Angst en depressie na beroerte vroeg te voorspellen

Esther van Osselen
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2016;160:C2915

Psychologische factoren die al in de eerste maanden na een CVA naar voren komen zijn belangrijke voorspellers voor het bestaan van angst- en stemmingsstoornissen een jaar later. Ongeveer een kwart tot een derde van de patiënten ontwikkelt een angststoornis of depressie na een beroerte.

Joyce Kootker en collega’s van onder meer de Radbouduniversiteit rekruteerden 331 CVA-patiënten tijdens hun acute opname in 6 Nederlandse ziekenhuizen (Arch Phys Med Rehabil. 2016; online 8 februari). Klinische en demografische gegevens werden op de stroke-unit genoteerd. De patiënten vulden 2 maanden later vragenlijsten in over psychologische factoren en symptomen van angst en depressie, onder meer de HADS-vragenlijst. Na een jaar werd de HADS opnieuw afgenomen. De populatie bestond uit CVA-patiënten met relatief lichte gevolgen.

Na een jaar had ruim een kwart (27%) klinische symptomen van een depressie en ruim een vijfde van een angststoornis (21%). De belangrijkste voorspeller voor beide was het bestaan van respectievelijk klinische symptomen van depressie of angst 2 maanden na de beroerte. Deze hingen weer sterk samen met psychologische factoren als een passieve copingstijl, pessimisme, een gevoel van hulpeloosheid en moeite met het accepteren van het ziek zijn. Ook de persoonlijkheidstrek neuroticisme speelde bij zowel angst als depressie een rol. Depressies kwamen bovendien vaker voor bij patiënten met ernstigere fysieke beperkingen door de beroerte en bij patiënten met een beroerte in de achterste hersencirculatie of het vertebrobasilaire stroomgebied.

De auteurs wijzen erop dat sommige van de psychologische factoren, zoals coping en acceptatie, beïnvloedbaar zijn met interventies als cognitieve gedragstherapie. Vroege opsporing zou dan kunnen helpen om angst- en stemmingsstoornissen op de langere termijn te voorkomen.

Gerelateerde artikelen

Reacties