Behandeling van herpes zoster met aciclovir per os

Onderzoek
C.J. Rübsaam
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1987;131:1011-2
Download PDF

Bij patiënten met herpes zoster kunnen de huidverschijnselen en de pijn in belangrijke mate worden verminderd door intraveneuze toediening van aciclovir. Omdat de meeste patiënten niet in een ziekenhuis worden opgenomen, zou het praktischer zijn als aciclovir ook per os zou kunnen worden gegeven. McKendrick et al. gingen dit na bij 205 patiënten met herpes zoster uit 3 verschillende Engelse centra.1

Het onderzoek was dubbelblind en gerandomiseerd. 100 patiënten kregen gedurende 7 dagen 4 maal daags 800 mg aciclovir; 105 patiënten kregen op dezelfde wijze placebo. De groepen waren vergelijkbaar wat betreft geslacht, leeftijd, duur van de prodromen, en hevigheid van huiduitslag en pijn. Het bleek dat ertussen de 2 groepen geen verschil was wat betreft de huidverschijnselen als de behandeling langer dan 48 uur na het begin van de uitslag was begonnen. Was deze eerder begonnen, dan duurden de huidverschijnselen gemiddeld 7 à 8 dagen bij de aciclovir-groep en 10 tot 11 dagen bij de placebo-groep. Het bleek niet dat dit ook gold voor patiënten met herpes zoster in het gebied van de N. ophthalmicus, maar dit was mogelijk te wijten aan het geringe aantal patiënten met deze lokalisatie. Aciclovir gaf een duidelijke vermindering van de pijn. 10 van de 25 patiënten uit de aciclovir-groep die aanvankelijk hevige pijn hadden, hadden na 6 dagen weinig of geen pijn meer. In de placebo-groep was dit bij niemand het geval. Bij deze laatsten begon de pijn pas na ongeveer 6 dagen geleidelijk af te nemen. Na 20 dagen was de resterende pijn gemiddeld in beide groepen gelijk. Ongewenste bijwerkingen kwamen bij 12 patiënten uit de aciclovir-groep en 13 uit de controle-groep voor; deze waren niet ernstig en in de ene groep weinig anders van aard dan in de andere. De schrijvers willen het onderzoek nog voortzetten om na te gaan of deze behandeling met aciclovir ook de kans op postherpetische neuralgie vermindert.

Jeffries bespreekt in een ‘Leading Article’ de toepassing van aciclovir bij infecties door herpes simplex-virussen en het zostervirus in het algemeen.2 Aangaande het laatste concludeert hij dat aciclovir slechts in bijzondere gevallen moet worden toegepast, gezien het gevaar dat het virus door veelvuldige toepassing van aciclovir resistent wordt tegen dit middel. Patiënten met herpes zoster met een dysfunctie van het immuunsysteem komen wel voor behandeling in aanmerking. Aan hen kan men het middel het beste intraveneus geven. Bij immunocompetente patiënten reservere men de orale behandeling voor degenen bij wie de ziekte juist is begonnen, zeer uitgebreid dreigt te worden of in het gezicht is gelokaliseerd.

Literatuur
  1. McKendrick MW, McGill JI, White JE, Wood MJ. Oralacyclovir in acute herpes zoster. Br Med J 1986; 293: 1529-33.

  2. Jeffries DJ. Acyclovir update. Leading Article. Br Med J1986; 293: 1523.

Gerelateerde artikelen

Reacties