Acute opvang van patiënten gebeten door een gifslang
Open

Richtlijnen
23-12-1998
R.A. Carels, M. Janse, P.S.J. Klaver, I. de Vries, P.A. Kager en D. Overbosch

- De behandeling van een gifslangenbeet bestaat uit directe maatregelen en maatregelen in het ziekenhuis. Eerste hulp bestaat uit kalmeren van de patiënt, immobilisatie van het gebeten lichaamsdeel en snel transport naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis om de vitale functies te bewaken.

- Suctie, incisie of strakke bandages worden afgeraden.

- De mate van vergiftiging wordt ingedeeld in drie groepen naar gelang de uitgebreidheid van de symptomen: geen symptomen, alleen lokale niet-progressieve, en systemische of lokale snel progressieve symptomen (ernstige vergiftiging).

- Antiserum wordt alleen toegediend bij ernstige vergiftiging. Voorzichtigheid met antiserum is geboden wegens het risico op een anafylactische shock of serumziekte. Na elke slangenbeet worden een antibioticum en tetanusprofylaxe geadviseerd.

- In alle gevallen dient men contact op te nemen met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); telefoon: 030-2748888.

- In een nationaal protocol, dat beschikbaar is bij het RIVM, het Havenziekenhuis Rotterdam, het Academisch Medisch Centrum en Artis in Amsterdam, staan alle te nemen maatregelen en alle in Nederland beschikbare antisera vermeld.