Allergisch contacteczeem voor 'tea tree'-olie

Klinische praktijk
P.G.M. van der Valk
A.C. de Groot
D.P. Bruynzeel
P.J. Coenraads
J.W. Weijland
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1994;138:823-5
Abstract
Download PDF

Samenvatting

Bij 4 patiënten (3 vrouwen van 45, 29 en 52 jaar en een man van 45 jaar) werd een allergisch contacteczeem voor ‘tea tree’-olie vastgesteld (over de man werd al eerder gepubliceerd). Tea tree-oliën zijn essentiële oliën afkomstig van de bladeren van in Australië en Zuidoost-Azië voorkomende bomen en struiken uit het geslacht Myrtaceae. De in Nederland verkrijgbare tea tree-olie is afkomstig van de Melaleuca alternifolia en bevat voornamelijk eucalyptol. Waarschijnlijk is eucalyptol het belangrijkste allergeen in de olie.

artikel

Inleiding

Essentiële of etherische oliën zijn vluchtige plantaardige oliën met een opvallende geur. Het zijn veelal mengsels van terpenen, aldehyden, ketonen en esters, waarvan de componenten bij kamertemperatuur verdampen. De oliën worden gebruikt als geurstof in huidverzorgingsmiddelen en in essences om de smaak van bepaalde voedingsmiddelen te verbeteren. Ook wordt aan sommige etherische oliën geneeskundige werking toegeschreven.1 Het gebruik ervan is echter niet geheel zonder risico. Huidapplicatie kan leiden tot contactallergie.23 Ook zijn na (accidentele) inname van grote hoeveelheden etherische oliën intoxicatieverschijnselen beschreven.45 Een in het buitenland reeds langer op de markt zijnde etherische olie, de ‘tea tree’-olie, is sinds enige tijd op de Nederlandse markt verkrijgbaar. Onlangs zagen wij 4 patiënten met contactallergie voor tea tree-olie.

Ziektegeschiedenissen

Patiënt A, een 45-jarige vrouw, meldde zich met recidiverend eczeem van de linker gezichtshelft. Zij gebruikte in haar pedicurepraktijk tea tree-olie om bloedinkjes bij haar patiënten te stelpen. Epicutaan allergologisch onderzoek (ECA-onderzoek) werd verricht met de Europese standaardreeks. Een positieve reactie werd gezien voor perubalsem. Aanvullend ECA-onderzoek toonde positieve reacties voor de etherische oliën eucalyptusolie, laurierolie, citroenolie en voor de door haar gebruikte tea tree-olie (onverdund getest). Na staken van het gebruik van de olie kreeg patiënte geen huidafwijkingen meer.

Patiënt B, een 29-jarige vrouw, had sinds 2 maanden eczeem in het gelaat. Het eczeem was ontstaan na behandeling van huidirritatie met tea tree-olie. De huidirritatie was veroorzaakt door het gebruik van harsen voor ontharing. In het recente verleden had zij eczeem gehad bij de navel. Volgens patiënte kwam dit door de knoop van haar spijkerbroek. Gouden sieraden zouden ook wel eens klachten hebben gegeven. Patiënte was in opleiding voor pedicure en gebruikte tea tree-olie ter ‘ontsmetting’ van de huid van haar klanten. ECA-onderzoek met de Europese standaardreeks toonde positieve reacties voor nikkel en kobalt. Aanvullend ECA-onderzoek liet positieve reacties zien voor goud (kaliumdicyanoauraat 0,01 in water), eucalyptusolie 2 in vaseline, voor onverdunde tea tree-olie en voor tea tree-olie 1 en 3 in alcohol. Patiënte had geen afwijkingen aan de handen. Staken van het gebruik van tea tree-olie leidde tot verdwijnen van de klachten.

Patiënt C, een 45-jarige man, had sinds 15 jaar constitutioneel eczeem gelokaliseerd aan handen, armen, benen en in het gelaat. Lokale behandeling met tea tree-olie gaf, na aanvankelijk verbetering, een verergering van het eczeem. Ook oraal gebruik veroorzaakte een toename van het eczeem. Hierna werd het gebruik van de tea tree-olie door de patiënt gestaakt. ECA-onderzoek met de Europese standaardreeks toonde geen positieve reacties. Aanvullend ECA-onderzoek met de tea tree-olie en met de belangrijkste bestanddelen (?- en ?-pineen, paracymeen, eucalyptol, linalool, terpineol, ?-caryofylleen, en diëthylftalaat) toonde een positieve reactie voor de onverdunde olie en voor eucalyptol 5 in vaseline. Intracutaan allergologisch onderzoek gaf positieve reacties voor katte-epitheel, huisstofmijt, graspollen en boompollen. De diagnose ‘constitutioneel eczeem in combinatie met een allergisch contacteczeem (zogenaamd hybride eczeem)’ werd gesteld. Over deze patiënt werd afzonderlijk gerapporteerd, waarbij vooral ingegaan werd op de verergering na inname van de olie.67

Patiënt D, een 52-jarige vrouw, vertelde dat zij in aanvallen jeukende huidafwijkingen had aan handen en onderarmen. Zij was schoonheidsspecialiste van beroep en gebruikte onverdunde tea tree-olie bij gezichtsmassage. Verergeringen van de huidafwijkingen vielen samen met het gebruik van de olie. Tussen de aanvallen hield zij in geringe mate klachten. Bij onderzoek van de huid werd een discrete eruptie gezien op de onderarmen, bestaande uit roodheid en papels. De handpalmen toonden een geringe hyperkeratose. ECA-onderzoek met de Europese standaardreeks liet positieve reacties zien op parafenyleendiamine, thiuram-mix, colofonium, parfum-mix en Kathon CG. Aanvullend ECA-onderzoek toonde een sterk positieve reactie voor de onverdunde tea tree-olie en voor tea tree-olie 1 en 5 in olijfolie. De diagnose luidde: ‘allergisch contacteczeem met als meest relevante contactfactor de tea tree-olie’.

Beschouwing

‘Tea trees’ zijn struiken en kleine bomen in Australië en Zuidoost-Azië uit het geslacht Myrtaceae. De bomen worden zo genoemd omdat men de bladeren volgens overlevering gebruikte als substituut voor thee.1 Etherische oliën verkregen van de bladeren van enkele van deze planten zijn van commercieel belang. De in Nederland op de markt gebrachte tea tree-olie wordt verkregen van de Melaleuca alternifolia. Olie van de verschillende varianten M. alternifolia bevat wisselende percentages eucalyptol.1 De tea tree-olie van patiënt C werd door middel van gaschromatografie en massaspectrometrie geanalyseerd. Eucalyptol (1,8-cineol of cajuputol) bleek het belangrijkste bestanddeel (98,5).6

Oleum cajuputti en oleum eucalypti wordt verkregen van respectievelijk Melaleuca Leucadendra en Eucalyptus globulus. Het hoofdbestanddeel van deze oliën is eucalyptol. Contactallergieën voor deze olie zijn eveneens beschreven,8 en werd ook door ons (D.P.B. en P.J.C.) waargenomen.

Aan de tea tree-olie verkregen van de M. alternifolia worden antibacteriële eigenschappen toegeschreven. De olie wordt toegepast in parfums en als geurstof en antisepticum in mondspoelvloeistoffen. De olie wordt op de markt gebracht als middel tegen pijn en jeuk en zou de bloedsomloop bevorderen en de lucht zuiveren.9 Eucalyptol wordt toegepast in parfums onder andere voor produkten voor mondhygiëne en als smaakstof in voeding. In de tandheelkunde wordt eucalyptol gebruikt voor wortelkanaalbehandelingen.10

De beschreven ziektegeschiedenissen maken duidelijk dat het aanbrengen van tea tree-olie op de huid allergisch contacteczeem kan veroorzaken. Het eczeem kan zich elders (bijvoorbeeld in het gelaat) manifesteren, terwijl de handen, ondanks het contact met de tea tree-olie, vrij blijven. Ook kan eczeem verergeren na inname van de olie door een gesensibiliseerd persoon. Gebruik van de olie op de, met name reeds beschadigde, huid geeft risico van sensibilisatie. Het belangrijkste allergeen is waarschijnlijk eucalyptol.

Kruisreacties met eucalyptol-bevattende essentiële oliën zijn mogelijk. Kruisreacties met balsems en parfums zijn eveneens mogelijk, daar deze essentiële oliën bevatten (dit was het geval bij patiënt A en D). Er zijn onvoldoende gegevens beschikbaar om een goed gefundeerd advies te geven omtrent de testconcentratie van tea tree-olie voor het ECA-onderzoek. Een testconcentratie van 1-5 tea tree-olie in alcohol of olijfolie lijkt te voldoen. Onverdund testen dient alleen plaats te vinden bij sterk vermoeden van een allergie voor de olie en negatieve testresultaten met de genoemde verdunningen, omdat onverdund testen een, overigens moeilijk te schatten, risico geeft van sensibilisatie door de test.

Literatuur
  1. Penfold AR, Morrison FR. ‘Tea tree’ oils. In:Guenther E, red. The essential oils. Vol IV. Huntington. New York: Krieger,1977: 526-48.

  2. Rudzki E, Grzywa G, Bruo WS. Sensitivity to 35 essentialoils. Contact Dermatitis 1976; 2: 196-200.

  3. Apted JH. Contact dermatitis associated with the use oftea tree oil. Australas J Dermatol 1991; 32: 177.

  4. Spoerke DG, Vandenberg SA, Smolinske SC, Kulig K, RumackBH. Eucalyptus oil: 14 cases of exposure. Vet Hum Toxicol 1989; 31:166-8.

  5. Melis K, Bochner A, Janssens G. Accidental nasalleucalytol and menthol instillation. Eur J Pediatr 1989; 148:786-8.

  6. Groot AC de, Weijland JW. Systemic contact dermatitis fromtea tree oil. Contact Dermatitis 1992; 27: 279-80.

  7. Groot AC de, Wijland JW. Contactallergie voor ‘teatree’-olie. Ned Tijdschr Derm Venereol 1992; 2: 415-6.

  8. Behl PN, Captain RH. Skin irritant and sensitizing plantsfound in India. New Delhi: Chand, Ram Naga, 1979: 24-5.

  9. Siebers F. Tea tree olie – Australische EHBO in eenflesje. Breda: De Ster, 1989.

  10. Opdyke DLJ. Fragrance raw material monographs:Eucalyptol. Food Cosmet Toxicol 1975; 13: 105-6.

Auteursinformatie

Academisch Ziekenhuis, afd. Dermatologie, Postbus 9101, 6500 HB Nijmegen.

Dr.P.G.M.van der Valk, huidarts.

Carolus Ziekenhuis, afd. Dermatologie, 's-Hertogenbosch.

Dr.A.C.de Groot, huidarts.

Academisch Ziekenhuis Vrije Universiteit, afd. AllergologieArbeidsdermatologie, Amsterdam.

Prof.dr.D.P.Bruynzeel, huidarts.

Academisch Ziekenhuis, afd. Dermatologie, Groningen.

Dr.P.J.Coenraads, huidarts.

Keuringsdienst van Waren, afd. Cosmetica, Enschede.

Dr.J.W.Weijland, apotheker.

Contact dr.P.G.M.van der Valk

Gerelateerde artikelen

Reacties