteit Het gebruik van SPECT leidt afhankelijk van de indicatie tot een hogere diagnostische sensitiviteit van de botscan doordat het signaal, afkomstig van het ziekteproces waarin de tracer zich in verhoogde mate opstapelt, veel sterker is. Door de tomografische techniek kan de afwijking beter worden gelokaliseerd, met name op plaatsen waar verschillende botstructuren elkaar overlappen zoals in de wervelkolom.

Gelijktijdig gebruik van de anatomische beelden van de CT met de functionele beelden van de SPECT bij toepassing van de hybride SPECT-CT blijkt synergetische informatie op te leveren en leidt tot een hogere diagnostische specificiteit, doordat het weefsel door middel van de CT ook anatomisch wordt gekarakteriseerd, terwijl de lokalisatie van het ziekteproces door de gefuseerde beelden preciezer wordt. Dit is recentelijk aangetoond in een onderzoek waarin de interpretatie van in willekeurige volgorde aangeboden SPECT-beelden, SPECT-beelden met bijbehorende CT-beelden en gefuseerde SPECT-CT-scans werden vergeleken.5 De diagnostische sensitiviteit en specificiteit werden berekend als maat voor het juist onderscheiden van benigne en maligne afwijkingen (63 maligne en 78 benigne botafwijkingen), gevalideerd door biopsie en radiologische follow-up. De sensitiviteit voor SPECT, SPECT met CT-beelden en SPECT-CT was respectievelijk 82,5, 93,7 en 98,4%, met een specificiteit van respectievelijk 66,7, 80,8 en 93,6%.

De andere hybride scantechniek die een opmars maakt is PET-CT, waarbij vooral 18F-fluoride wordt toegepast. Dit is een tracer die alleen geschikt is voor PET en niet voor SPECT. Door de superieure beeldkarakteristieken van zowel de tracer als de scanner heeft 18F-fluoride-PET een hogere diagnostische sensitiviteit dan de 99mTc-HDP/MDP-SPECT, die vooral tot uiting komt bij de diagnose van kleine botstructuren of afwijkingen in een vroeg stadium (figuur 1).6 Daarnaast is de 18F-fluoride-PET-CT ook interessant vanwege de mogelijkheid tot nauwkeurige kwantificering van ziektegraad en -stadium, veranderingen tijdens follow-up en therapie-effecten.7

Figuur 1

Vergelijking van de hybride scanners

Principe

Zowel 99mTc-difosfonaten als 18F-fluoride binden aan jong gevormd bot, het osteoïd, en zijn daardoor een directe maat voor de osteoblastaire activiteit, dus voor de botaanmaak dan wel botombouw.8

Beeldkwaliteit

De superieure beeldkwaliteit van de PET-CT is het gevolg van een ongeveer 100 maal grotere detectorgevoeligheid van de PET-scanner dan van de SPECT-scanner.9 De spatiële resolutie, ofwel het vermogen om meer details te zien, is bij PET 2-3 keer hoger dan bij SPECT (minimaal 4 mm voor PET, 8-12 mm voor SPECT). Door de snellere klaring uit het bloed is er bij een 18F-fluoride-PET-scan minder vertroebeling van het beeld door aspecifieke opname in andere weefsels of bloed, dat wil zeggen dat er een hogere ‘target-to-background ratio’ is.

Uitvoering

Door de snellere opname in het bot en klaring uit het bloed van 18F-fluoride kan de patiënt al 30 min na injectie worden gescand, in tegenstelling tot 3-4 h bij 99mTc-gelabelde difosfonaten. De totale tijdsduur voor het maken van een 18F-fluoride-PET-scan is vanwege het sterkere signaal ook aanzienlijk korter, namelijk ongeveer 20 min voor een ‘total-body’-PET-CT scan. Dit is een stuk patiëntvriendelijker en tijdsefficiënter. Bij de SPECT-CT-scan kan men in deze tijd slechts een beperkte lichaamslengte van circa 40 cm scannen.

Beschikbaarheid

De meeste grote en academische ziekenhuizen beschikken over een PET-CT-scanner, maar nog niet in alle instituten staat een SPECT-CT-apparaat. 18F-fluoride is momenteel wekelijks beschikbaar, 99mTc dagelijks. In 2009 en 2010 bestond wereldwijd een tijdelijke schaarste aan 99mTc door een tekort aan kernreactoren die de moederstof 99Mo (molybdeen) produceren. 18F-fluoride wordt geproduceerd in veel kleinere cyclotrons die op verschillende plaatsen in Nederland in bedrijven, maar ook in ziekenhuizen zijn geïnstalleerd. Recentelijk is het 18F-fluoride beschikbaar gekomen als volwaardig commercieel radiofarmacon.

Kwantificatie door middel van SUV’s

Kwantitatieve analyse van PET-scans is gemakkelijk te verrichten door middel van de ‘standardized uptake value’ (SUV) van een gekozen gebied. Deze SUV is een directe maat voor de aanwezige activiteit van de speurstof in een bepaald gekozen gebied. Het aantal SUV’s wordt verkregen door de activiteit (in kBq/ml, te berekenen uit de scan) te delen door het quotiënt van de geïnjecteerde dosis (in kBq, gemeten in het lab) en het lichaamsgewicht (in g). In feite geeft het aantal SUV’s weer met welke factor de radioactiviteitsconcentratie ter plaatse van het focus uitstijgt boven de concentratie in de patiënt als geheel. SUV is een algemeen bruikbare parameter in de kliniek en berekening van SUV’s is de meest toegepaste kwantitatieve analysemethode bij de beoordeling van PET-scans met 18F-fluorodeoxyglucose (18F-FDG), maar hij is ook gevalideerd voor 18F-fluoride.10 Voor de 99mTc-SPECT-CT is geen gestandaardiseerde kwantificatiemethode beschikbaar.

Stralingsdosis

De totale stralingsdosis per onderzoek is vergelijkbaar voor beide scans. Voor een volwassen mens van 70 kg bedraagt deze 3,0 mSv voor een 99mTc-HDP/MDP-SPECT en 4,0 mSv voor een 18F-fluoride-PET.6 Verschillende SPECT-PET-CT-protocollen bestaan in de literatuur voor het type CT dat wordt uitgevoerd, namelijk voor zowel de ‘low-dose’-CT, die alleen wordt gebruikt voor anatomische correlatie en beeldcorrectie van het PET/SPECT-beeld, als voor de diagnostische ‘high-dose’-CT-scan die ook als losstaand onderzoek op de radiologieafdeling wordt uitgevoerd. De bijkomstige stralingsbelasting van deze CT-scans bedraagt respectievelijk circa 0,5 tot enkele mSv.6,11,12 In de praktijk blijkt dit maatwerk, waarbij per patiënt steeds de combinatie van de laagste stralingsbelasting en de meeste diagnostische informatie wordt gezocht.

Kostprijs

Een conventionele botscan inclusief SPECT-CT kost ongeveer € 100,-, de 18F-fluoride-PET-CT ongeveer € 1000,- (bron: tarieven gezondheidszorg Nederlandse Zorg Autoriteit; www.nza.nl; februari 2010). Implementatie van de 18F-fluoride-PET-CT zal daarom naar verwachting zeker in de komende jaren alleen bij zeer specifieke patiëntenpopulaties volgen.

Indicaties voor SPECT-CT en PET-CT

Detectie van metastasen

Het gebruik van 18F-FDG-PET-CT heeft in de oncologie de botscan overbodig gemaakt bij de initiële stadiëring van patiënten met een carcinoom zoals een long- of een hoofd-halstumor. ‘Whole body’-botscintigrafie wordt algemeen gebruikt als screeningsmethode voor osteoblastaire skeletmetastasen bij gemetastaseerd mammacarcinoom en het hoogrisico-prostaatcarcinoom. De meerwaarde van SPECT-CT werd in verschillende studies aangetoond. In een groep van 272 consecutieve patiënten met verschillende maligniteiten, voor het grootste gedeelte mammacarcinoom, kon bij 112 patiënten (41%) geen definitieve diagnose worden gesteld op basis van de whole-body-scintigrafie en bij 44 van deze 112 patiënten (39%) wél op basis van de aanvullende SPECT-opnames. Na onderzoek met gefuseerde SPECT-CT bleven bij slechts 2 patiënten onzekere afwijkingen bestaan.13

Ook bij het prostaatcarcinoom leidt aanvullend gebruik van SPECT-CT tot een significante daling van het aantal onzekere verslagen, volgens één studie een afname van 61% van onverklaarbare afwijkingen op de conventionele botscan inclusief SPECT tot maar 8% met gefuseerde SPECT-CT (figuur 2).14

Whole-body-MRI is een opkomende techniek, maar is in studies alleen nog vergeleken met de whole-body-botscan, overigens met een gelijkwaardig resultaat voor beide technieken voor wat betreft het stageren van mamma- en prostaatcarcinoom.15 De mogelijke plaats van 18F-fluoride-PET-CT is momenteel in onderzoek.16,17

Figuur 2

Infectie en inflammatie van het bot

‘Osteomyelitis’ is een verzamelterm voor vele aandoeningen: koorts van onbekende oorsprong, neonatale osteomyelitis, chronische osteomyelitis, infectieuze artritis, diabetesvoet, spondylodiscitis, geïnfecteerde pseudartrose, geïnfecteerde osteoprothese. Deze hebben ieder hun eigen optimale diagnostisch algoritme. De conventionele botscan inclusief SPECT-CT heeft een te lage accuratesse om als enige techniek osteomyelitis te diagnosticeren.18 Drie technieken met een hoge sensitiviteit en specificiteit zijn (a) SPECT-CT met autologe leukocyten die gelabeld zijn met 99mTc of 111In of met 99mTc-gelabelde antilichamen tegen leukocyten, (b) MRI en (c) 18F-FDG-PET-CT. De resultaten in de literatuur zijn echter moeilijk te vergelijken door de grote heterogeniteit in de patiëntenpopulaties.18 Als andere technieken geen uitsluitsel geven, is er vooralsnog dus een plaats voor SPECT-CT en 18F-FDG-PET-CT.

Metabole en congenitale aandoeningen

Een voordeel van scintigrafie is dat de intensiteit van ziekteactiviteit, dat wil zeggen de osteoblastaire botombouw, wordt weergegeven in tegenstelling tot alleen het toestandsbeeld op CT. Bij osteoporotische insufficiëntiefracturen is scintigrafie daarom beter in staat een acute, klinisch relevante fractuur te lokaliseren en te onderscheiden van oude fracturen. Met MRI wordt dit onderscheid ook gemaakt op basis van het beenmergoedeem en MRI heeft ten opzichte van scintigrafie als voordeel dat het onderzoek ook buiten kantooruren kan worden verricht.

Kwantificatie Het belang van kwantificatie van weefselactiviteit kan groter worden bij toenemend gebruik van lokale therapie zoals vertebroplastiek.19 Een andere voorbeeld in deze categorie is otosclerose, een oorzaak van progressieve doofheid. In een groep van 73 patiënten had SPECT een hogere diagnostische sensitiviteit van 95%; hoge-resolutie-CT van het os petrosum had 58% sensitiviteit.20 Deze categorie aandoeningen vormt een potentiële indicatie voor 18F-fluoride-PET door de mogelijkheid tot kwantificatie van de ziekteactiviteit en het verloop daarvan door middel van de SUV (figuur 3).21

Figuur 3

Bij een aantal congenitale botafwijkingen zoals tarsale coalitie, platvoet, spondylolyse, lumbosacrale fusie en accessoire beenderen, kan de SPECT-CT bijkomende informatie leveren om de pathofysiologie beter te begrijpen.12 Dit kan van belang zijn om de afwijking te bevestigen als oorzaak van de klachten. Op dit moment zijn er geen studies waarin de plaats van de techniek ten opzichte van andere onderzoeksmodaliteiten is onderzocht.

Musculoskeletaal trauma

Nucleaire geneeskunde heeft een rol bij het persisteren van klachten die onbegrepen blijven na beeldvorming met conventionele röntgenfoto’s, CT of MRI. Bij overbelastingsletsels geven planaire botscintigrafie en SPECT informatie over de aanwezigheid van botstress voordat anatomische afwijkingen bij radiologisch onderzoek zichtbaar zijn.22 Door de combinatie van functionele en anatomische informatie kan met SPECT-CT een acute wervelfractuur goed worden onderscheiden van spondylartrose, vooral indien deze laatste uitgesproken en meervoudig is. De plaats van SPECT-CT ten opzichte van de nu gebruikelijke diagnostiek met conventionele röntgenfoto's, CT en MRI is echter nog niet onderzocht.

In enkel en voet is het met de SPECT-CT mogelijk om afwijkingen voldoende zeker te lokaliseren en het onderscheid te maken tussen plaatsing in het bot en het gewricht.22 Met SPECT-CT kunnen, bijvoorbeeld bij ‘delayed union’, gelijktijdig sequesters op CT en viabiliteit op SPECT worden afgebeeld wat een voordeel is ten opzichte van de botscan.23 De meerwaarde ten opzichte van bijvoorbeeld MRI is nog niet onderzocht. Figuur 4 toont een duidelijk voorbeeld van het probleemoplossend vermogen van SPECT-CT.

Figuur 4

Osteoartropathie en prothesiologie

Hoewel botscintigrafie geen rol heeft in de primaire diagnose van gewrichtsaandoeningen, levert ze vaak complementaire informatie bij onbegrepen pijnklachten doordat verhoogde botactiviteit aanwezigheid is ter hoogte van de klinisch relevante ziektelokalisatie. Wij hebben ervaring met: bepaling van de graad van activiteit van coxartrose; vaststellen wat de meest actieve afwijkingen zijn: rug, heup of knieën (zogenaamd ‘hip-spine dilemma’); karakterisering van trochanter-enthesopathie/tendinitis/bursitis; impingementsyndroom; sacroileïtis; andere reactieve artritiden; SAPHO-syndroom (acroniem staat voor: synovitis, acne, pustulose, hyperostose en ostitis); al dan niet transiënte synovitis; plantaire fascitis. SPECT-CT is bij deze aandoeningen vanwege de driedimensionaliteit en de hogere resolutie vooral waardevol voor afwijkingen in de wervelkolom en in enkel en voet.

In de prothesiologie wordt de botscan door ons en anderen gebruikt bij evaluatie van pijnklachten, vooral voor de diagnostiek van al dan niet septische loslating van protheses zoals heup- of knieprothese. Over de toegevoegde waarde van 99mTc-HDP/MDP-SPECT-CT in de prothesiologie bestaan overigens geen gegevens. Het gebruik van 18F-fluoride-PET-CT is vooralsnog experimenteel, maar interessant vanwege de mogelijkheid om prothese-ingroei kwantitatief te bepalen, waar CT en MRI worden gehinderd door artefacten. Deze artefacten zijn er bij PET-CT alleen voor het CT-gedeelte, hetgeen de beoordeling niet wezenlijk beïnvloedt. In figuur 5 is een toepassing bij vertebrale spondylodese in studieverband te zien.24

Figuur 5

Musculoskeletale pijn

Een van de meest frequente indicaties voor een botscan is musculoskeletale pijn van onbekende oorsprong, meestal na conventioneel röntgenonderzoek (in de tweede lijn) of CT of MRI (in de derde lijn). Meerdere studies hebben de meerwaarde van SPECT-CT bij niet-oncologische patiënten met focale afwijkingen zonder duidelijke diagnose op de conventionele botscan onderzocht. Bij 45 van 76 patiënten (59%) kwam men met conventioneel onderzoek tot een onmiddellijke diagnose zonder noodzaak voor verdere diagnostische beeldvorming.25 Bij 30% was de SPECT-CT richtinggevend voor aanvullende diagnostiek (diagnostische CT, MRI, leucocytenscan of biopsie). Bij slechts 11% had de toevoeging van SPECT-CT geen klinische meerwaarde. In een andere studie leidden SPECT-CT-bevindingen bij 23 van de 71 patiënten met pijnklachten in de ledematen tot een revisie van de diagnostische categorie (osteomyelitis, trauma of fractuur, tumor, osteoartrose of artritis).26

In een beperkte eigen retrospectieve studie met SPECT-CT bij 46 patiënten met musculoskeletale pijn die niet kon worden verklaard in de tweede lijn (na conventioneel röntgenonderzoek) of in de derde lijn (na conventioneel röntgenonderzoek met CT of conventioneel röntgenonderzoek met MRI), vonden wij bij respectievelijk 70 en 58% positieve, klinisch relevante SPECT-CT-afwijkingen, zoals actieve osteoartrose, trauma en benigne tumor (figuur 6).27 Hoewel dit cijfer prospectief moet worden bevestigd, komt het overeen met onze ervaring in de dagelijkse praktijk dat een gericht gebruik van SPECT-CT een grote positieve impact op een snel en accuraat diagnostisch proces kan hebben.

Figuur 6

Multidisciplinair overleg

Hybride scanners zoals SPECT-CT en PET-CT zijn de laatste jaren in veel ziekenhuizen geïntroduceerd. De ontwikkelingen op dit gebied gaan erg snel: de eerste PET-MRI-scans worden reeds klinisch gebruikt. Het gebruik van deze hybride technieken vindt het beste plaats door gestructureerd multidisciplinair overleg tussen de aanvrager, radioloog en nucleair-geneeskundige. Daarnaast zal de ontwikkeling van zogenaamde ‘multimodality’-radiologen en -nucleair-geneeskundigen, die alle beeldvormende technieken binnen een bepaald deelgebied zoals oncologie, cardiologie, neurologie en musculoskeletale aandoeningen beheersen, een belangrijke impact hebben op deskundigheid, beperking van stralingsbelasting en kosteneffectiviteit.

Conclusie

De laatste jaren is er toenemende aandacht voor musculoskeletale aandoeningen in de nucleaire geneeskunde door de komst van SPECT-CT en PET-CT. Nieuwe indicaties voor 99mTc-HDP/MDP-SPECT-CT en 18F-fluoride-PET-CT liggen vooral in de accuratere detectie van skeletmetastasen bij patiënten met musculoskeletale pijn die niet kan worden verklaard met conventioneel röntgenonderzoek of MRI, en in de kwantificatie van het lokale botmetabolisme.

Leerpunten

  • Door de komst van ‘single photon’-emissietomografie (SPECT)-CT en positronemissietomografie(PET)-CT is er in de laatste jaren een toenemende aandacht voor de diagnostiek van musculoskeletale aandoeningen in de nucleaire geneeskunde.

  • De conventionele botscan is een tweedimensionaal onderzoek; SPECT en PET zijn driedimensionale technieken die gecombineerd kunnen worden met CT en daardoor sterk synergetische informatie opleveren.

  • SPECT-CT maakt gebruik van een technetiumisotoop (99mTc) gebonden aan botzoekende difosfonaten (hydroxymethyleendifosfonaat (HDP) of methyleendifosfonaat (MDP)).

  • Bij PET-CT wordt vooral veel gebruik gemaakt van de tracer 18F-fluoride.

  • De toepassing van deze hybride technieken ligt vooral bij de accurate detectie van skeletmetastasen, onverklaarbare musculoskeletale pijn en in de kwantificatie van het lokale botmetabolisme.

  • Ondanks voordelen van de PET-CT met 18F-fluoride ten opzichte van SPECT-CT met 99mTc, is de kostprijs vele malen hoger en zal de toepassing vooralsnog alleen bij zeer specifieke patiëntpopulaties gelden.

Literatuur
  1. Corey K, Kenney O, Greenberg E. The use of calcium-47 in diagnostic studies of patients with bone lesions. AJR Am J Roentgenol. 1961;85:955-75.

  2. Blau M, Ganatra R, Bender MA. 18 F-fluoride for bone imaging. Semin Nucl Med. 1972;2:31-7 Medline. doi:10.1016/S0001-2998(72)80005-9

  3. Harper PV, Lathrop KA, Jiminez F, Fink R, Gottschalk A. Technetium 99m as a scanning agent. Radiology. 1965;85:101-9 Medline.

  4. Subramanian G, McAfee JG. A new complex of 99mTc for skeletal imaging. Radiology. 1971;99:192-6. Medline

  5. Zhao Z, Li L, Li F, Zhao L. Single photon emission computed tomography/ spiral computed tomography fusion imaging for the diagnosis of bone metastasis in patients with known cancer. Skeletal Radiol. 2010;39:147-53 Medline. doi:10.1007/s00256-009-0764-0

  6. Grant FD, Fahey FH, Packard AB, Davis RT, Alavi A, Treves ST. Skeletal PET with 18F-fluoride: applying new technology to an old tracer. J Nucl Med. 2008;49:68-78 Medline. doi:10.2967/jnumed.106.037200

  7. Blake GM, Park-Holohan SJ, Cook GJ, Fogelman I. Quantitative studies of bone with the use of 18F-fluoride and 99mTc-methylene diphosphonate. Semin Nucl Med. 2001;31:28-49 Medline. doi:10.1053/snuc.2001.18742

  8. Toegel S, Hoffmann O, Wadsak W, et al. Mitterhauser. Uptake of bone-seekers is solely associated with mineralisation! A study with 99mTc-MDP, 153mEDTMP and 18F-fluorideide on osteoblasts. Eur J Nucl Med Mol Imaging. 2006;33:491-4 Medline. doi:10.1007/s00259-005-0026-x

  9. Cherry SR, Sorenson JA, Phelps ME. The gamma camera: performance characteristics; Positron emission tomography. In: Cherry SR, Sorenson JA, Phelps ME, eds. Physics in nuclear medicine.. Philadelphia, PA, USA: Saunders; 2003. p. 244 en p.340.

  10. Frost ML, Blake GM, Park-Holohan SJ, et al. Long-term precision of 18F-fluoride PET skeletal kinetic studies in the assessment of bone metabolism. J Nucl Med. 2008;49:700-7 Medline. doi:10.2967/jnumed.107.046987

  11. Gnanasegaran G, Barwick T, Adamson K, Mohan H, Sharp D, Fogelman I. Multislice SPECT/CT in benign and malignant bone disease: when the ordinary turns into the extraordinary. Semin Nucl Med. 2009;39:431-42. Medline doi:10.1053/j.semnuclmed.2009.07.005

  12. Scharf S. SPECT/CT imaging in general orthopedic practice. Semin Nucl Med. 2009;39:293-307 Medline. doi:10.1053/j.semnuclmed.2009.06.002

  13. Römer W, Nömayr A, Uder M, Bautz W, Kuwert T. SPECT-guided CT for evaluating foci of increased bone metabolism classified as indeterminate on SPECT in cancer patients. J Nucl Med. 2006;47:1102-6 Medline.

  14. Helyar V, Mohan HK, Barwick T, et al. The added value of multislice SPECT/CT in patients with equivocal bony metastasis from carcinoma of the prostate. Eur J Nucl Med Mol Imaging. 2010;37:706-13 Medline. doi:10.1007/s00259-009-1334-3

  15. Gutzeit A, Doert A, Froehlich JM, et al. Comparison of diffusion-weighted whole body MRI and skeletal scintigraphy for the detection of bone metastases in patients with prostate or breast carcinoma. Skeletal Radiol. 2010;39:333-43 Medline. doi:10.1007/s00256-009-0789-4

  16. Even-Sapir E, Metser U, Mishani E, Lievshitz G, Lerman H, Leibovitch I. The detection of bone metastases in patients with high-risk prostate cancer: 99mTc-MDP Planar bone scintigraphy, single- and multi-field-of-view SPECT, 18F-fluoride PET, and 18F-fluoride PET/CT. J Nucl Med. 2006;47:287-97. Medline

  17. Petrén-Mallmin M, Andréasson I, Ljunggren O, Ahlström H. Bergh j, Antoni G, Långström G, Bergström M. Skeletal metastases from breast cancer: uptake of 18F-fluoride measured with positron emission tomography in correlation with CT. Skeletal Radiol. 1998;27:72-6 Medline.

  18. Van der Bruggen W, Bleeker-Rovers CP, Boerman OC, Gotthardt M, Oyen WJ. PET and SPECT in osteomyelitis and prosthetic bone and joint infections: a systematic review. Semin Nucl Med. 2010;40:3-15 Medline. doi:10.1053/j.semnuclmed.2009.08.005

  19. Suárez MS, Andrés RP, de Pablo PP, et al. Utility of bone SPECT-CT in percutaneous vertebroplasty. Rev Esp Med Nucl. 2009;28:291-4 Medline.

  20. Berrettini S, Ravecca F, Volterrani D, Neri E, Forli F. Imaging evaluation in otosclerosis: single photon emission computed tomography and computed tomography. Ann Otol Rhinol Laryngol. 2010;119:215-24 Medline.

  21. Waterval JJ, Van Dongen TMA, Stokroos RJ, et al. Bone metabolic activity in hyperostosis cranialis interna measured with 18F-fluoride PET. Eur J Nucl Med Mol Imaging. 2011;38:884-93 Medline. doi:10.1007/s00259-010-1655-2

  22. Van der Wall H, Lee A, Magee M, Frater C, Wijesinghe H, Kannangara S. Radionuclide bone scintigraphy in sports injuries. Semin Nucl Med. 2010;40:16-30 Medline. doi:10.1053/j.semnuclmed.2009.08.006

  23. Madsen JL. Bone SPECT/CT detection of a sequestrum in chronic-infected nonunion of the tibia. Clin Nucl Med. 2008;33:700-1 Medline. doi:10.1097/RLU.0b013e318184b9b4

  24. Willems P, Punt S, Vöö S, Halders S, Brans B. Bone incorporation of lumbar spondylodesis: a pilot study with F-18 fluoride PET/CT. Eur J Nucl Med Mol Imaging. 2010;37(suppl 2):S211.

  25. Even-Sapir E, Flusser G, Lerman H, Lievsgitz G, Metser U. SPECT/multislice low-dose CT: a clinically relevant constituent in the imaging algorithm of non-oncologic patients referred for bone scintigraphy. J Nucl Med. 2007;48:319-24 Medline.

  26. Linke R, Kuwert T, Uder M, Forst R, Wuest W. Skeletal SPECT/CT of the peripheral extremities. AJR Am J Roentgenol. 2010;194:W329-35 Medline. doi:10.2214/AJR.09.3288

  27. Vöö S, Staal H, Urbach C, Brans B. Diagnostic impact of SPECT/CT imaging in patients with unexplained musculoskeletal pain. Eur J Nucl Med Mol Imaging. 2010;37(suppl 2):S229.

Auteursinformatie

Universitair Medisch Centrum, Maastricht.

Afd. Nucleaire Geneeskunde: drs. S. Vöö, aios nucleaire geneeskunde; prof.dr. F. Motthagy en dr. B. Brans, nucleair-geneeskundigen.

Afd. Keel-, Neus- en Oorheelkunde: drs. T.M.A. van Dongen, arts-onderzoeker (thans: Julius Centrum voor Gezondheidswetenschappen en Eerstelijns Geneeskunde, UMCU, Utrecht); drs. J.J. Waterval, aios Keel-, Neus- en Oorheelkunde.

Afd. Orthopedie: drs. P. Willems, orthopedisch chirurg.

Contact dr. B. Brans (b.brans@mumc.nl)

Verantwoording

Belangenconflict: geen gemeld. Financiële ondersteuning: geen gemeld.
Aanvaard op 7 juli 2011

Gerelateerde artikelen

Reacties