Beoordeling verwijderde galblaas en blindedarm kan zinniger

Microscoop
Lester du Perron

Mensen met een blindedarmontsteking worden meestal geopereerd. Bij die operatie wordt de blindedarm verwijderd. Momenteel wordt iedere blindedarm na de operatie nog door een patholoog onder de microscoop bekeken, om zeker te weten dat er niet ook een kwaadaardig gezwel in de blindedarm zat. De kans op zo'n kwaadaardigheid blijkt echter zó klein, dat routinematige beoordeling van verwijderde blindedarmen door de patholoog niet nodig is.

Datzelfde geldt voor onderzoek van de galblaas. Ook de galblaas wordt, na een operatie, nog vaak naar de patholoog gestuurd voor onderzoek 'voor de zekerheid'. En ook dat blijkt niet nodig.

De betrokken Nederlandse onderzoekers roepen daarom op tot een selectief beleid: voortaan hoeven niet meer álle verwijderde blindedarmen en galblazen door de patholoog te worden bekeken, maar alleen die waarvan de chirurg tijdens de operatie denkt dat het echt nodig is. Zo'n selectief beleid blijkt voldoende veilig, en het bespaart een hoop tijd en geld.

De onderzoeken staan deze week uitgebreid beschreven in het NTvG en worden ondersteund door een commentaar van patholoog Paul van der Valk.

Galblaasonderzoek Blindedarmonderzoek Commentaar patholoog

Gerelateerde artikelen

Reacties