Barrett-slokdarm zonder dysplasie 'behandelen'?

Onderzoek
P. Fockens
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2003;147:828
Download PDF

Het is zo langzamerhand algemeen bekend dat een Barrett-slokdarm de belangrijkste risicofactor vormt voor het ontstaan van een adenocarcinoom van de slokdarm. Helaas kent men slechts 10 van de patiënten met een Barrett-slokdarm voordat zij een carcinoom ontwikkelen. Bij die 10 probeert men met periodieke controles een zich ontwikkelende tumor zo vroeg mogelijk op te sporen. Daar is men de laatste jaren beter in geworden en tevens zijn er endoscopische methoden ontwikkeld om zo'n vroeg ontdekte tumor op niet-chirurgische wijze te verwijderen. Nog beter zou het zijn om het benigne voorstadium, de Barrett-slokdarm zelf, te behandelen en zo de incidentie van het adenocarcinoom van de oesofagus te laten dalen.

Basu et al. deden een poging om met een endoscopische coagulatiemethode (argonplasmacoagulatie) het metaplastisch epitheel te verwijderen en onder sterke zuurremming te converteren naar plaveiselepitheel.1 Doel van het onderzoek was het verwijderen en weghouden van Barrett-epitheel; de follow-up was 1 jaar. Hiertoe werden 50 patiënten met een Barrett-slokdarm van tenminste 6 cm behandeld met gemiddeld vier endoscopische sessies.

Er deden zich geen ernstige complicaties voor en het lukte bij 68 van de patiënten om meer dan 90 van het Barrett-epitheel weg te krijgen. Teleurstellend was dat bij 44 van de succesvol behandelde patiënten eilandjes Barrett-epitheel onder het plaveiselepitheel werden gevonden tijdens follow-upbiopsieën. Verder bleek bij 1 jaar controle dat het Barrett-epitheel weer was teruggekeerd bij de meerderheid van de succesvol behandelde patiënten. Bij slechts 11 van de oorspronkelijke 50 patiënten was de behandeling ook na 1 jaar nog succesvol en bleef het Barrett-epitheel weg.

De auteurs concluderen terecht dat deze resultaten op de lange termijn onbevredigend zijn. Factoren die bij het falen een rol speelden, waren matige reactie op argonplasmacoagulatie, aanwezigheid van een lang Barrett-segment en vermindering van de zuurremmende medicatie tijdens follow-up. Ook de mate van gallige reflux leek van belang, hoewel dit gegeven niet statistisch significant bleek te zijn.

Dit goed uitgevoerde onderzoek maakt duidelijk dat deze behandeling niet in de dagelijkse praktijk moet worden toegepast, hoe betrekkelijk simpel en daarmee aantrekkelijk die ook lijkt. Ook moet men beseffen dat het uiteindelijke doel niet het weghalen van de Barrett-slokdarm is, maar de preventie van slokdarmkanker. Dat laatste is op dit moment nog geheel onuitgezocht.

Literatuur
  1. Basu KK, Pick B, Bale R, West KP, Caestecker JS de.Efficacy and one year follow up of argon plasma coagulation therapy forablation of Barrett's oesophagus: factors determining persistence andrecurrence of Barrett's epithelium. Gut2002;51:776-80.

Gerelateerde artikelen

Reacties