Angina pectoris en normale coronaire arteriën: prevalentie en prognose bij mannen en vrouwen

Onderzoek
Abstract
J.G.M. Oerlemans
A.L.M. Lagro-Janssen
C. Bakx
Leestijd
13 minuten
Citeren

Artikel

Inleiding

Zie ook de artikelen op bl. 514 en 518.

Coronaire hartziekte is de belangrijkste doodsoorzaak bij vrouwen in de westerse wereld en per jaar overlijden evenveel vrouwen als mannen aan de gevolgen van coronaire hartziekten.1 Toch worden de klachten van angina pectoris door artsen anders geïnterpreteerd bij vrouwen…

Auteursinformatie

J.G.M.Oerlemans, huisarts te Beek en Donk.

Katholieke Universiteit, vakgroep Huisartsgeneeskunde, Sociale Geneeskunde en Verpleeghuisgeneeskunde, Nijmegen.

Mw.prof.dr.A.L.M.Lagro-Janssen, huisarts.

C.Bakx, huisarts te Doesburg.

Contact J.G.M.Oerlemans, Muntweg 88, 6532 TL Nijmegen

Reacties
J.E.
Roeters van Lennep

Leiden, maart 2000,

Met interesse lazen wij het artikel van Oerlemans et al. (2000:522-7), waarin zij de prevalentie en de prognose van angiografisch aangetoonde normale coronaire arteriën onderzochten met behulp van een uitgebreid literatuuronderzoek. De voornaamste conclusies waren dat vrouwen met pijn op de borst vaker normale coronaire arteriën vertonen dan mannen en dat de prognose van normale coronaire arteriën gelijk is aan die van de gemiddelde bevolking. De auteurs verbaasden zich erover dat er geen onderscheid wordt gemaakt voor het verschil tussen mannen en vrouwen met angina pectoris.

Zoals de auteurs zelf reeds opmerkten, is de indicatie voor verwijzing naar coronairangiografie een belangrijke factor voor de uitkomst van dit onderzoek. Echter, geen van de 11 genoemde onderzoeken was afkomstig uit Nederland. Door de grote verschillen die bestaan tussen onder andere het verzekeringssysteem en de indeling van de gezondheidszorg in het buitenland, is het daarom nog steeds onduidelijk of deze bevindingen ook voor Nederland gelden.

Momenteel bestuderen wij verschillen tussen mannen en vrouwen met hart- en vaatziekten met behulp van een databank met coronairangiografische gegevens, die bestaat uit ruim 3000 Nederlandse patiënten die tussen 1981 en 1998 werden geregistreerd. In een onderzoek dat binnenkort in het European Heart Journal wordt gepubliceerd zijn wij nagegaan of de ernst van coronarialijden na een eerste coronairangiogram vergelijkbaar was bij mannen en vrouwen.1 In dit onderzoek waren alleen patiënten ingesloten die hemodynamisch belangrijk coronarialijden hadden (omschreven als een luminale vernauwing > 60%). Daarnaast waren er in de databank gegevens over patiënten met normale coronairarteriën; dit betrof 19% van de mannen en 43% van de vrouwen. Deze getallen zijn vergelijkbaar met de waarden die Oerlemans et al. noemen. Om de prognose van mannen en vrouwen met normale coronaire arteriën te bepalen ten opzichte van de algemene Nederlandse bevolking, hebben wij onze resultaten vergeleken met sterftecijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Zoals de auteurs vermeldden, is het vaststellen van een cardiale doodsoorzaak moeilijk en vooral in een cardiaal belaste populatie evident onbetrouwbaar.2 Daarom hebben wij gekozen voor de ondubbelzinnige maat van algehele sterfte. Bij mannen en vrouwen met normale coronairarteriën blijkt de overleving overeen te komen met die van de algemene Nederlandse bevolking (figuur). Deze resultaten maken duidelijk dat de conclusies van Oerlemans et al. ook voor de Nederlandse situatie gelden, zowel voor mannen als vrouwen.

J.E. Roeters van Lennep
A.H. Zwinderman
E.E. van der Wall
Literatuur
  1. Roeters van Lennep JE, Zwinderman AH, Roeters van Lennep HWO, Westerveld HT, Plokker HWM, Voors AA, et al. Gender differences in diagnosis and treatment of coronary artery disease from 1981 through 1997: no evidence for the Yentl syndrome. Eur Heart J [ter perse].

  2. Lauer MS, Blackstone EH, Young JB, Topol EJ. Cause of death in clinical research. J Am Coll Cardiol 1999;3:618-20.

Nijmegen, april 2000,

Verheugd namen wij kennis van de resultaten van het onderzoek van Roeters van Lennep et al. waarin zij de bevindingen uit ons literatuuronderzoek ook voor de Nederlandse bevolking bevestigen. Zij gaan uit van een populatie van ongeveer 3000 Nederlandse patiënten die tussen 1981 en 1998 coronairangiografie kregen. Hiervan had 19% van de mannen en 43% van de vrouwen normale coronaire arteriën. Ook bevestigen zij dat de prognose van mensen met angina pectoris en normale coronaire arteriën ook in Nederland vergelijkbaar is met die van de normale populatie. In een recent commentaar van Cannon en Balaban in The New England Journal of Medicine (23 maart 2000) onderstrepen ook zij het belang van de ontwikkeling van nieuwe technieken, waaronder de 31P-MRI-spectroscopie, om een mogelijke verklaring te vinden voor pijn op de borst bij vrouwen met een normaal coronairangiogram.

J.G.M. Oerlemans
A.L.M. Lagro-Janssen
C. Bakx

Gratis Ask NTVG uitproberen?

Maak met 2 klikken een gratis account aan

Account aanmaken

Heb je al een account of een abonnement? Inloggen

Altijd toegang tot alle publicaties van het NTVG?

Abonneer vandaag nog!

Online toegang tot alle artikelen
Gepersonaliseerde alerts voor artikelen en dossiers
Artikelen voor opleiding en nascholing mét geaccrediteerde toetsen
Onbeperkt luisteren naar de NTVG-podcast
Antwoorden op al je vragen via de AI-toepassing 'Ask NTVG'

Neem het digitaal ntvg abonnement

€ 15,93 per maand!

Ik wil digitaal
NTVG nummer 4 2026
NTVG nummer 5 2026
NTVG nummer 6 2026