Allogene stamceltransplantatie in Nederland
Open

Resultaten bij patiënten van 16 jaar en ouder
Onderzoek
26-02-2009
A.V.M.B. (Ton) Schattenberg, Harry C. Schouten, Leo F. Verdonck, Roel Willemze, J. (Hans) van der Lelie, Peter C. Huijgens, Gustaaf W. van Imhoff, Anja van Biezen, Ronaldt Brand, A. (Ton) Hagenbeek, Theo de Witte en Jan J. Cornelissen

Doel

Beschrijven van de activiteiten op het gebied van allogene stamceltransplantatie in Nederland bij patiënten van 16 jaar en ouder.

Opzet

Retrospectieve studie.

Methode

Data werden verkregen van de Nederlandse stamceltransplantatie-registratie ‘TYPHON’, waaraan de individuele centra gegevens van alle transplantatiepatiënten rapporteerden. Naast een algemeen overzicht werden gegevens uit de periode 1967-1991 en van 1992-2002 met elkaar vergeleken.

Resultaten

Het aantal allogene stamceltransplantaties verdrievoudigde bijna in de periode 1992-2002. Het percentage patiënten van 45 jaar en ouder steeg van 10 tot 42. Het percentage donors, anders dan HLA-identieke broers of zusters, verdubbelde. De belangrijkste indicaties voor allogene stamceltransplantatie waren acute en chronische leukemieën. De resultaten van stamceltransplantatie waren beter indien deze plaatsvond in een vroeg stadium van de ziekte (eerste complete remissie of eerst chronische fase). Voor de indicatie chronische myeloïde leukemie nam het aantal allogene stamceltransplantaties sinds het einde van de jaren negentig af door de introductie van imatinib. Een nieuwe vorm van behandeling was de stamceltransplantatie waarbij de patiënt voorbehandeld wordt met een minder intensieve conditionering.

Conclusie

Allogene stamceltransplantatie is een in opzet curatieve behandeling die steeds vaker wordt toegepast. Ook oudere patiënten en patiënten zonder een HLA-identieke familiedonor kunnen goede kandidaten zijn voor deze intensieve behandeling.