Controversen bij ziekenhuisrichtlijnen voor niet-reanimeerbesluiten

Klinische praktijk
M.F. Verweij
F.A.M. Kortmann
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1997;141:575-7
Abstract

Samenvatting

– Richtlijnen voor niet-reanimeerbesluiten roepen in de praktijk soms begripsmatige of ethische vragen op.

– Het bewerkstelligen van bloedcirculatie en gasuitwisseling is geen bruikbare maatstaf voor het bepalen van effectiviteit van reanimatie.

– Een professioneel oordeel over effectiviteit van reanimatie mag een waardeoordeel omvatten. Dit dient echter niet het leven van de individuele patiënt te betreffen, maar het doel van reanimatie in het algemeen. Dit oordeel moet gebaseerd zijn op consensus onder beroepsgenoten.

– Een patiënt dient te worden geïnformeerd over een genomen niet-reanimeerbesluit. Reanimatie is normaal gesproken immers de juiste behandeling. Bovendien dient een gesprek behalve voor het verkrijgen van ‘informed consent’ ook voor afstemming van opvattingen en verwachtingen van de patiënt en diens behandelaar.

– Het opschorten van een niet-reanimeerbeleid tijdens operaties dient te worden besproken met de patiënt. Een arts mag grenzen stellen aan de risico's waaraan hij een patiënt wil blootstellen.

Auteursinformatie

Katholieke Universiteit, vakgroep Ethiek, Filosofie en Geschiedenis van de Geneeskunde, Postbus 9101, 6500 HB Nijmegen.

Drs.M.F.Verweij, ethicus.

Academisch Ziekenhuis St.-Radboud, afd. Psychiatrie, Nijmegen.

Prof.dr.F.A.M.Kortmann, psychiater.

Contact drs.M.F.Verweij

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties