BIG-herregistratie van arts-onderzoekers verzekerd
Open

Commentaar
03-02-2016
Laura van Iersel, Frank van Someren Gréve, Jonas Teuwen, Tamara de Bruin en Diederik van Meersbergen

Voor basisartsen is met de inwerkingtreding van de wettelijke regeling voor BIG-herregistratie veel veranderd.1 Er is veel onduidelijkheid geweest over de introductie en de invulling van de eisen voor herregistratie,2 waardoor onlangs nog werd aangekondigd dat herregistratie voor basisartsen 1 jaar werd uitgesteld.3 Voor BIG-geregistreerde promovendi heeft deze nieuwe regeling ook gevolgen, waarbij de omvang pas recent duidelijk werd na een brede inventarisatie bij universitaire medische centra. Uit deze inventarisatie bleek dat herregistratie op grond van onderzoek dikwijls niet past binnen de werkervaringseisen voor herregistratie.

Op 28 januari 2016 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) aan de Tweede Kamer laten weten voornemens te zijn de regeling periodieke registratie aan te passen.4 Met deze aanpassing mogen artsen die promoveren op een beroepsprofielgerelateerd onderzoek hun werkzaamheden mee laten tellen voor herregistratie. Dit voornemen is overgenomen in het beoordelingskader voor artsen, waarin de herregistratie-eisen zijn verduidelijkt. Dit kader is op 1 februari 2016 gepubliceerd.5 Hiermee zijn de problemen voor veel arts-onderzoekers opgelost.

Urennorm voor herregistratie

Per 1 januari 2018 geldt voor basisartsen een periodieke registratieplicht. De minister van VWS vindt het belangrijk om ook bij basisartsen de deskundigheid door herregistratie te borgen. Anders dan bij de herregistratie voor specialisten, geldt voor basisartsen een kwantitatieve norm (zie uitlegkader Criteria voor herregistratie). Als er onvoldoende werkzaamheden worden verricht, of als de werkzaamheden niet voldoen aan de vereisten, dan is herregistreren op grond van werkervaring niet mogelijk. Om dan te kunnen herregistreren moet aan de scholingseis worden voldaan. Zonder BIG-registratie mag slechts de titel ‘arts niet-praktiserend’ worden gevoerd. Met het opstellen van de werkervarings- of scholingscriteria is destijds echter te weinig gekeken naar de dagelijkse praktijk waarin een grote groep basisartsen werkzaam is, namelijk het uitvoeren van promotieonderzoek.

Promovendi dreigen massaal in de problemen te komen

De Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU) schatte in dat bij het uitblijven van een oplossing, gemiddeld 800 arts-onderzoekers per jaar niet aan de herregistratie-eisen zouden kunnen voldoen. Het werk van arts-onderzoekers telde in veel gevallen immers niet mee als relevante werkervaring. Het beroep van arts is echter breder dan alleen maar directe patiëntenzorg. Promoveren past binnen het medisch opleidingscontinuüm als specialist, en onderzoek uitgevoerd door promovendi vormt het fundament van de medische wetenschap. Zeker op het gebied van fundamenteel onderzoek gaat deze verdieping in het specialisme niet altijd gepaard met direct patiëntencontact. In een inventarisatie uitgevoerd door de NFU onder 1081 BIG-geregistreerde promovendi in 5 universitaire medische centra, gaf minder dan de helft, namelijk 49% aan, dat zij zeker aan de eisen voor herregistratie konden voldoen. 20% gaf aan daar zeker niet aan te kunnen voldoen en 31% weet het niet zeker.

In gesprek met het ministerie van VWS

Een werkgroep van het Promovendi Netwerk Nederland (PNN) heeft een brandbrief naar het ministerie van VWS gestuurd. De werkgroep bestond uit promovendi van alle universitaire medische centra en kreeg steun van onder andere hun decanen. Eerder liet ook de KNMG aan het ministerie van VWS weten dat de herregistratie van promovendi problemen opleverde. De NFU had bij het ministerie aangegeven dat een groot aantal arts-onderzoekers gebruik zou moeten maken van scholing.6 Het ministerie nodigde hierop de PNN-werkgroep, de KNMG, de NFU en vertegenwoordigers van studenten uit om deze problematiek en mogelijke oplossingen hiervoor te bespreken. In het overleg met het ministerie voor VWS is uitgelegd dat er tijdens een promotietraject gewerkt wordt aan het overgrote deel van de CanMEDS-competenties en dat onderzoek naar bijvoorbeeld het ontstaan en verbanden tussen ziekten van belang zijn voor een arts om in de toekomst betere diagnoses en behandeling van patiënten toe te kunnen passen. Bovendien zal een basisarts na afloop van het promotietraject alleen onder toezicht van een specialist werken waardoor patiëntveiligheid gewaarborgd kan worden.

Promotieonderzoek als gelijkgestelde werkzaamheden

Naar aanleiding van dit overleg heeft de minister van VWS aangegeven voornemens te zijn de regeling aan te passen, zodat beroepsgerelateerd promotieonderzoek mag meetellen voor herregistratie. In het beoordelingskader voor artsen (zie uitlegkader Aanpassing beoordelingskader) is nader uitgewerkt wanneer er een beroep gedaan kan worden op deze regeling. Het promotieonderzoeksvoorstel zal in relatie tot het deskundigheidsgebied van de arts, zoals vastgelegd in artikel 19 van Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (Wet BIG), beoordeeld worden. Met dit voornemen komen het doel en de uitvoering van de herregistratie nader tot elkaar, en zijn de problemen voor promovendi opgelost.

Literatuur

  1. Art. 8 Wet BIG, Besluit periodieke registratie Wet BIG, Regeling periodieke registratie Wet BIG.

  2. Broersen S. Basisartsen opgepast: BIG-herregistratie komt eraan. Med Contact. 2015;29/30:1397-9.

  3. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Kamerbrief over stand van zaken invoering herregistratie.

  4. Ministerie Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Verzamelbrief januari 2016, 28 januari 2016.

  5. Herregistratie BIG-register Beoordelingskader, Algemeen deel, versie 2.1 Bijlage, 2b Artsen, versie 1.0, Januari 2016.

  6. Scholingsprogramma vormgegeven door NFU.